Boudewijn V van Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boudewijn V
10131067
Graaf van Vlaanderen
Graaf van Artesië
Graaf van Zeeland
Periode 1035 - 1067
Voorganger Boudewijn IV
Opvolger Boudewijn VI
Markgraaf van Valencijn
Periode 1013 - 1045
Voorganger Arnulf van Valencijn
Opvolger Herman van Bergen
Markgraaf van Ename
Periode 1056/57 - 1067
Voorganger -
Opvolger Boudewijn VI (het markgraafschap wordt allodium van Rijks-Vlaanderen
Vader Boudewijn IV
Moeder Otgiva van Luxemburg

Boudewijn V van Rijsel, ook bijgenaamd de Grote (ca. 1013 - Rijsel?, 1 september 1067), zoon van Otgiva van Luxemburg en Boudewijn IV van Vlaanderen, volgde zijn vader op in 1035 als graaf van Vlaanderen tot aan zijn dood.

In 1028 huwde hij met Adela van Frankrijk (1009 - Mesen, 8 januari 1079), dochter van koning Robert II van Frankrijk en Constance van Arles. Zij was eerder verloofd geweest met hertog Richard III van Normandië die echter in 1027 overleed. Adela zou de drijvende kracht zijn geweest achter Boudewijns opstand tegen zijn vader, Boudewijn IV, om een groter aandeel in het bestuur te krijgen. Boudewijn IV moest naar Normandië vluchten. Hij trouwde voor de tweede maal met Eleonora van Normandië, dochter van Richard II van Normandië en vader van Richard III en wist met Normandische steun de opstand van zijn zoon snel te onderdrukken (12 september 1028 te Oudenaarde). In 1030 verzoende Boudewijn zich met zijn vader en kreeg inderdaad een taak in het bestuur.

In 1033 veroverde hij Ename en slechtte de muren van de vesting. In 1035 werd Boudewijn graaf van Vlaanderen als opvolger van zijn vader. Boudewijn verwierf Zeeland en Lens (Frankrijk). Hij steunde de rebellie van hertog Godfried II van Lotharingen en plunderde de palts van Nijmegen en het prinsbisdom Luik. Daarom werden hem zijn Duitse rijkslenen in 1046 ontnomen, met name de mark Valencijn.

In 1049 viel keizer Hendrik III Vlaanderen aan maar moest zich na een plundertocht terugtrekken, en dit gebeurde nog een keer in 1054. Na het plotseling overlijden van keizer Hendrik III (1056) en de minderjarigheid van diens zoon Hendrik IV werden door de Lotharingse rijksedelen, aartsbisschop Anno II van Keulen en paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen, de vredesbesprekingen van Andernach (1056 en 1059) met Boudewijn gevoerd.

Hierna kwam hij in 1056/1059 definitief in het bezit van Ename en verkreeg hij ook het markgraafschap Antwerpen. Dit waren belangrijke Lotharingse bolwerken (ten oosten van de Schelde, van oudsher de scheidingslijn tussen Frankrijk en het Duitse rijk). Hij consolideerde aldus met succes de door zijn vader begonnen politiek om ook Duitse rijkslenen te verwerven. Zijn opvolgers werden aldus leenmannen van de keizer. Het betrokken gebied wordt daarom ook Rijks-Vlaanderen genoemd.

Boudewijn dwong Richilde van Henegouwen, weduwe van Herman van Bergen (overleden 1051), tot een huwelijk met zijn zoon Boudewijn (VI). Door zijn toedoen werden de kinderen uit Richildis' eerste huwelijk van hun erfrechten beroofd en lijfde hij de facto Henegouwen bij Vlaanderen in. Na de verzoening met de Duitse keizer werd ook dit wegens bloedverwantschap canoniek ongeldige huwelijk door de paus kort nadien gelegitimeerd.

Boudewijn bood in 1049 onderdak aan de verbannen Swein Godwinson, graaf van Herefordshire. In 1051 bood hij ook onderdak aan diens verbannen vader Godwin van Wessex.

Kort voor zijn dood steunde Boudewijn V nog de expeditie naar Engeland (1066) van zijn schoonzoon Willem de Veroveraar, die gehuwd was met zijn dochter Mathilde van Vlaanderen. Deze stellingname was echter niet zonder risico's: de opkomst van het Anglo-Normandisch blok, dat voor Vlaanderen gevaarlijk kon worden, werd er niet door tegengewerkt. Een van de redenen van Boudewijns keuze was waarschijnlijk dat hij op die manier de kans zag om een deel van de dissidente adel die Willem op zijn tocht vergezelde, kwijt te raken.

Door het huwelijk van Boudewijns tweede zoon, Robrecht de Fries, met Geertrui, weduwe van de graaf van Holland, strekte de Vlaamse invloedssfeer zich over een groot deel van de Nederlanden uit.

Zo groot was Boudewijns aanzien, dat hij bij de dood van de Franse koning Hendrik I (1060) voogd werd over diens minderjarige troonopvolger Filips I.

Op het binnenlandse vlak heeft Boudewijn het grafelijke gezag verstevigd door het territoriale bestuur te reorganiseren (kasselrijen in plaats van gouwen) en de bevoegdheden van de kloostervoogden in te krimpen (mede door de invloed van de kerkelijke hervormingsbeweging van Richard van Saint-Vanne). Om het dunbevolkte en ongecultiveerde centrale gedeelte van zijn graafschap beter te verbinden met de rijke steden, die zich aan de kust en de Schelde ontwikkelden, legde hij een gordel van nieuwe steden aan in Binnen-Vlaanderen: Torhout, Ieper, Mesen, Rijsel, Kassel en Ariën. Deze nieuwe stichtingen werden hoofdplaats van een kasselrij en kregen een jaarmarkt om de kooplieden aan te trekken.

Boudewijn V overleed op 1 september 1067 en werd begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent). Na zijn dood trok zijn weduwe Adela zich als non terug in een klooster te Mesen, waar zij in 1079 overleed.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Boudewijn was zoon van Boudewijn IV en van Otgiva van Luxemburg.

Boudewijn en Adela van Mesen, gehuwd in 1028, kregen de volgende kinderen:

  1. Boudewijn VI van Vlaanderen
  2. Mathilde van Vlaanderen
  3. Robrecht I van Vlaanderen

Voorouders[bewerken]

De voorouders van Boudewijn V van Vlaanderen
Boudewijn V van Vlaanderen
(1013-1067)
Vader:
Boudewijn IV van Vlaanderen
(980-1035)
Grootvader:
Arnulf II van Vlaanderen
(960-988)
Overgrootvader:
Boudewijn III van Vlaanderen
(940-962)
Overgrootmoeder:
Mathilde van Saksen
(942-1008)
Grootmoeder:
Suzanna van Italië
(950-1003)
Overgrootvader:
Berengarius II
(900-966)
Overgrootmoeder:
Willa van Toscane
Moeder:
Otgiva van Luxemburg
(986-1030)
Grootvader:
Frederik van Luxemburg
(965-1019)
Overgrootvader:
Siegfried van Luxemburg
(922-998)
Overgrootmoeder:
Hedwig van Nordgau
(937-993)
Grootmoeder:
Irmentrude van Gleiberg
Overgrootvader:
Heribert von Gleiberg
Overgrootmoeder:
Irmtrud von Avalgau

Zie ook[bewerken]