Brent Spar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het platform in aanbouw bij Rotterdam

De Brent Spar was een olieopslagboei voor shuttletankers, die werd gebruikt in het Brentveld. Het platform, dat in 1976 was gebouwd, was door de ingebruikneming van een onderzeese pijpleiding in 1991 overbodig geworden. In juni 1995 zou het buiten gebruik worden genomen door de eigenaars Shell en ESSO. Shell claimde, na eigen onderzoek, dat afzinken in de diepzee de beste optie was en dat afbreken op het land gevaarlijker zou zijn, schadelijker voor het (land-)milieu en ook veel meer zou kosten.

Door Greenpeace werd gesteld dat de installatie nog tonnen kwik, cadmium, koper, arseen en 5000 ton olie bevatte die vissen en zeebewoners zouden aantasten. Later onderzoek door het Noorse onderzoeksbureau Det Norske Veritas toonde aan dat Greenpeace zich een factor 1000 had vergist. Afzinken zou volgens Greenpeace leiden tot ernstige milieuschade en daarom riep zij Shell op af te zien van het afzinken. Aanvankelijk weigerde Shell, zich beroepend op een zelf uitgevoerd onderzoek, waaruit bleek dat afzinken juist minder milieubelastend zou zijn.

Greenpeace riep wereldwijd op tot een boycot van Shell-tankstations. Deze boycot leidde uiteindelijk tot het besluit om de Brent Spar niet af te zinken, maar om deze af te breken en delen van de stalen romp opnieuw te gebruiken bij de constructie van een nieuwe kade in Mekjarvik bij Stavanger in Noorwegen. Toch bleef Shell volharden in haar mening dat afzinken de beste optie zou zijn geweest, zowel uit oogpunt van veiligheid als milieuvriendelijkheid.

Nasleep[bewerken]

Shell leed tijdens de campagne van Greenpeace ernstige imago-schade. Ook het imago van Greenpeace zelf kreeg een knauw toen achteraf bleek dat de Brent Spar weliswaar een aanzienlijke hoeveelheid gevaarlijke stoffen bevatte, maar dat inzake het resterende aantal ton aardolie een grote rekenfout was gemaakt.

Shell refereerde naderhand regelmatig aan de Brent Spar-affaire als een belangrijke aanleiding voor de ontwikkeling van beleid op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen en de publicatie van het eerste duurzaamheidsverslag.

In Europa was het dumpen van afval vanaf schepen en vliegtuigen aan banden gelegd door de Oslo-conventie van 1972, die later is vervangen door het OSPAR-verdrag. De Brent Spar-affaire zorgde voor een aanscherping van dit verdrag in 1998, zodat alle platforms in de Noordzee moeten worden ontmanteld, hoewel dit verdrag minder streng is dan het Verdrag van Helsinki dat geldt voor de Oostzee. Een poging in 1996 om via het Verdrag van Londen het dumpen wereldwijd te verbieden mislukte.