Brandpreventie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder brandpreventie verstaat men het nemen van maatregelen ter voorkoming en beperking van brand, de gevolgen van brand en het waarborgen van de ontvluchting van personen.

Organisatorische maatregelen[bewerken]

Brandpreventie begint bij de mensen zelf, zij nemen de risico's waardoor een brand kan ontstaan.

Apparatuur[bewerken]

Apparatuur die veel stroom gebruikt (wasmachine, wasdroger) hebben een grotere kans op het veroorzaken van brand. Maar ook televisies kunnen brand veroorzaken. In een televisie zitten vaak elektronische onderdelen, die direct contact maken met het lichtnet. Door stof en vettige neerslag binnenin de televisie kan er een stroom gaan lopen die warmteontwikkeling geeft. Daarom kan een televisie beter met de schakelaar uitgezet worden, in plaats van het op de Standby te laten staan. Ook een strijkijzer kan brand veroorzaken, maar daarbij is het meestal onbedachtzaamheid van de gebruiker, door bijvoorbeeld het strijkijzer op de kleding te laten staan wanneer de telefoon gaat.

Werkzaamheden[bewerken]

Werkzaamheden waarbij brandbare stoffen in aanraking komen met vonken of vlammen hebben een verhoogd risico. Bijvoorbeeld het repareren van bitumineuze daken met een gasbrander is brandgevaarlijk. De bitumineuze dakbedekking wordt zacht gemaakt door een vlam, maar het materiaal zelf is ook brandbaar. Daar komt bij dat bij fel zonlicht soms slecht te zien is of het materiaal vlam gevat heeft. Het is daarom noodzakelijk om altijd twee poederblussers (ABC-blussers) van ongeveer 5 kilogram bij zich te hebben. Als er onverhoopt brand uitbreekt, moet er EERST de brandweer gealarmeerd worden. Daarna dient iedereen de omgeving direct te verlaten. Pas DAN kan een bluspoging worden gewaagd. Lukt de bluspoging niet, dan is het wachten op de brandweer die meestal rond de 10 minuten ter plaatste is. Wacht men te lang met alarmeren en woedt de brand verder, dan is de kans zeer groot dat de brand oncontroleerbaar wordt.

Bij werkzaamheden aan het groot dak met een brander er altijd voor zorgen dat men via twee plaatsen het dak kan verlaten via een ladder. Dit om te voorkomen dat een brand een vluchtweg afsnijdt en men niet meer het dak af kan. Hoe meer vluchtwegen aanwezig zijn, hoe kleiner de kans door brand ingesloten te worden.

Bouwkundige voorzieningen[bewerken]

Brandcompartimentering[bewerken]

Volgens het brandbeveiligingsconcept van het Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) uit omstreeks 1990 en het Bouwbesluit is het belangrijkste element om uitbreiding van de brand te voorkomen: het brandcompartiment. Een brandcompartiment is een deel van het gebouw met als eigenschap dat een brand die in dat compartiment ontstaat, gedurende een bepaalde periode (afhankelijk van het type gebouw), maar minimaal 20 minuten binnen dat compartiment blijft. Diegenen die zich in het compartiment bevinden waarin de brand ontstaat, moeten in staat zijn binnen een halve minuut een veilige ruimte te bereiken. Na een halve minuut neemt het gevaar op verstikking door de rook heel snel toe.

In het bouwbesluit (bouwregelgeving) is brandcompartimentering een belangrijk onderdeel. Hierbij wordt uitgegaan van het beheersbaar houden van een eventuele brand. De maximale oppervlakte van een brandcompartiment wordt bij (de meeste) nieuw te bouwen gebouwen gesteld op 1000 m² (er zijn mogelijkheden om grotere ruimten te maken door een of meerdere gelijkwaardige oplossingen). Een bouwwerk wordt onderverdeeld in brandcompartimenten door middel van constructies welke een weerstand hebben tegen brand (WBDBO, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag). Dit houdt in dat de constructie ervoor zorgt dat een brand voor een bepaalde periode binnen één compartiment blijft. Eventueel aanwezige deuren in deze constructies moeten zelfsluitend zijn en ook brandwerend.

Rookcompartimentering[bewerken]

Een veilige vluchtroute wordt gerealiseerd door een verdere indeling in rookcompartimenten. Door die rookcompartimenten moet men een gebouw veilig kunnen verlaten.

Brandvoortplanting[bewerken]

De vloerbedekking, raambekleding en meubilair kunnen een beginnende brand aanwakkeren. Met name het polyetherschuim dat bijvoorbeeld in matrassen, bankstellen en fauteuils gebruikt wordt kan bij brand zeer veel dichte rook veroorzaken.

Bepaalde materialen kunnen giftige gassen afgeven bij brand. Een voorbeeld hiervan zijn plastic panelen. Van dergelijke materialen is vaak ook een (duurdere) soort te koop, die veel minder giftige gassen afgeeft.

Installatietechnische voorzieningen[bewerken]

Enkele voorbeelden van de meestvoorkomende installatietechnische voorziening ter bestrijding, beheersing of ontdekking van brand:

Fire Safety Engineering[bewerken]

De laatste jaren is het erg in opkomst om naast de standaard bouwregelgeving het zogenaamde "Fire Safety Engineering" (FSE) toe te passen. Hierbij worden niet strikt de bouwregels nageleefd, maar wordt er door middel van wetenschappelijke reken- en simulatie- modellen een gelijkwaardig veilige situatie onderbouwd. Dit wordt meestal gedaan met CFD modellen en aanverwante rekenmethoden.

Wetgeving[bewerken]

De basis van de wetgeving rondom brandpreventie is de bouwregelgeving. Dit begint met de woningwet die vervolgens het bouwbesluit en gebruiksbesluit aanstuurt, in het bouwbesluit worden worden de bouwkundige eisen geformuleerd en in het gebruiksbesluit staan gebruiksvoorwaarden. Vanuit deze regelgeving wordt alle semiregelgeving aangestuurd, zoals NEN normen. Deze NEN normen geven invulling aan enkele kort omschreven eisen in het bouwbesluit.

Zie ook[bewerken]