Brak water

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Brak water is zoutachtig water dat minder zout is dan zeewater. Het komt van nature voor op de overgang van zoet- naar zeewater, vaak bij riviermondingen. De grens tussen zoet- en brak water is tamelijk arbitrair en wordt meestal bij 0,3 - 0,5 promille (totaal zout) gelegd. Een andere manier om de grens tussen zoet en brak aan te geven is of het nog geschikt is als drinkwater. Ook deze grens is onscherp.

De overgangsgebieden kenmerken zich naast een relatief lage zoutconcentratie meestal door het voorkomen van getijden. Hierdoor ontstaat een speciaal biotoop. Voorbeelden zijn er in België en Nederland, buiten de rivieren, alleen op kleine schaal, hoewel er tegenwoordig gewerkt wordt aan een herstel van deze biotopen. De biotopen zijn van belang voor sommige soorten vissen en vogels. Voorbeelden zijn de Ouderkerkerplas, Friesland buitendijks, de Polder Breebaart, de Dollard, het Verdronken Land van Saeftinghe en het Veerse Meer.

De invloed van de zee langs de kust is door brakke kwel soms tot enkele tientallen kilometers landinwaarts te merken. Deze kwel kenmerkt zich ook door het brakke karakter waardoor ziltminnende planten als engels gras en lepelblad voor kunnen komen op plekken die niet direct aan zout water liggen. Door de toevoer van zoet water naar landbouwgebieden (met name voor de bloembollenteelt en vollegrondsgroenten), zoals in Noord-Groningen, is veel waardevolle brakwatervegetatie verloren gegaan. Men probeert dit te compenseren door het inrichten van natuurgebieden zoals de Ruidhorn, en Feddema's plas, beide in Groningen.

Definitie brak water[bewerken]

Er is geen algemeen aanvaarde definitie voor de term brak water. De definitie van natuurlijk brak water ligt bij 0,3 promille (delen per duizend) zout. Voor de landbouw worden de onderstaande waarden gehanteerd.

Omdat er geen eensluidende definitie van brak water is, en de tolerantie voor zout per gewas en ras sterk kan verschillen, is het duidelijker om de hoeveelheid zout in het water aan te geven. Hierbij kan nog onderscheid gemaakt worden tussen saliniteit (het zoutgehalte) en het chloridegehalte. Water met een zoutgehalte van 35‰ heeft een chloridegehalte van 19,4‰. De onderstaande tabel geeft het zoutgehalte.

Aanduidingen voor de saliniteit van water (in ‰, delen per 1000)
Zoet Brak Licht zilt Matig zilt Zeer zilt Zout Pekel
< 0,5 0,5-1 1-3 3-10 10-30 30-50 > 50