Bravoceratops

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bravoceratops
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Bravoceratops polyphemus
Bravoceratops polyphemus
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Ornithischia
Onderorde: Cerapoda
Infraorde: Ceratopia
Familie: Ceratopidae
Onderfamilie: Chasmosaurinae
Geslacht
Bravoceratops
Wick & Lehman, 2013
Typesoort
Bravoceratops polyphemus
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Dinosauriërs

Bravoceratops is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de Ceratopia, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika. De enige benoemde soort is Bravoceratops polyphemus.

Vondst en naamgeving[bewerken]

In het Big Bend National Park in Texas zijn gedurende de twintigste eeuw kleine fragmenten van ceratopiden gevonden. Die werden of toegewezen aan Torosaurus of verwezen als een "El Picacho ceratopiër" naar gelijksoortige vondsten die westelijker in even oude lagen van de El Picacho Formation werden gedaan. In de eenentwintigste eeuw echter, werd er in het park op de Hippiewalk-vindplaats, ten noordoosten van de Paint Gap Hills, een vrij volledige schedel opgegraven.

In 2013 is de typesoort Bravoceratops polyphemus benoemd en beschreven door Steven Wick en Thomas Lehman. De geslachtsnaam combineert een verwijzing naar de Rio Bravo del Norte met een gelatiniseerd Grieks ~ceratops, vanuit κέρας, keras, "hoorn", en ὤψ, oops, "gezicht", een gebruikelijk achtervoegsel in de namen van ceratopiërs. De soortaanduiding is de naam van de cycloop Polyphemos, een verwijzing naar een centrale uitholling op de middenbalk van het nekschild die deed denken aan de eenogige schedel van deze reus.

Het holotype, TMM 46015-1, is gevonden in een laag van de Javalinformatie die dateert uit het vroege Maastrichtien. Het bestaat uit een gedeeltelijke schedel met onderkaken. De elementen daarvan zijn niet in verband gevonden, maar verspreid over een oppervlakte van tien vierkante meter. Ze omvatten: de vergroeide voorste neusbeenderen met een epinasale, een achterste deel van het rechterneusbeen, beenkernen van beide wenkbrauwhoorns, het achterste deel van het linkerpostorbitale, een hersenpan, een supraoccipitale van het achterhoofd, beide jukbeenderen, beide quadrata, beide quadratojugalia, de middenbalk van het nekschild met daarop een epiparietale, een los epiparietale, stukken van een rechtersquamosum, de schterste delen van beide dentaria van de onderkaken, die de voorkanten van de processus coronoidei uitmaken, een fragment van het buitenste beenplateau van een linkerdentarium en wat losse botfragmenten. Het gaat om een volwassen exemplaar. Verder zijn formeel geen vondsten aan de soort toegewezen.

Beschrijving[bewerken]

Bravoceratops is een grote ceratopide. Door de beperkte omvang van het materiaal is geen directe meting van de lichaamslengte mogelijk, maar die moet die van Triceratops en Torosaurus benaderd hebben. De schedel heeft een gereconstrueerde lengte van zo'n twee meter.

De beschrijvers wisten drie onderscheidende kenmerken vast te stellen. De middenbalk van het nekschild waaiert van het midden af naar achteren toe uit en is achteraan niet in het midden ingekeept. Ter hoogte van de achterste balken van het nekschild heeft de middenbalk bovenop een symmetrische uitholling recht op de middenlijn. De achterrand van het nekschild draagt op de midenlijn een laag epiparietale.

Opvallend is vooral de bouw van de middenbalk van het nekschild, gevormd door de binnenste delen van de wandbeenderen. Het achterste uiteinde daarvan is waaiervormig. Er is geen achterste inkeping, maar er bevindt zich midden op de achterrand een epiparietale, vastgegroeide osteoderm, op dezelfde positie als bij Triceratops. Onder dit epiparietale bevindt zich midden op het bovenvlak van de middenbalk een zeer symmetrische uitholling in de vorm van een omgekeerde langwerpige druppel. De beschrijvers interpreteerden dit als het aanhechtingsvlak van een lager gelegen naar voren uitstekend tweede epiparietale, met het hoogste punt bovenaan, dat er bij het fossiel toevallig afgevallen zou zijn. Een dergelijke structuur zou uniek zijn. De uitholling bevindt zich in een naar de bovenrand toenemende geleidelijke verdikking van het bot op de middenlijn. Ook deze verdikking vormt een zeer symmetrische structuur, met geleidelijk glooiende zijvlakken.

Uit de fragmenten ervan is verder af te leiden dat de schedelkraag tamelijk lang is, ongeveer 1,2 meter, en voorzien van langwerpige parietaalvensters. Het profiel is min of meer rechthoekig en de kraag staat schuin omhoog als bij Pentaceratops. Op de hoeken stonden wellicht wat grotere, naar de zijkant gebogen, tongvormige epiparietalia; een los epiparietale van deze vorm is door de beschrijvers deze positie toegewezen. Het squamosum is lang en bezet met lage driehoekige episquamosalia. De verbinding tussen squamosum en quadratojugale is gevorkt, net als bij Triceratops en Torosaurus. De snuit is nogal smal en daarbij ingesnoerd met een breedte boven de neusgaten van maar acht centimeter die echter naar voren toeneemt tot 135 millimeter. De wenkbrauwhoorns zijn lang. Het jukbeen heeft een lange afhangende punt.

Fylogenie[bewerken]

De beschrijvers plaatsten Bravoceratops in de Ceratopidae en daarbinnen in de Chasmosaurinae. Een cladistische analyse had als uitkomst dat het de zustersoort was van Coahuilaceratops. Samen vormen zij een klade die boven Arrhinoceratops maar onder Ojoceratops in de stamboom staat. Bravoceratops werd door de beschrijvers gezien als een voorbeeld van een tussenfase in de ontwikkeling van meer basale vormen als Anchiceratops of Pentaceratops naar afgeleide soorten uit het laatste Krijt zoals Triceratops en Torosaurus.

Literatuur

  • Wick, S.L. & Lehman, T.M., 2013. A new ceratopsian dinosaur from the Javelina Formation (Maastrichtian) of West Texas and implications for chasmosaurine phylogeny. Naturwissenschaften 100(7): 667-682. DOI:10.1007/s00114-013-1063-0