Brasileodactylus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Brasileodactylus araripensis is een pterosauriër, behorend tot de groep van de Pterodactyloidea, die tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige Brazilië.

De soort werd in 1984 benoemd door Alexander Wilhelm Armin Kellner. De geslachtsnaam verwijst naar Brazilië en verbindt dit met daktylos, "vinger" in het Klassiek Grieks, een gebruikelijk element in pterosauriërnamen sinds Pterodactylus en vooral een dat zeer populair is bij Braziliaanse soorten. De soortaanduiding verwijst naar het Araripe-plateau.

Het holotype, MN 4804-V (Museu Nacional, Rio de Janeiro) uit het Aptien, 115 miljoen jaar oud, bestaat uit de voorkant van de onderkaken. Deze zijn, zoals normaal bij afgeleide pterosauriërs, vooraan samengegroeid. Deze smalle symfyse draagt tanden en verbreedt zich weer iets naar voren toe. De bewaarde lengte is 112 millimeter. Volgens een latere analyse van Kellner uit 2000 toont het holotype twee duidelijke autapomorfieën, unieke eigenschappen: de verbreding doet zich voor vanaf de derde tandkas en vormt een vlak oppervlak; op de verbreding bevindt zich in het midden een groeve die begint bij de punt en naar achteren verbreedt. Het is niet bekend of het exemplaar volwassen was.

Later is nog ander materiaal aan Brasileodactylus toegewezen, zoals BSP 1991 I 27, een gedeeltelijk skelet, dat André Jacques Veldmeijer voorzichtigheidshalve aanduidde met een Brasileodactylus sp. indet., dus een nog onbepaalde soort binnen het geslacht; SMNS 55414, een onderkaakfragment; MN 4797–V, voorkant van snuit en onderkaken en het beste exemplaar, AMNH 24444, bestaande uit een hele schedel, 429 millimeter lang, met lang linkervleugelfragment, dat Veldmeijer weer als een Brasileodactylus sp. indet. ziet.

De andere exemplaren geven nog enkele kenmerkende details. Brasileodactylus heeft 26 tanden in de bovenkaken. Alle tanden zijn vrij klein, behalve de voorste die ver uitsteken. Het eerste kootje van de vleugelvinger is elliptisch, niet driehoekig, in doorsnede. De schedel was erg langwerpig en liep spits toe. Misschien dat er een kam aanwezig was op de achterkant van de schedel.

David Unwin zag Brasileodactylus in 2001 als een soort van Anhanguera maar herriep dat later. Eberhard Frey meende in 2003 dat het soort was van Coloborhynchus. Kellner en Veldmeijer zien het taxon echter als valide omdat een verklaring van de verschillen door een beroep te doen op rijping, individuele variatie of seksuele dimorfie gezien het gebrek aan fossielen niet statistisch bewezen kan worden. In 2007 stelden Unwin en David Martill dat Ludodactylus wellicht een jonger synoniem is van Brasileodactylus maar schortten hun oordeel op, opnieuw bij gebrek aan beslissend bewijs.

Kellner plaatste Brasileodactylus eerst in de Ornithocheiridae maar in 1991 veel voorzichtiger in een Pterodactyloidea incertae sedis. In 2000 gaf hij aan te vermoeden dat de soort nauw verwant moet zijn aan de Anhangueridae. Brasileodactylus heeft geen kammen op de snuit of onderkaak, welke de meeste vormen uit de formatie, met uitzondering van Cearadactylus en Ludodactylus, wel bezitten. Volgens Veldmeijer in 2009 zouden ze daarom samen in een groep verenigd kunnen worden maar hij zag daarvan af, gezien het gebrek aan gegevens.

Brasileodactylus was vermoedelijk een viseter met een vleugelspanwijdte van ruwweg vier meter.

Literatuur[bewerken]

  • Kellner, A.W.A., 1984, "Ocorrência de uma mandibula de Pterosauria (Brasileodactylus araripensis nov.gen.; nov. sp.) na formação Santana, Cretáceo da chapada do Araripe, Ceará-Brasil", XXXIII Anais Congresso Brasileiro de Geologia, Rio de Janeiro, 1984, pp. 578–590
  • Veldmeijer, A.J., Meijer, H.J.M. & Signore, M., 2009, "Description of Pterosaurian (Pterodactyloidea: Anhangueridae, Brasileodactylus) remains from the Lower Cretaceous of Brazil", DEINSEA 13: 9-40