Botokuden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Capo de Botocudos; chief van de Botokuden (Aimborés), Giulio Ferrario, 1823-1838
Een Botokuden-familie op reis, August Seyffer, 17741845
Krenak-talen, Ribeiro, Eduardo & Van der Voort, Hein (2010)
Botokuden meisje (1928)
Botokuden op de jacht (1928)

De Botokuden zijn Zuid-Amerikaanse Indianen uit Oost-Brazilië, ook wel bekend als de Aimorés, Aimborés of Krenak-mensen. Enkelen noemen zichzelf Nac-nanuk of Nac-poruk, wat zonen van de aarde betekent.

Naamgeving[bewerken]

Botoque is in het Portugees een allusie naar de schijfvormige sieraden of tembetás die in een piercing worden gedragen (zie ook lipschotel).

De Braziliaanse chief die gepresenteerd werd aan koning Hendrik VIII van Engeland in 1532 droeg kleine botten die aan zijn wangen hingen en aan zijn onderste lip hing een kostbare steen ter grootte van een erwt. Dit waren de tekenen van grote moed.

Geschiedenis[bewerken]

Toen de Portugese avonturier Vasco Fernandes Coutinho de oostkust van Brazilië bereikte in 1535 richtte hij een fort op aan de baai van Espírito Santo om zichzelf te verdedigen tegen de Aimorés en andere stammen.

Het territorium van de Botokuden lag in Espírito Santo en het liep inlands door tot de Rio Grande (Belmonte) en Rio Doce aan de oostelijke hellingen van de Espinhaço bergen. De Botokuden werden door de Europeanen naar het westen verdreven. In de 18e eeuw kwam de stam in conflict met de Europeanen, die het voorzien hadden op de diamant-mijnen in het gebied.

Aan het eind van de 19e eeuw waren er nog zo'n 13.000 tot 14.000 Botokuden in leven. In de oorlog van 1790-1820 werd op alle manieren geprobeerd het volk te vernietigen. Met opzet werd het pokken-virus verspreid en er werd giftig voedsel in de bossen achtergelaten.

Huidige tijd[bewerken]

Tegenwoordig zijn nog maar enkele stammen overgebleven. In 2010 waren er nog 350 in leven zijde Krenak in de staat Minas Gerais.


Bronnen, noten en/of referenties