Botanische Tuinen Universiteit Utrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Botanische tuin op de Uithof.

De Botanische Tuinen van de Universiteit van Utrecht zijn de plantentuinen die verbonden zijn met de Universiteit Utrecht (UU). Dergelijke botanische tuinen dienen veelal in de eerste plaats (universitair) onderwijs en onderzoek. Tegenwoordig is ook educatie een belangrijk doel. De botanische tuinen (vroeger ook wel aangeduid als 'Hortus Botanicus') hebben in Utrecht een eeuwenlange traditie. Ook vandaag de dag zijn de tuinen nog een bron van kennis en genoegen voor deskundigen en liefhebbers.

Tot de Botanische Tuinen Utrecht behoort:

Van 1966 tot 2010 viel ook het Von Gimborn Arboretum in Doorn onder het beheer van de universiteit.

De tuinen zijn aangesloten bij Botanic Gardens Conservation International, de International Association of Butterfly Exhibitors and Suppliers, de Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen, de Stichting Nationale Plantencollectie en de Museumvereniging.

Inhoud

Geschiedenis van de Utrechtse botanische tuinen [bewerken]

De Universiteit van Utrecht werd opgericht in 1636. Reeds drie jaar later kreeg de universiteit, op het bolwerk Sonnenborgh, haar tuin. Dat was toen nog een Hortus Medicus, vooral bedoeld om de studenten kennis te laten maken met medicinale planten en kruiden.

In 1723 verhuist de Hortus naar een terrein tussen Nieuwegracht en Lange Nieuwstraat, waar Joseph Serrurier (1668-1742) een systematische tuin aanlegt in navolging van de Leidse hoogleraar Herman Boerhaave. Deze tuin, nu bekend als de Oude Hortus, wordt tot ver in de twintigste eeuw regelmatig uitgebreid en veranderd, maar in 1987 opgeheven.

In 1963 vond de aankoop plaats van het "Werk aan de Hoofddijk" in De Uithof. Daarmee volgde de botanische tuin de beweging van de universiteit richting De Uithof. Het militaire werk aan de Hoofddijk was een fortificatie van de in onbruik geraakte Oude Hollandse Waterlinie. De locatie wordt daarom kortweg als Fort Hoofddijk aangeduid.

Buiten Utrecht [bewerken]

  • In 1920 werd het Cantonspark in Baarn, compleet met broeikassen, aan de Utrechtse Universiteit overgedragen. Tot 1987 heeft dat park als botanische tuin dienst gedaan, waarna het werd overgedragen aan de gemeente Baarn. De collectie werd in 1987 overgebracht naar Fort Hoofddijk.
  • In 1964 verwierf de universiteit het landgoed Sandwijck in De Bilt, waar kwekerijen en kassen kwamen. Ook de collectie van dit landgoed werd in 1987 overgebracht naar Fort Hoofddijk.
  • In 1966 nam de Universiteit het Von Gimborn Arboretum te Doorn over. Dit in 1924 door de inktfabrikant Max Th. von Gimborn gestichte arboretum van 27 hectare bevat een collectie winterharde coniferen, loofbomen, heideplanten en bodembedekkers, vooral ten behoeve van boomkwekers, tuinarchitecten, hoveniers en dendrologen.

Literatuur [bewerken]

  • Heniger, J. & L. Terken, "Van stadstuin tot centrale hortus", in Lukkien, V.P.A. & W. Nieuman (red.), Botanische tuinen: een bijzondere wereld aan planten (uitg. ter gelegenheid van 350 Botanische Tuinen Utrecht), uitgeverij Zomer & Keuning, Ede/Antwerpen 1989
  • Baas, M., Botanische Tuinen Universiteit Utrecht, uitgeverij Ludion, Amsterdam/Gent 2002

Externe link [bewerken]