Boventoonzang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boventoonzang
Ondertoon-/keelkopzang
Keelkopzang met boventonen

Boventoonzang, (Mongools: chuumi) ook keelzang genoemd, is een in Centraal of Noord-Azië ontwikkelde zangtechniek. Met name Mongolië en de Russische deelrepubliek Toeva staan bekend om hun keelzangers maar ook andere Turkse volkeren, zoals de Altai, Chakassen, Basjkieren, Kazakken en Oezbeken praktiseren deze zangtechniek en zelfs de Ainu van Japan, de Inuit van Alaska, de Saami van Lapland en de Xhosa van Zuid-Afrika kennen een vorm van boventoonzang, waaruit blijkt hoe oud deze zangkunst is.

Door heel bewust gebruik te maken van formanten is het mogelijk om naast de door de stembanden veroorzaakte grondtoon, de boventonen daarvan zo te versterken dat er als het ware een extra stem ervaren wordt.

Door bijvoorbeeld een (lage) toon te zingen en de mondstand te veranderen: oe – oo – uu – eu – ie hoort men bij gelijkblijvende grondtoon een stijgende melodie. Boventoonzang vraagt veel oefening, stembeheersing en concentratie. Bij het boventoonzingen moet men als het ware zingen vanuit zijn rug, waarbij een zeer ontspannen houding en een goed contact met de vloer belangrijk is.

Boventoonzingen wordt veel gebruikt in combinatie met klankschalen.

Het fenomeen komt voor in de film 'Genghis Blues' uit 1990 van regisseur Roko Belic over de reis van de blinde Amerikaanse zanger Paul Pena naar de Russische deelrepubliek Toeva.

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]