Bordurië
|
||||
| Officiële taal | Borduurs | |||
| Hoofdstad | Szohôd | |||
| Regeringsvorm | Dictatuur | |||
| Staatshoofd | Plekszy-Gladz | |||
Bordurië is een fictief land dat een rol speelt in twee Kuifje-verhalen van de Belgische striptekenaar Hergé, namelijk: De scepter van Ottokar (1939) en De zaak Zonnebloem (1956).
Het is een buurland van Syldavië. In De scepter van Ottokar plant Bordurië een inval in Syldavië. In De zaak Zonnebloem is Bordurië een duidelijk dictatoriale staat onder maarschalk Plekszy-Gladz, die met zijn opvallende snor lijkt op Jozef Stalin. Ook de naam Plekszy-Gladz (van het harde plexiglas) verwijst mogelijk naar Stalin ("de man van staal"). De snor van Plekszy-Gladz is een symbool vergelijkbaar met het hakenkruis in nazi-Duitsland. En de groet Amai Plekszy-Gladz doet denken aan Heil Hitler.
De hoofdstad van Bordurië is Szohôd. De landstaal is het Borduurs. De geheime politie van Bordurië is de ZEP. Het hoofd daarvan is kolonel Sponsz.
[bewerken] Knipoogjes
Hergé liet zich in zijn naamgeving inspireren op het Brussels dialect. De hoofdstad Szohôd is afgeleid van zo-ot, een ironische wijze om in twee geïntoneerde syllaben iemand als "zot" te bestempelen. En de gevangenis van Bakhine, waar professor Zonnebloem in opgesloten is, verwijst duidelijk naar "(de) bak in" ("naar de gevangenis").
[bewerken] Ander gebruik
In een recente voorstelling van De prinses op de erwt, door het Jeugdtheater Hofplein, is de naam Bordurië ook terug te vinden. De bewerking vertelt het verhaal van een prins, genaamd prins Plons, die zoon is van de koning en koningin van Bordurië.