Brandstapel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Brandstapel voor de crematie van de boeddhistische abt Chan Kusalo in Chiang Mai, Thailand
Heksenverbranding
Afbeelding uit de Wickiana
William Tyndale op de brandstapel in Vilvoorde

Een brandstapel is een vuur waarop een menselijk lichaam wordt verbrand.

De brandstapel werd en wordt in sommige landen, zoals India en Papoea (Papoea en West-Papoea) in Indonesië, gebruikt om een dode te cremeren. Dit gebeurde voor de kerstening ook in Nederland.

Verder heeft de brandstapel een lange historie als methode tot het voltrekken van de doodstraf voor misdaden als hoogverraad, ketterij en hekserij. Vooral tijdens de Inquisitie zijn veel mensen tot de brandstapel veroordeeld. Tegenwoordig doet deze straf wreed aan, maar in de Middeleeuwen geloofde men dat de veroordeelde zijn ziel van het vagevuur zou kunnen redden door de reinigende werking van de vlammen. Terechtstellingen op deze wijze vonden plaats in het openbaar, deels als (leed)vermaak maar vooral als waarschuwing voor de toeschouwers, opdat zij niet dezelfde misdrijven zouden begaan.

Proces[bewerken]

De veroordeelde werd vastgebonden aan een rechtop staande paal met daar omheen een (meestal) nauwkeurig aangelegde verzameling brandhout. Afhankelijk van de omstandigheden (en kennissenkring) van de veroordeelde werd soms aan naaste verwanten toegestaan om makkelijk brandbare stukken hout en papier tussen de kleding van het slachtoffer te stoppen om het proces zo veel mogelijk te bespoedigen.

In sommige gevallen werd als een soort van genade nat hout gebruikt of werd het hout zodanig neergelegd dat het vuur een grote rookontwikkeling tot gevolg zou hebben. De veroordeelde stierf dan met enig geluk door verstikking voordat de vlammen vat op hem/haar zouden krijgen.

Spaanse Inquisitie[bewerken]

De voornaamste reden van de Spaanse Inquisitie voor deze wijze van terechtstelling was om geen (zichtbaar) bloed te hoeven vergieten. De Rooms-katholieke Kerk deed alles om zich te houden aan het dogma Ecclesia non novit sanguinem (de kerk is onbesmeurd door bloed).

De schattingen van het aantal mensen dat door de Spaanse Inquisitie ter dood veroordeeld is tijdens haar bestaan (van 1478 tot 1834) lopen uiteen. Wel is uit het bestuderen van archieven gebleken dat ongeveer 2% van de door de inquisitie gevoerde processen de doodstraf als resultaat had.

De executie werd uitgevoerd door de burgerlijke overheid. Als de verdachte berouw toonde werd hij door wurging om het leven gebracht waarna zijn lijk op de brandstapel verbrand werd. Had de verdachte geen berouw, dan werd hij levend verbrand.

Beroemde slachtoffers[bewerken]

Overig gebruik[bewerken]

  • Brandstapels zijn ook gebruikt tijdens verschillende pogingen om kunst en gedachtegoed te vernietigen. Berucht zijn onder andere de beeldenstorm in 1566 en de boekverbrandingen kort na de machtsgreep in Duitsland door de NSDAP in 1933.
  • Met Pasen worden in een groot deel van Europa grote brandstapels, zogenoemde "paasvuren", aangestoken.