Brabantsche Compagnie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Brabantsche Compagnie, ook wel de Nieuwe Brabantsche Compagnie genoemd, was een van de voorlopers van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), een zogenaamde voorcompagnie.

De Brabantsche Compagnie werd opgericht in 1599, onder andere door Isaac le Maire, Jacques de Velaer, Hans Hunger, Marcus de Vogelaer en Gerard Reynst, kooplieden en reders uit Amsterdam. De naam werd gekozen, omdat een belangrijk deel van de inschrijvers uit de zuidelijke Nederlanden afkomstig was die in het Amsterdam van toen allemaal 'Brabanders' genoemd werden.[1]

Het doel was handel drijven op China. De compagnie vroeg de Staten-Generaal om toestemming voor vier zeereizen met vier tot acht schepen. Het werd voor twee reizen toegestaan, mits daadwerkelijk alleen naar China gevaren zou worden. Anders zou de concessie worden ingetrokken. De Staten van Holland en West-Friesland gaven dezelfde toestemming.[2]

In 1599 zeilden vier schepen uit onder Pieter Both. Op Bantam ontmoette ze Steven van der Haghen en Jacob Wilkens in dienst van de Oude Compagnie. De schippers sloten een verbond gezamenlijk in te kopen om de prijs te drukken.

In 1600 ging de Brabantsche Compagnie met de Compagnie van Verre over in de Eerste Vereenigde Compagnie op Oost-Indië tot Amsterdam. Deze maakte één zeereis en ging in 1602 met de compagnieën van Rotterdam, West-Friesland en Zeeland over in de VOC.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Engelbrecht, W.A. en Herwerden, Dr. P.J. van (1945) De ontdekkingsreis van Jacob Le Maire en Willem Cornelisz. Schouten in de jaren 1615 - 1617 Deel 2 De Linschoten-Vereeniging XLIX (2). Martinus Nijhoff, Den Haag, p. 3
  2. Engelbrecht, W.A. en Herwerden, Dr. P.J. van (1945), p. 3