Boudewijn Henny
Frans Boudewijn Henny (Bilthoven, 4 januari 1943) is een assuradeur en mededirecteur van het verzekeringsbedrijf Conservatrix in Baarn.
Boudewijn Henny en zijn broer Ewout verkregen landelijke bekendheid door een moord in 1960 die bekend staat als de 'Baarnse moordzaak'. Zij waren toen respectievelijk 17 en 15 jaar oud. Samen met hun 16-jarige vriend Hennie Werkhoven vermoordden de beide broers de toen 14-jarige Theo Mastwijk. Tijdens de eerste verhoren ontsnapte Boudewijn en was hij enige tijd spoorloos, waardoor de zaak nog meer aandacht kreeg in de media. Het proces in deze zaak vond plaats in de Arrondissementsrechtbank Utrecht in maart 1963, na beëindiging van het vooronderzoek.
Boudewijn Henny en Hennie Werkhoven werden beiden veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf en TBS, met aftrek van voorarrest. De jongere broer kreeg zes jaar en TBS. Er werd geen hoger beroep ingesteld. Om zijn terugkeer in de maatschappij te bevorderen werd Boudewijn omstreeks eind 1965 vanuit de gevangenis in Alkmaar overgeplaatst naar de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. Hier onderging hij een psychiatrische behandeling en werd hij in staat gesteld zijn studie wis- en natuurkunde voort te zetten aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hoewel zijn detentie en het behandelplan volgens toen gangbare procedures verliep, werd er in de media veel ophef over gemaakt. In 1967 kwamen er Kamervragen of hier geen sprake was van onterechte bevoorrechting (klassenjustitie).
Tijdens zijn studietijd beoefende hij succesvol de roeisport. In 1972 nam hij deel aan de Olympische Spelen in München, als lid van de Nederlandse roeiploeg, die overigens niet in de medailles viel.
Boudewijn Henny is de zoon van de actuaris dr. C.P. Henny, die directeur was van het in 1869 opgerichte verzekeringsbedrijf Conservatrix. In het begin van de jaren tachtig namen de beide zonen Boudewijn en Ewout Henny de leiding van het bedrijf over. Sinds 1920 is dit gevestigd in Huize Canton te Baarn, hetzelfde pand waar zij in hun jeugd woonden en waar het drama zich in 1960 had afgespeeld.
Het blad Quote vermeldde de moordzaak in 2007 in hun jaarlijkse Quote 500, waar de gebroeders Henny op de 178e plaats staan met een geschat vermogen van 147 miljoen euro.[1]. De broers kondigden daarop aan een rechtszaak aan te spannen tegen het tijdschrift, aangezien zij zich in hun privacy en goede naam aangetast voelden. Zij voerden dat voornemen evenwel nooit uit.
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ "Baarnse moordenaars nr.178 in Quote-500", De Telegraaf, 31 oktober 2007.