Boudewijn IV van Henegouwen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boudewijn IV van Henegouwen
1109-1171
Graaf van Henegouwen
Periode 1120-1171
Voorganger Boudewijn III
Opvolger Boudewijn V
Vader Boudewijn III van Henegouwen
Moeder Yolanda van Gelre

Boudewijn IV (ca. 1110Bergen, 2 november 1171), bijgenaamd de Bouwer, was graaf van Henegouwen van 1120 tot aan zijn dood. Als minderjarige zoon van Boudewijn III regeerde hij aanvankelijk (tot 1127) onder het regentschap van zijn moeder, Yolanda van Gelre.

In 1127 trouwde Boudewijn met Aleidis van Namen (ca. 1110 - juli 1169, begraven te Bergen), dochter van graaf Godfried van Namen en van Ermesinde van Luxemburg. Daarbij werd overeengekomen dat indien het huis van Namen geen erfgenamen zou hebben, Boudewijn en Aleidis de Naamse goederen zouden erven. Ook in 1127 werd de Vlaamse graaf Karel de Goede vermoord. Boudewijn greep dit voorval aan om de aanspraken van zijn familie op Vlaanderen weer te doen gelden (achterkleinzoon van Boudewijn VI van Vlaanderen]). Hij bezette Oudenaarde en Ninove. De koning van Frankrijk wees echter Willem Clito aan als graaf van Vlaanderen werd. Boudewijn kon niet anders doen dan de bezette gebieden te verwoesten en zich weer terug te trekken. Uiteindelijk wist Diederik van de Elzas graaf van Vlaanderen te worden. Boudewijn probeerde weer om Vlaanderen aan te vallen maar werd in 1128 verslagen door Diederik.

Diederik van de Elzas nam deel aan de Tweede Kruistocht en Boudewijn probeerde hiervan gebruik te maken door opnieuw Vlaanderen aan te vallen. Diederiks vrouw Sybille van Anjou wist echter stand te houden. Er volgende een paar jaar van verwoestingen en plundertochten. Na thuiskomst van Diederik werd in 1151 een vrede gesloten tussen Vlaanderen en Henegouwen en werd afgesproken dat die door een huwelijk zou worden bezegeld.

Boudewijn richtte zich nu op andere mogelijkheden om zijn bezit uit te breiden. In 1158 kocht hij Ath, in 1159 verwierf hij Chimay (stad) en in 1160 verwierf hij de burggraafschappen Valencijn en Oosterbant. Zijn zwager Hendrik I van Namen, die ook hertog van Luxemburg was, was kinderloos en benoemde Boudewijn in 1163 tot zijn erfgenaam als dat zo zou blijven - maar Hendrik zou in 1186, op 72-jarige leeftijd, nog een dochter krijgen.

In 1169 vond dan het huwelijk plaats tussen Boudewijns zoon Boudewijn V en Margaretha van de Elzas, dochter van Diederik van Elzas die uiteindelijk erfgename van Vlaanderen zou worden. Boudewijn toonde de bruiloftsgasten in Le Quesnoy het paleis dat hij daar liet bouwen, toen de steiger bezweek waar het gezelschap op stond. De gasten waren allemaal lichtgewond maar Boudewijn zou beide benen en zijn rug hebben gebroken. Hij overleefde het ongeluk nog meer dan een jaar voordat hij in Bergen overleed. Boudewijn is begraven in het Mariaklooster van Binche.

Zijn bijnaam kreeg Boudewijn IV vanwege de versterkingen die hij langs de grens van Henegouwen met Brabant en Vlaanderen liet aanbrengen, de ommuring van steden als Bergen en Le Qeusnoy en de bouw van kerken zoals de Waltrudiskerk in Bergen.

Kinderen[bewerken]

Boudewijn en Aleidis kregen de volgende kinderen:

  • Yolande (1131-1202), gehuwd met Ivo van Soissons, heer van Néelle en van Falvy, (- 1157) en met graaf Hugo IV van Saint-Pol. Ze kreeg twee dochters bij haar tweede man
  • Boudewijn (1134-1147), jong gestorven,
  • Agnes, bijg. de Manke (1142-1168), gehuwd met Rudolf I van Coucy. Ze kreeg drie dochters.
  • Lauretta (ovl. 9 aug 1181), gehuwd met Diederik van Gent (-1165), laatste heer van Aalst en Waas, en (1173) met Burchard IV van Montmorency. Moeder van vijf kinderen uit haar tweede huwelijk, waaronder Mathieu II van Montmorency, "de Grote", constabel van Frankrijk.
  • Godfried (1147-1163) , graaf van Oosterbant, gehuwd met Eleonora van Vermandois. Zijn vader gaf hem een aandeel in het bestuur maar Godfried overleed kort na zijn meerderjarigheid, terwijl hij voorbereidingen trof om naar het Heilige Land te gaan. Begraven in de Waltrudiskerk te Bergen.
  • Boudewijn V (1150-1195)
  • Hendrik (-1230), heer van Sebourg, van Angre en van Fay, gehuwd met Johanna van Cisoing en met Mahaut van Lalaing. Vader van twee zoons: Boudewijn (jong overleden) en Filips die hem opvolgde. Zijn twee dochters werden allebei non te Gellingen.
  • Eustaas, 1198 proost van de Waltrudiskerk in Bergen
  • Berta, gehuwd met ene Egidius, moeder van Gerard en enkele dochters

Boudewijn had drie buitenechtelijke zoons:

  • Gerard (ovl. 1179), begraven in de Waltrudiskerk van Bergen
  • Willem (ovl. na 1219), heer van Thy-le-Château, regent van Henegouwen (1201-1205), kanselier van Vlaanderen, voogd van Saint-Saulve. Getrouwd met Hedwig van Saint-Saulve, ze kregen zeven kinderen.
  • Gerard (ovl. na 1205), proost van Sint-Pieter (Lille), proost van Sint-Omaars, proost van Sint-Donaas (Brugge), kanselier van Vlaanderen (1196-1205).