Bremraap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bremraap
Blauwe bremraap
Blauwe bremraap
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Lamiiden
Orde: Lamiales
Familie: Orobanchaceae (Bremraapfamilie)
Geslacht
Orobanche
L. (1753)
Bremraap op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Bremraap (Orobanche) is een geslacht van ongeveer honderdvijftig tot tweehonderd soorten eenjarige of overblijvende, parasitaire, kruidachtige planten uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae). De botanische naam Orobanche is afgeleid van het Oudgriekse 'orobos' (= erwt) en 'agchein' (= wurgen). De Nederlandse naam is afkomstig van de Grote bremraap die op brem parasiteert.

De planten komen van nature voor op het noordelijk halfrond. In het Cronquist-systeem werd het geslacht tot de helmkruidfamilie gerekend, binnen APG II behoren ze tot de bremraapfamilie.

De soorten zijn 10-60 cm hoog. Ze zijn herkenbaar aan de geel tot strokleurige stengel, die geen chlorofyl bevat. De gele, witte of blauwe bloemen zijn leeuwenbekachtig. Ze staan met tien tot twintig exemplaren bijeen aan de centrale stengel. Bij Orobranche uniflora staan de bloemen apart. De bladen zijn niet meer dan driehoekige schubben. De zaden zijn klein, licht tot bruin gekleurd, en worden later zwart. De bloeiperiode loopt vaak van de late winter tot het late voorjaar. Buiten de bloeiperiode komt de plant vaak niet boven de grond uit.

Doordat de planten geen chlorofyl hebben, zijn ze voor hun voedingsstoffen geheel afhankelijk van andere planten. Bremraapzaden zenden bij het ontkiemen een wortelachtige uitloper de grond in totdat deze contact maakt met de wortel van de gastheer. Wanneer hij zich hieraan vastmaakt, berooft hij de gastheer van water en voedingsstoffen. Het ontkiemen van de zaden wordt op gang gebracht door stoffen die de wortel van de gastheer in de grond verspreidt: ontbreken deze, dan kan het zaad verscheidene jaren haar kiemkracht behouden.

Sommige soorten parasiteren op slechts één soort gastheer, zo is Orobanche hederae beperkt tot klimop (Hedera); deze soorten worden vaak genoemd naar de soort waarop zij parasiteren. Andere kunnen op verschillende geslachten parasiteren, zoals de klavervreter op klaver (Trifolium) en andere verwante soorten in de familie Fabaceae.

Hennepvreter (komt van nature voor in Midden- en Zuidwest-Europa, maar is elders wijd ingeburgerd) wordt in sommige gebieden als een belangrijke bedreiging voor oogsten beschouwd. De plant parasiteert op de tomaat, aubergine, aardappel, witte kool, siernetel, paprika, zonnebloem, snijselderij en bonen. In zeer besmette gebieden kan de oogst hierdoor totaal mislukken.

Bremrapen produceren zeer veel zaad, dit ter compensatie van de kleine kans dat een zaadje boven de wortel van een gastplant ontkiemt. Één gram zaad zou 100.000 zaadjes bevatten. Een plant kan meer dan 300.000 zaden voortbrengen. De 0,3 – 0,5 mm kleine zaden worden door de wind verspreid. Bestuiving vindt vaak plaats door Hymenoptera.

Soorten in de Benelux
Soorten van buiten de Benelux (niet volledig)