Botsing (natuurkunde)
Een botsing is de gebeurtenis in de mechanica en de natuurkunde, waarbij twee voorwerpen (in de ruimste zin) elkaar als gevolg van hun onderlinge beweging raken. Tussen de botsende voorwerpen wordt impuls en energie uitgewisseld. Botsingen treden op bijvoorbeeld tussen een bal en een muur, auto's of planeten, biljartballen, maar ook tussen elektronen en fotonen (Comptoneffect).
Men onderscheidt elastische (veerkrachtige) en onelastische (inelastische, onveerkrachtige of plastische) botsingen. Tijdens de botsing treedt eerst een vervormingsstoot op, waarbij de botsende voorwerpen elkaar indeuken [1], zoals bijvoorbeeld vaak bij een verkeersongeval. Daarna kan door de veerkracht van de voorwerpen een restitutiestoot optreden, die ze uit elkaar drijft.
Inhoud |
[bewerken] Botsingswetten
De wis- en natuurkundige en filosoof Descartes stelde in de zeventiende eeuw regels op, waaraan botsende voorwerpen moesten voldoen. Christiaan Huygens verbeterde deze en gaf de wetten voor een elastische botsing hun huidige vorm. We beschouwen ballen 1 en 2 met massa's
en
en snelheden
en
. De snelheden zijn vectoren. Twee behoudswetten spelen een rol:
[bewerken] Behoud van impuls
Deze geldt altijd.
[bewerken] Behoud van kinetische energie
Deze geldt bij een volkomen elastische botsing.
[bewerken] Elastisch - onelastisch
[bewerken] Volkomen elastische botsing
Hier is de wet van behoud van kinetische energie van toepassing. Uit beide behoudswetten kan wiskundig aangetoond worden dat het verschil in snelheid voor en na de botsing gelijk is.
.
Het minteken betekent dat de richting van de relatieve snelheid omgekeerd is.
In een inertiaalstelsel waarbij het massamiddelpunt niet beweegt veranderen de snelheden alleen van richting en wordt er dus geen kinetische energie overgedragen (zie ook onder). Bij een centrale botsing (zie onder) met algemeen inertiaalstelsel is de overgedragen kinetische energie evenredig met de snelheid van het massamiddelpunt.
[bewerken] Volkomen onelastische botsing
De beide lichamen bewegen na de botsing verder alsof ze één lichaam geworden zijn. Voorbeeld: botsing van twee klompen stopverf. De kinetische energie wordt dus voor een groot deel omgezet in een andere vorm (warmte en vervormingsenergie).
Na botsing is dus
. Met andere woorden: het verschil in snelheid is nul.
[bewerken] Onvolkomen elastische botsing
Deze botsing kan beschouwd worden als een tussenstap tussen beide vorige, en benadert het best de werkelijkheid. De kinetische energie wordt geheel of gedeeltelijk gebruikt voor vervorming van de voorwerpen (bijvoorbeeld de kreukelzone van auto's in een verkeersongeval).

- Met e: de restitutie coëfficiënt. (0<e<1),
Met andere woorden : het verschil in snelheid is kleiner geworden.
[bewerken] Algemeen
- Bij een volkomen elastische botsing is e=1 en wordt de kinetische energie behouden.
- Bij een onelastische botsing is 0<e<1
- Bij een volkomen onelastische botsing is e=0
[bewerken] Centrale en schuine botsing
Men spreekt van centrale botsing als de beweging van de massamiddelpunten (zwaartepunten) van de botsende voorwerpen samenvalt met de lijn door beide massamiddelpunten. Deze lijn heet de botsingslijn. Een niet-centrale botsing heet een schuine botsing.
[bewerken] Truc van Huygens
Christiaan Huygens bedacht een inzichtelijke rekentruc[2] voor elastische botsingen, waarin beide botsende voorwerpen voorgesteld worden in een bewegend stelsel waar de totale impuls nul is (een nul-impuls stelsel). De snelheid van dit stelsel is de eindsnelheid bij een volkomen inelastische botsing van dezelfde voorwerpen.
Bijvoorbeeld twee massa's (1 en 2) bewegen voor de botsing naar rechts. Hun gegevens zijn (m = massa, v = snelheid)
- m1 = 1 kg, v1 voor = 5 m/s
- m2 = 3 kg, v2 voor = 1 m/s
waarin positieve snelheden een beweging naar rechts voorstellen. Nu stellen we ons de botsing voor op een kar die beweegt met een snelheid van 2 m/s. Voor een buitenstaander is er niets veranderd. Maar ten opzichte van de kar zijn de snelheden nu
- v1 voor, op kar = 5 - 2 = 3 m/s
- v2 voor, op kar = 1 - 2 = -1 m/s (beweging naar links)
Op de kar is de som van de impulsen 1 x 3 + 3 x (-1) = 0. Bij de botsing keren de snelheden eenvoudig om, dus
- v1 na, op kar = -3 m/s
- v2 na, op kar = --1 = 1 m/s
Voor de buitenstaander zijn de snelheden
- v1 na = -3 + 2 = -1 m/s (beweging naar links)
- v2 na = 1 + 2 = 3 m/s
Controle van de behoudswetten voor en na de botsing geeft: impuls (8 kgm/s) en energie (14 J) beide behouden zoals het hoort bij een veerkrachtige botsing.
De snelheid van de kar van 2 m/s is juist de eindsnelheid bij een plakkende botsing (volledig inelastisch). Dan is de eindmassa 1 + 3 = 4 kg en de snelheid dus 2 m/s om de behouden impuls van 8 kgm/s te krijgen. (Bij deze onveerkrachtige botsing wordt veel bewegingsenergie omgezet: er is maar 8 J over, dus 6 J is 'verloren'.)
[bewerken] Zie ook
- Botsingstheorie voor reacties tussen moleculen in de scheikunde.
- Wikibooks:Klassieke Mechanica/Botsingen
| Referenties |


.