Brandgans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De brandgans (Branta leucopsis) is een gans uit de familie Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden).

Inhoud

[bewerken] Kenmerken

Het is een sterke vogelsoort die weinig of geen last ondervinden van vriesweer. Ze zijn een circa 60 cm grootte gans. Met geelachtige witte kop, waarvan de achterzijde zwart is, idem de zwarte nek en bovenborst. Als deze gans tijdens de winter aan de Nederlandse kust opduikt, worden ze al vlug verraden door het wit van hun wangen dat fel afsteekt op het zwart van de kop en hals.

[bewerken] Voorkomen

In het binnenland komen deze ganzen zeer weinig, of zelfs niet, voor. Hun verspreidingsgebied is het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, van de oostkust van Groenland tot Spitsbergen en het zuiden van Nova Zembla. In de zomer broeden de vogels rond de poolcirkel, waar ze door de extreem lange daglengte bijna 24 uur per dag zicht hebben en zo in staat zijn hun eieren en later kuikens te beschermen. Belangrijke predatoren, zoals poolvossen, hebben zo aanzienlijk minder kans om de brandganzen te bedreigen. Het wintergebied bevindt zich vooral aan de kusten van Ierland, de westkust van Schotland en de Noordzeekust van Duitsland en Nederland. Tijdens zeer strenge winters dalen ze af tot België en Frankrijk. Over het algemeen volgende deze dieren de zogenaamde vorstlijn, en trekken ze met dit vorstgebied mee. Hiermee weten ze een aantal van hun natuurlijke vijanden te ontlopen. De laatste jaren blijven en broeden grote groepen brandganzen ook steeds meer in Nederland en zijn dus het hele jaar door op Nederlandse graslanden te vinden.

[bewerken] Voedsel

Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit gras, maar ook nuttigen ze diverse mos-soorten en ander groen. Ook eten ze naast gras en zeegras ook veel zaden en dit is zeer ongewoon bij ganzen. Het zoeken naar voedsel vindt doorgaans plaats bij daglicht, en ze begeven zich bij de dageraad en tegen het vallen van de avond naar veilige gelegen rustplaatsen bij volle maanlicht kunnen ze het voedsel zoeken de hele nacht voortzetten. Tijdens de poolzomer, wanneer het helemaal niet meer donker wordt, eten ze ook de hele dag door, om zich vet te mesten voor de trek naar het zuiden in de winter. De brandgans eet voornamelijk eiwitrijke jonge scheuten gras, die tamelijk kort worden afgegraasd. Het eiwit wordt verteerd, en het groene gras zelf wordt via de ontlasting weer uitgescheiden.

[bewerken] Nest

De nesten worden minstens een meter van elkaar afgebouwd. Een legsel bestaat uit drie tot zeven eieren van grijsachtig-witte kleur welke gedurende 24 à 25 dagen bebroed worden.

[bewerken] Opvoeding

Na het uitvliegen der jongen vormen ze groepen van meerdere families bij elkaar.

[bewerken] Gevangenschap

De Brandgans is een veel gehouden sierwatervogel. Echter zij wordt beschermd door de Flora- en Faunawet en mag dus enkel worden gehouden indien ze is gekweekt. In gevangenschap moeten ze kunnen beschikken over zwemwater en een grasveld daar ze in hoofdzaak veel gras eten. Het menu in gevangenschap bestaat verder voornamelijk uit speciaal watervogelvoer.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken