Bovenkaakbeen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frontaal zicht op de schedel

Het bovenkaakbeen of maxilla[1] is een deel van de aangezichtsschedel.

Randen[bewerken]

Het bovenkaakbeen grenst aan het voorhoofdsbeen door de processus frontalis en de sutura frontomaxillaris. Aan de laterale zijde van het bovenkaakbeen loopt de processus zygomaticus. De mediaal gerichte processus palatinus vormt een deel van het harde verhemelte. De onderrand wordt gevormd door de processus alveolaris. Mediaal anterior ligt de incisura nasalis (vormt de neusholte). Aan de onderrand hiervan ligt de spina nasalis anterior. Hieronder ligt de sutura intermaxillaris.

Structuren[bewerken]

In het centrum van het bovenkaakbeen ligt het corpus maxillare. In het gebied van het bovenkaakbeen bevindt zich vlak onder de margo infraorbitalis, dicht bij de sutura zygomaticomaxillaris, het foramen infraorbitale. Hierdoor lopen de nervus infraorbitalis (een tak van de nervus maxillaris), een slagader en een ader. Onder de oogkas is het bovenkaakbeen ingevallen. Hierdoor ontstaat een groef, de fossa canina. Aan de processus frontalis, in aansluiting aan de margo infraorbitalis, ligt de crista lacrimalis anterior.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.