Braam (geslacht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Braam
Blackberries on bush.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht
Rubus
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Braam met rijpe bramen
Het begin van een bramenstruweel (verbraming)
Rijpe bramen
Bloem van de braam
Peterseliebraam, onrijp, halfrijp en rijp

Braam is de naam van het plantengeslacht met de wetenschappelijke naam Rubus. Het is ook de naam van de vruchten van enkele belangrijke vertegenwoordigers van dit geslacht. Dit artikel behandelt beide begrippen.

De cultuurbraam is ontstaan uit kruisingen van verschillende braamsoorten, waardoor er geen soortnaam aan gegeven kan worden. Meestal worden de rassen van de cultuurbraam daarom onder het geslacht Rubus en de sectie Moriferi gerangschikt.

Algemeen[bewerken]

Tot Rubus behoren meer dan 600 soorten. De systematiek van braam is echter ingewikkeld door de grote vormenrijkdom als gevolg van hybridisatie, apomixie en polyploïdie. De meeste bramensoorten zijn min of meer ingewikkelde kruisingsproducten tussen verschillende soorten. Sommige bramensoorten kunnen ook met framboos gekruist worden. Hieruit zijn de loganbes en de taybes ontstaan.

Voor de teelt van bramen worden alleen nog stekelloze rassen gebruikt. Deze rassen zijn ontstaan uit kruisingen tussen verschillende Rubus-soorten en worden alleen onder de geslachtsnaam Rubus vermeld. Een bekende veelgebruikte doornloze cultivar is Rubus 'Thornless Evergreen'.

De Gewone braam (Rubus fruticosus) is een in heel Europa inheemse plant die met name langs bosranden voorkomt. De plant is een heester die 2 tot 6 meter hoog wordt. Elk jaar worden nieuwe stengels gevormd. Alleen de tweejarige stengels dragen vrucht, waarna deze afsterven.

Daarnaast komen in Nederland en België de volgende soorten voor:

In Europa komen verder nog voor:

Bloei[bewerken]

De bloei is van eind mei tot september en de bestuiving vindt plaats door insecten, met name bijen en hommels. Er zijn vruchten vanaf augustus.

Ecologische waarde[bewerken]

De braam is door zijn stekels redelijk beschermd tegen de vraat van grote grazers. Wanneer hij eenmaal aangeslagen is, neemt hij meer en meer ruimte in. Dit biedt dan tevens de gelegenheid aan bomen als de eik om tot wasdom te komen.

Waardplant voor nachtvlinders[bewerken]

Rubus-soorten zijn waardplant voor de nachtvlinders Acleris comariana, Acleris enitescens, Acleris laterana en Acleris rubivorella, voor Apocheima strigataria, de keizersmantel (Argynnis paphia), Automeris io, de parelmoervlinders (Brenthis daphne, Brenthis hecate en Brenthis ino), de nachtvlinder bonte beer (Callimorpha dominula), Callophrys chalybeitincta, het Boomblauwtje (Celastrina argiolus mauretanica), Celastrina ladon, de heide-oogspanner (Charissa obscurata), de Gevlekte winteruil (Conistra rubiginea), Croesia holmiana, Diachrysia balluca, Diarsia florida, Diurnea lipsiella, Epatolmis caesarea, de nachtvlinder Spaanse vlag (Euplagia quadripunctaria), de Bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea), Gnophos obfuscatus, Grammodes bifasciana, Grammodes stolida, de Vuursteenvlinder (Habrosyne pyritoides), Hartigia nigra, de boogsnuituil (Herminia grisealis), de Schaduwsnuituil (Herminia tarsicrinalis), de lijnsnuituil (Herminia tarsipennalis), de Geel-purperen spanner (Idaea muricata), de Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia), de Kleine breedbandhuismoeder (Noctua janthina), Noctuana haematospila, het licht visstaartje (Nola aerugula), Nordstromia argenticeps, Ocneria rubea, Orgyia vetusta, Paradiarsia punicea, het Levantspikkeldikkopje (Pyrgus melotis), de Oranje o-vlinder (Pyrrhia umbra), het kalkgraslanddikkopje (Spialia sertorius), Synchlora frondaria en de Geblokte zomervlinder (Thalera fimbrialis).

Bladmineerders[bewerken]

Rubus-soorten zijn waardplant voor een aantal bladmineerders: Agromyza potentillae, Agromyza sulfuriceps, Coleophora gryphipennella, Coleophora potentillae, Coleophora violacea, Ectoedemia erythrogonella, Ectoedemia rubivora, Emmetia heinemanni, Emmetia marginea, Incurvaria praelatella, Metallus albipes, Metallus pumilus, Stigmella poterii, Stigmella aurella en Stigmella splendidissimella.

Onkruid[bewerken]

De braam is overal in de wereld geïntroduceerd. Met name in Zuid-Afrika geldt deze exoot als een onkruid. Ook in Nederland wordt de braam soms als een onkruid gezien; wanneer hij de ruimte krijgt overwoekert hij snel veel ruimte. Dit verschijnsel wordt ook wel "verbraming" genoemd.

Vermeerdering[bewerken]

De braam vermeerdert zich door zaad, wortelstekken, zomerstekken en afleggen. De top van eenjarige stengels kan, als deze de grond raakt, gaan wortelen. Van de braam zijn er diverse rassen. Om de eigenschap van de moederplant te behouden dienen deze door vegetatieve wijze te worden vermeerderd. Sommige stekelloze rassen geven echter nog wel gestekelde wortelopslag.

Toepassingen[bewerken]

Van de braam worden vooral de vruchten gebruikt. De vruchten zijn donkerblauw. Bramen hebben een zoete smaak en worden zowel vers gegeten als verwerkt in bijvoorbeeld bramenjam.

Ook de bladeren van de braam kunnen voor consumptie gebruikt worden. Hiervoor moeten de bladeren, na het plukken, worden gedroogd op een droge en luchtige plaats. Hierna kan er van de gedroogde bladeren thee worden getrokken.[1]

Bijgeloof in het Verenigd Koninkrijk zegt dat na 15 september bramen niet gegeten dienen te worden. De duivel zou ze dan geclaimd hebben en een merkteken op de bladeren achtergelaten hebben. Mogelijk vindt de legende zijn oorsprong in de grotere kans op infectie in de tweede helft van september van de Botrytis cinerea. Aangetaste vruchten hebben geen prettige smaak en kunnen giftige stoffen bevatten.

Ook is het niet raadzaam bramen die langs een drukke verkeersweg groeien te plukken, vanwege de opeenhoping van giftige stoffen zoals in het verleden van lood.

Het RIVM adviseert wilde bosvruchten zoals bramen te wassen en liefst nog te koken (bijvoorbeeld in jam). Op plaatsen waar vossen voorkomen kunnen wilde vruchten namelijk besmet zijn met lintworm via de uitwerpselen van vossen. In Nederland en België is dit echter vrij zeldzaam.

Inhoudsstoffen[bewerken]

Zoals alle vruchten heeft ook de braam een lage pH-waarde, die varieert van 2,8 tot 3,8. Een liter bramensap bevat 8-15 gram zuur (gemiddeld 11,5 g), waarvan appelzuur het hoofdbestanddeel is. De braam bevat 9-16 % suiker bestaande uit glucose, fructose in ongeveer gelijke hoeveelheden en een klein beetje sacharose en maltose. De Brix-waarde is 9-14. Verder zit in bramen vooral vitamine C. Daarnaast bevatten bramen 1% eiwit, 6% koolhydraten en 1% vet. De energie-inhoud van 100 g bramen is 155 kJ.

Referenties[bewerken]

  1. Nijkamp J., Rook R., Slijper H. en Zweers K. (1976). De 12 maanden van het jaar. Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum.