Bosglas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Roemer glas met braamnoppen
17de eeuw

Bosglas (Duits: Waldglas) is de benaming van glas dat in Noordwestelijk Europa werd gemaakt van ongeveer het jaar 1000 tot het begin van de 18de eeuw. De voornaamste grondstoffen waren hout en zand. De kleur van het glas was geelachtig en bruinachtig groen.

Al in de Romeinse tijd werd glas gemaakt, vooral in Venetië. De stad monopoliseerde de handel en verbood zelfs om buiten Venetië glas te maken. Ten Noorden van de Alpen werd toen gezocht naar een eigen product. Vandaar dat glas in Noordwestelijk Europa in de periode verschillend van kleur en kwaliteit is. De Romeinen waren zo kundig dat zij dun en ook kleurloos glas maakten, elders werd geëxperimenteerd met as van hout, zand, kwarts, kiezelzuur en andere chemicaliën. Het glas was groenachtig gekleurd en had vaak luchtbellen.

De kleur van het bosglas werd onder andere beïnvloed door het soort hout waarvan de as werd gebruikt. In 1670 deed George Ravencroft loodoxide erbij om het glas mooi helder te maken. In Engeland begon men eind 17de eeuw ook verschillende glazen voor verschillend gebruik te maken, de kelk, de steel en de voet kregen een eigen vorm. In de 18de eeuw ontstonden de slingerglazen, waarvan het glas helder van kleur was en soms nog kleine luchtbubbels had. Binnen in de steel werd een gekleurde slinger gemaakt. soms meerkleurig. Die glazen werden in Engeland gemaakt maar in Nederland gegraveerd.

Pas tegen het einde van de Middeleeuwen wordt glas ook als vensterglas gebruikt.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Antiek glas, door Dr Clasina Isings, uitgeveruh J H de Bussy, Amsterdam, 1966