Bospaardenstaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bospaardenstaart
Fertiele stengel van bospaardenstaart
Fertiele stengel van bospaardenstaart
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Pteropsida
(Varens en paardenstaarten)
Orde: Filicales
Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)
Geslacht: Equisetum (Paardenstaart)
soort
Equisetum sylvaticum
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Steriele stengel van bospaardenstaart

De bospaardenstaart (Equisetum sylvaticum) is een vaste plant die behoort tot de Paardenstaartenfamilie. De plant komt van nature voor in Noord-Amerika, Eurazië en Azië en in Nederland vooral in het midden- en zuidoosten.

De plant wordt 15 tot 75 cm hoog en vormt wortelstokken. Aan de wortelstokken worden meestal knollen gevormd. De holle stengel is 3 tot 5 mm dik en heeft dichte kransen van overhangende, onvertakte groene zijtakken. De holte is ongeveer de helft van de doorsnee van de stengel. Later in het jaar kunnen wel 1 tot 2 maal vertakte, groene zijtakken gevormd worden. Op de stengel zitten 10 tot 18 ribben met kiezelknobbels, die voor versterking van de stengel zorgen. De bladeren staan in kransen. De bladscheden zijn grotendeels met elkaar vergroeid tot een stengelschede. De stengelscheden en tanden zijn naar boven toe helder roodbruin.

In april en mei verschijnen er bladgroenloze stengels met sporenaren op de top. Tijdens de rijping ontstaan er groene zijtakjes, waarna de stengel zelf ook groen wordt. De aren zijn 15 tot 25 mm lang en als ze rijp zijn verdrogen ze en vallen daarna af. Als de planten in sterke schaduw groeien worden meestal geen aren gevormd. De aar is kegelvormig en bestaat uit zeshoekige schubjes waar aan de binnenkant het sporangium met de sporen zich bevinden.

De sporen hebben bladgroen en 2 springdraden, elateren genoemd, die in droge toestand om de spore zijn gewikkeld, wanneer ze nat worden strekken ze zich en duwen de spore uit de aar. Er zijn twee typen sporen, mannelijke en vrouwelijke. De sporen groeien uit tot bladgroenhoudend voorkiemen of prothallia. In dit stadium vindt de bevruchting plaats waarna de paardenstaart tot een volledige plant kan uitgroeien. De prothallia zijn gebonden aan een zeer open groeiplaats.

De plant komt voor op natte, vrij zure grond in houtwallen, loofbossen en aan slootkanten.

In andere talen[bewerken]

  • Duits: Wald-Schachtelhalm
  • Engels: Wood Horsetail
  • Frans: Prêle des bois
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren - Bospaardenstaart.