Breviarium van Isabella van Castilië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Isabella brevier, De heilige Barbara f297r

Het Breviarium van Isabella van Castilië is een brevier uit de 15e eeuw, bewaard bij de British Library als Ms. Add. 18851.

Oorsprong[bewerken]

De H. Catharina naast de Heilige Maagd, dit zou een portret zijn van Isabella, Gerard David

Het breviarium van Isabella van Castilië is een brevier, gemaakt in Vlaanderen op het einde van de 15e eeuw, dat door de Spaanse edelman Francisco de Rojas aan Isabella van Castilië werd geschonken[n 1] ter gelegenheid van het dubbelhuwelijk van de kinderen van de katholieke koningen met de kinderen van Maximiliaan van Oostenrijk. Francisco de Rojas y Escobar was een Castiliaanse diplomaat die verscheidene belangrijke diplomatieke missies uitvoerde voor Isabella en Ferdinand. Hij was de diplomaat die de onderhandelingen over het huwelijk tussen Johan, de kroonprins, en Margaretha enerzijds en Filips de Schone en Johanna van Castilië anderzijds kon afronden in 1495. Het huwelijk van Johanna en Filips vond plaats op 20 oktober 1496 in Lier, dat van Johan en Margaretha op 3 april 1497 in Burgos. Op folium 436 verso van het handschrift vinden we de wapens van de Katholieke Koningen en van beide huwelijksparen. Het devies van Francisco de Rojas dat we terugvinden op folium 437 recto luidt: “Lux in tenebris lucet et tenebrae eam non comprehenderunt”.[n 2]

Isabella brevier, Wapenschilden f436v

Omschrijving[bewerken]

Het handschrift is geschreven in het Latijn en is bedoeld voor dominicaans[n 3] gebruik.[n 4][n 5]

Het handschrift bevat 524 folia en meet 230 x 160mm. De tekst is geschreven in 2 kolommen van 34 lijnen in een tamelijk rond gotisch lettertype. De tekstzone meet 135 x 95 mm. De kolommen en lijnen zijn afgelijnd met rode inkt, maar de aflijning is nauwelijks zichtbaar.

Het bevat in totaal 170 miniaturen en is daarmee een van de rijkst versierde breviaria die bewaard zijn gebleven. De miniaturen zijn als volgt verdeeld:

  • kalender: 12
  • tijdeigen: 50
  • psalmen: 27
  • eigen en gemeenschappelijke der heiligen: 81[n 6]

Er zijn twee soorten miniaturen namelijk bladbrede en kolombrede. Van de bladbrede telt het manuscript er 44, de meeste van 24 lijnen hoog, één van 26 lijnen, twee van 19 lijnen en één van 18 lijnen. Daarnaast zijn er 104 kolombrede miniaturen waarvan de hoogte varieert tussen negen en negentien lijnen hoog. Het handschrift telt 12 kalenderbladzijden, één volblad miniatuur en een folio met wapens en emblemen. Het telt ook acht gehistorieerde initialen waarvan één onafgewerkt.

De kalender is van het Vlaamse type, niet alle dagen zijn ingevuld met de feestdag van een Heilige of een kerkelijke feestdag.

Vanaf folium 402 r – 524 is er ander perkament gebruikt en zijn het schrift, de initialen en de verluchting verschillend van het eerste deel, met uitzondering van het katern ff. 499r – 506r. Er zijn ook stijlverschillen, zo worden bijvoorbeeld de “responses” niet meer in een kleiner lettertype geschreven zoals in deel 1. Het handschrift lijkt dus duidelijk in twee campagnes gemaakt te zijn.

Lekenbrevier[bewerken]

Dit breviarium was geen uitzondering in de collectie van Isabella, de koningin bezat er twintig, een onwaarschijnlijk groot aantal,[a 1] zoals blijkt uit de inventaris opgemaakt door Elisa Ruiz García. Het was gebruikelijk dat de adellijke dames een getijdenboek gebruikten voor hun persoonlijke devotie, het brevier was in principe het boek voor de geestelijken. Het blijft gissen naar de bedoeling van Isabella met haar breviaria, maar een hypothese die verre van onwaarschijnlijk lijkt te zijn is, dat het getijdenboek ondertussen zijn weg had gevonden naar het “grote publiek”, ook de gegoede burgerij beschikte over luxueuze getijdenboeken en dat men zich met een brevier kon distantiëren van het gewone volk. Bovendien kon het door zijn omvang een gans ander verluchtingsprogramma herbergen.

In Frankrijk vindt men dergelijke breviaria terug bij de Koninklijke familie[n 7][n 8] vanaf het einde van de 13e eeuw. De hertogen van Bourgondië volgen dit voorbeeld, zoals later ook de Spaanse Koninklijke familie dat zal doen.

Enkele van de befaamde middeleeuwse breviaria zijn:

Geschiedenis van het handschrift[bewerken]

Wie het manuscript verwierf na de dood van Isabella, of zelfs nog tijdens haar leven, is niet bekend. Een auteur[a 2] vermeldt, dat het boek zou meegenomen zijn uit het Escuriaal gedurende de Franse invasie in Spanje, maar er zijn geen documenten teruggevonden die dit bevestigen.

In 1815 is het werk in het bezit van John Dent, een Brits verzamelaar die bankier en Parlementslid was. Uit 1817 kennen we een beschrijving van het boek door Thomas Frognall Dibdin.[a 3] Na het overlijden van Dent in 1826 wordt zijn collectie in 1827 verkocht en in de catalogus van de verkoop worden vier bladzijden besteed aan de bespreking van het breviarium van Isabella van Castilië. Het boek wordt verkocht voor £ 378[a 4] aan Philip Hurd, lid van de Inner Temple.[n 11] Vijf jaar later, na Hurd’s dood wordt het boek opnieuw verkocht voor £ 520[a 5] en komt het terecht in de verzameling van John Soane, een beroemd architect en de stichter van het “Sir John Soane’s Museum”. In 1833 verkoopt Soane het handschrift aan John Tobin voor de som van £ 645.[a 6]

Frederic Madden, de toekomstige conservator van de British Library en de Duitse kunstkenner Gustav Friedrich Waagen kregen de gelegenheid het manuscript te bestuderen, toen het zich in de Tobin verzameling bevond. Na de dood van John Tobin wordt het handschrift door diens zoon, John Tobin of Liscard, verkocht aan een Londense boekverkoper William Boone, samen met zeven andere manuscripten uit de collectie van zijn vader. Boone verkoopt het ganse lot, voor de toen exorbitante prijs van £ 3000 aan het British Museum, van waar het zal over gaan naar de British Library. Boone had zelf maar £ 1900 betaald voor het ganse pakket. Ook het bekende Bedford-getijdenboek maakte deel uit van deze deal.

Inhoud[bewerken]

Een brevier bevat de gebeden die de geestelijken dagelijks moeten reciteren. Het ontstond in de abdijen en was het boek dat uiteindelijk gebruikt werd bij het getijdengebed.

De meeste breviaria bevatten vooreerst de 150 psalmen toegeschreven aan Koning David en daarnaast gebeden specifiek voor de dag, in functie van het kerkelijk feest dat gevierd wordt of van de heilige die op die dag herdacht wordt. De psalmen worden voorafgegaan en gevolgd door antifonen, lezingen of teksten uit de heilige schriften, verzen en responses. Naast de psalmen worden ook hymnen en kantieken gebeden.

Het breviarium van Isabella van Castilië bevat de gebruikelijke secties van een Dominicaans brevier zoals ze werden opgesteld door Humbert de Romans, generaal overste van de orde tussen 1254 en 1277, die een orderegel uitvaardigde betreffende het getijdengebed binnen de orde van de dominicanen.[a 7]

De indeling van het breviarium ziet er als volgt uit:

Kalender[bewerken]

De kalender is een normale dominicaanse kalender op basis van de dominicaanse kalender die in het derde kwart van de 13e eeuw werd opgesteld door Humbert van Romans. Een aantal wijzigingen op de originele kalender werden doorgevoerd na goedkeuring door het generaal-kapittel van de dominicanen, maar het duurde soms lang eer die wijzigingen in alle kloosters gekend waren.

De kalender bevat een aantal feesten van heiligen die typisch dominicaans zijn (zie de lijst hieronder).

Naast elke feestdag wordt in de kalender ook de rangorde van het feest opgegeven: memoria, iii lectiones, simplex, semiduplex, duplex en totum duplex. Deze rangorde wordt onder meer gebruikt om na te gaan welke gebeden voorrang krijgen als variabele feestdagen samenvallen met de herdenking van een heilige. De hier gebruikte terminologie is typisch voor de dominicanen. In het brevier vindt men op ff. 203r – 208r een tekst die verklaart hoe deze gegevens moeten gebruikt worden.

Naast de feestdagen bevat de kalender de gegevens voor het berekenen van de weekdag in een willekeurig jaar, de numerus aureus in de eerste kolom en de zondagsletter in de tweede kolom. In de derde kolom vinden we het dagnummer uitgedrukt op de Romeinse wijze met kalendae, nonae en idus. Ook de datum waarop de zon voor het eerst in een dierenriemteken staat wordt aangegeven.

Bovenaan elke maand wordt aangegeven hoeveel dagen de maand bevat, hoeveel maan-dagen ze telt, hoe lang de dag duurt en hoe lang de nacht duurt.

Het tijdeigen[bewerken]

Het tijdeigen de gebeden voor het kerkelijk jaar volgens de kerkelijke kalender die begint bij de advent. Voor elke dag worden dan de gebeden gegeven die tijdens de verschillende gebedsstonden (metten, lauden, priem, terts, sext, none, vespers en completen) moeten gebeden worden. Die gebeden bestaan uit hymnen, psalmen, lezingen uit het oude- en het nieuwe testament, predicaties van de kerkvaders en dergelijke meer. Het tijdeigen bevat enkel de gebeden die typisch zijn voor de behandelde dag. Voor terugkerende gebeden zoals de hymnen, psalmen en kantieken wordt niet het gebed opgenomen maar een verwijzing naar het gedeelte van het boek waar het betrokken gebed kan teruggevonden worden. In het brevier van Isabella werden de hymnen wel opgenomen in het tijdeigen en in het eigene der heiligen, het manuscript heeft geen apart hymnarium. Die verwijzingen, naar bijvoorbeeld de psalmen, worden in het rood geschreven en noemt men rubrieken.

Als men het brevier gaat lezen, vertrekkend van het tijdeigen zal men opmerken dat de dagelijkse gebeden voor de zondag en voor belangrijke feestdagen beginnen met de vespers, het voorlaatste getijde van de dag, van de zaterdag of de voorgaande dag. Dit was standaard, de viering van een feest begon met de vigilie, de avond daarvoor.

Uitzonderlijk aan het breviarium van Isabella, is dat het psalter het tijdeigen in twee verdeelt. Dit zou er kunnen op wijzen, dat de legger[n 15] waarvan het brevier gekopieerd werd uit twee delen bestond, een winterbrevier en een zomerbrevier en dat pas tijdens de uitvoering beslist werd er één volume van te maken. Een winterbrevier en een zomerbrevier bevatten normaal allebei het volledige psalter tussen het tijdeigen en het heilige der heiligen. Het Isabella brevier werd in twee campagnes gemaakt. De eerste campagne stopte bij het einde van het wintergedeelte van het eigene der heiligen. Het is dus niet onmogelijk dat later beslist werd het zomergedeelte er aan toe te voegen en het tijdeigen voor de zomer achter het vervolledigde eigene der heiligen te plaatsen.

Het psalter[bewerken]

Het psalter zoals het in de bijbel voorkomt bestaat uit 150 psalmen die in numerieke volgorde na mekaar in het boek te vinden zijn. De volgorde waarin de psalmen moeten gebeden worden is afhankelijk van het liturgisch gebruik. Men gaat in functie van de dag van de week een aantal psalmen bidden bij elke gebedsstonde in de volgorde zoals in de tabel hieronder getoond. Deze tabel geeft de volgorde weer van het dominicaans officie dat gevolgd wordt in het Isabella brevier. In andere breviaria kan deze volgorde verschillend zijn. Van deze volgorde kan afgeweken worden in functie van de feestdag of de heilige die op een bepaalde dag gevierd wordt. De instructies hiervoor zijn dan, als rubriek, terug te vinden in het tijdeigen.

De psalmen in het psalter van het Isabella brevier staan in numerieke volgorde van psalm 1 "Beatus vir" tot psalm 150 "Laudate dominum", het is dus in wezen een "psalterium non feriatum", maar hier en daar zijn psalmen een tweede maal in het psalter opgenomen om heen en weer bladeren te vermijden. Een voorbeeld hiervan is psalm 53 ("Deus in nomine tue") die we op f139v in de normale volgorde terug vinden maar die hernomen wordt op f176r, voorafgaand aan psalm 118, omdat in de gebeden van de priem psalm 53 aan psalm 118 voorafgaat. Dit is ook het geval voor psalm 94 die als allereerste psalm in het psalter staat op f111v en daarna op zijn plaats in de numerieke volgorde op f161v.

De nummering van de psalmen verschilt tussen de middeleeuwse vulgaat en sommige latere vertalingen, bijvoorbeeld de Statenvertaling. Hier wordt de vulgaatnummering gebruikt.

Het eigene der heiligen[bewerken]

Het eigene der heiligen is functioneel gelijk aan het tijdeigen. In functie van de heilige die op een bepaalde dag gevierd wordt, kan men de gebeden die moeten gereciteerd worden vinden bij die heilige in het eigene der heiligen. Ook hier zijn rubrieken voorzien die uitleggen welke combinaties er moeten gemaakt worden.

Normalerwijze moet er overeenstemming bestaan tussen het proprium sanctorum en de kalender. Zoals in de meeste handschriften zijn er ook in het brevier van Isabella een paar kleine foutjes ingeslopen van heiligen die wel in het proprium sanctorum staan, maar niet in de kalender en omgekeerd. De belangrijkste hiervan is Edward de Belijder op 13 oktober, nochtans een dominicaanse heilige.

De verluchting[bewerken]

De verluchting in een handschrift had als belangrijk doel, de lezer wegwijs te maken in de tekst door het structureren van de tekst. De verluchting kent dan ook een strikte hiërarchie. De grootste miniaturen duiden de belangrijke secties van het handschrift aan, de kleinere miniaturen duiden op onderdelen van die secties. De initialen worden dan gebruikt, in functie van hun hoogte, om die sectieonderdelen verder in te delen

Miniaturen over twee kolommen[bewerken]

Zo vinden we in het handschrift een aantal miniaturen die de gehele tekstbreedte innemen en op enkele uitzonderingen in het eigene der heiligen na, 24 lijnen hoog zijn. Bij deze miniaturen vinden we ook een volledige margeversiering (4 zijdig) en begint de eigenlijk tekst met een grote versierde initiaal van 8 lijnen hoog.


Lijst van de blad-brede miniaturen

Als men deze lijst bekijkt is het voor het temporale of tijdeigen, zowel het zomergedeelte als het wintergedeelte, vrij duidelijk dat de belangrijke feestdagen en de feestdagen die een periode inluiden, worden aangekondigd met een grote miniatuur. In dit brevier worden de zondagen in de vastentijd ook met een grote miniatuur verlucht, wat eigenlijk atypisch is.

Voor de psalmen is dit op het eerste zicht minder duidelijk, tot men de lijst van de grote miniaturen vergelijkt met de lijst van de psalmen die tijdens de metten, het eerste getijde van de dag, worden gebeden. Dan wordt duidelijk dat de psalmen die van een grote miniatuur zijn voorzien, de beginpsalmen zijn voor de metten op zondag, maandag, dinsdag en zo verder (de psalmen 1, 26, 38, 52, 68, 80 en 97). Ook de eerste psalm van de vespers op zondag (109) en de eerste van de graduele psalmen (119) zijn versierd met een grote miniatuur.

Ook bij het eigene der heilige is een hiërarchie in de verluchting te zien. Sommige heiligen krijgen een miniatuur over twee kolommen (zie de tabel hierboven), andere heiligen moeten het stellen met een miniatuur over één kolom en sommigen worden aangekondigd met een gehistorieerde initiaal. Het gebruik van gehistorieerde intialen is beperkt tot de eerste folia van het proprium sanctorum. Waarschijnlijk is men bij de aanvankelijke planning uitgegaan van een verluchting met gehistorieerde initialen en later daarop terug gekomen en de intialen vervangen door kleine kolombrede miniaturen.[m 1]

Miniaturen van één kolom breed[bewerken]

Tijdeigen[bewerken]

Binnen de belangrijke secties wordt de tekst verder onderverdeeld door miniaturen van 1 kolom breed. Zo worden bijvoorbeeld de tweede, derde en vierde zondag van de advent aangekondigd met een miniatuur van 14 of 13 lijnen hoog en een volledige, vierzijdige randversiering.

Voor de kersttijd zijn de belangrijke feesten, Kerstmis, ons Heer besnijdenis en de aanbidding der wijzen met een grote miniatuur aangegeven. De zondagen na het octaaf van Driekoningen en voor het begin van de paascyclus worden aangeduid door een initiaal van 8 lijnen hoog en driezijdige margeversiering, maar de zondagen voor het begin van de vasten en Aswoensdag krijgen dan weer een kleine miniatuur toegewezen.

Elders worden de kleine miniaturen gebruikt als illustratie van de tekst. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het passieverhaal op de folia 101r tot en met 104r.

De zondagen van september tot de advent worden dan weer gemerkt met een kleine miniatuur.

Psalter[bewerken]

Ook in het psalter worden talrijke psalmen geïllustreerd met een kleine miniatuur die gebaseerd is op de tekst van de psalm of op de psalmcommentaren van Nicolas de Lyre,[a 8] zoals dat trouwens ook het geval is voor de bladbrede miniaturen. In het psalter worden de kleine miniaturen gebruikt voor het merken van de beginpsalmen voor de vespers van de weekdagen en voor de beginpsalmen van de kleine getijden (priem, terts, sext en none). De beginpsalmen van Lauden en completen zijn niet aangeduid met een miniatuur.

Kantieken[bewerken]

Ook de tekst van de kantieken, gebeden of hymnen uit de Bijbel, zowel uit het Oude Testament als uit het Nieuwe Testament wordt met enkele kleine miniaturen geïllustreerd.

Eigene der heiligen[bewerken]

Het grootste aantal miniaturen is te vinden in het proprium sanctorum of eigene der heiligen, voor 81 van de 178 feestdagen is een miniatuur voorzien. Het proprium sanctorum bevat dus bijna de helft van de 170 miniaturen waarmee het handschrift verlucht werd. De keuze van de verluchting is afhankelijk van het ‘gebruik’ van het brevier. In een brevier voor dominicaans gebruik zal men andere selecties maken dan in een brevier voor cisterciënzer gebruik. De keuze van de verluchting is natuurlijk ook afhankelijk van de voorkeur van de opdrachtgever of van de persoon voor wie het boek bestemd was en daarnaast vindt men de belangrijke heiligen van de kerk die in elk brevier of getijdenboek terugkeren zoals de evangelisten, een aantal apostelen, de heilige Anna, Barbara, Catharina van Alexandrië, Franciscus van Assisi, Sint Joris, Stefanus, Sebastianus en zo voort.

Gezien dit getijdenboek opgesteld werd voor Dominicaans gebruik nemen de preferente Dominicaanse heiligen namelijk , Dominicus, Thomas van Aquino, Petrus van Verona, Vincent Ferrer, Catharina van Siena en Procopius een belangrijke plaats in.

In het eigene der heiligen kan men het gebruik van kleine miniaturen zowel zien als bladwijzer of als illustratie van de (kenmerken) van de heilige die aanroepen wordt met eventueel een voorstelling van zijn marteldood of een bijzondere gebeurtenis in zijn leven. In de onderstaande lijst kan men een volledige lijst van de miniaturen, met een korte omschrijving terugvinden. Ook de blad-brede miniaturen zijn in de lijst opgenomen.

De data van de feestdagen in deze lijst kunnen verschillen van de data die terug te vinden zijn in de moderne heiligenkalender. Hiervoor zijn er twee oorzaken. De eerste is dat de dominikaanse kalender soms afwijkt van de Romeinse kalender. De tweede oorzaak ligt in het feit dat sommige feestdagen van heiligen sedert de middeleeuwen gewijzigd zijn.


Kalenderminiaturen[bewerken]

De kalenderminiaturen vallen buiten het beschreven hiërarchische systeem. Ze hebben niet de bedoeling de tekst te structureren of te verduidelijken maar zijn louter voor de versiering bedoeld. In het breviarium van Isabella zijn de kalenderminiaturen de enige echte volblad miniaturen. Ze zijn alleszins opgezet als een volbladminiatuur, met een landschap waarop de werken van de maand worden afgebeeld. Over een deel van dat landschap wordt dan als het ware, het kalenderblad geplakt. Het dierenriemteken van de maand is steeds in de linker of rechter bovenhoek geplaatst, aan de buitenkant van de bladzijde.

De techniek om de kalenderminiaturen op te zetten als een volblad miniatuur, begint in Frankrijk in het derde kwart van de vijftiende eeuw. De Gebroeders Van Limburg hadden in de Très Riches Heures du duc de Berry hiervoor de toon gezet met echte volblad miniaturen voor de kalender, maar dit zou pas veel later navolging vinden, onder meer in het breviarium Grimani. Het Isabella brevier was een van de eerste handschriften waar de techniek van "overschreven" volblad miniaturen voor de kalender in Vlaanderen werd toegepast.[m 3]

Initialen[bewerken]

Dit handschrift bevat letterlijk duizenden versierde initialen. Ze zijn tussen één en acht lijnen hoog. Alle letters zijn getekend met blauwe of lila inkt op een gouden achtergrond en de onderdelen van de initialen zijn versierd met geometrische motieven in het wit. De open ruimte(s) binnen de initiaal is (zijn) meestal versierd met ranken of florale motieven, soms ook met geometrische structuren. Bij de grotere initialen zijn de hoeken dikwijls rond ingesneden. Ook de initialen worden gebruikt om de tekst te structureren. In het psalter bijvoorbeeld, wordt het begin van elke psalm aangeduid met een initiaal van 3 lijnen hoog.[n 28]

Lijnvullers[bewerken]

Overal waar een blanco ruimte dreigt te ontstaan op het einde van een lijn, wordt de lijn opgevuld met een gouden balk waarop bloemknopjes, ranken of geometrische motieven worden geschilderd. In het psalter komen deze lijnvullers veelvuldig voor, ze worden er gebruikt om het verseinde aan te geven. Soms wordt in plaats van de gouden balkjes een soort ketting van o’s gebruikt, geschreven in rode inkt.

Marges[bewerken]

Ook van marges is er extensief gebruikgemaakt om het handschrift te versieren. Elke bladzijde met een grote of kleine miniatuur heeft een volledige, vierzijdige margeversiering. De margeversiering wordt ook aangebracht tussen de twee kolommen.

Men heeft in het brevier van Isabella de toen al oudmodische Franse margeversiering gebruikt naast de omstreeks 1470 ontstane Gents-Brugse strooiranden. Men kan verschillende types onderscheiden.

De Franse margeversiering ontstond in Parijs in de vroege 15e eeuw in de omgeving van de Boucicaut meester en de Bedford meester. Dit type werd in Vlaanderen overgenomen en verder ontwikkeld. Om het onderscheid met de toen hypermoderne Gent-Brugse stijl te beklemtonen wordt het hier "oudmodisch" Frans genoemd. De Gent-Brugse stijl van margeversiering ontstaat rond 1470 in de omgeving van de Weense meester van Maria van Bourgondië, Lieven van Lathem en de meester van Margaretha van York.

De oudmodische margeversiering wordt op het blanco perkament geschilderd. Er zijn hiervan twee varianten. De eerste heeft fijne acanthusranken geschilderd in het blauw en goud, met aardbeien, kleine bloemen, blaadjes en twijgen en kleine gouden stipjes. De andere variant heeft dezelfde elementen maar met als enige kleuren blauw, goud en zwart (zie voorbeeld).

Bij de "moderne" Gent-Brugse borders wordt de marge eerst ingekleurd meestal in het geel. Hierop wordt dan de versiering geschilderd. Ook bij deze marges kunnen we verschillende types onderscheiden.

Bij de eerste variant zien we zeer brede acanthus takken met grote bladeren dikwijls verknoopt of in mekaar gevlochten. De acanthus takken zijn wit of goud geschilderd. Tussen de acanthus zien we bloemen en aardbeien groeien, en vogels en insecten bevolken de marge. Hier en daar zien we menselijke figuren in of tussen de takken klimmen (zie voorbeeld).

De tweede variant bestaat uit veel dunnere acanthusranken die zelf bloeien en waaruit bloemen ontluiken (zie voorbeeld).

De derde variant zijn de strooiranden, waar bloemen en bloemknoppen uitgestrooid zijn over de ingekleurde rand (zie voorbeeld). Soms worden de oudmodische marges gecombineerd met de strooirand, die dan in een smalle boord om het tekstblok en de miniaturen loopt. De strooiranden en de oudmodische borders worden het meest gebruikt.

Hier en daar wordt ook margeversiering gebruikt die totaal hiervan afwijkt. Het gaat dan om marges die het uitzicht van textiel krijgen, of bestaan uit tekst in grote hoofdletters geschreven. Een mooi voorbeeld van een dergelijke textielmarge is te zien op de miniatuur met de heilige Barbara aan het begin van het artikel.

Voorbeelden van de verschillende types van margedecoratie[n 29]:

Naast de marges die de volledige bladzijde of drie zijden ervan omkaderen, vindt men op de tekstbladzijden ook gedeeltelijke marges van enkele lijnen tot een bladzijde hoog, steeds links van de kolom af en toe ook in een hoek linksboven of rechtsonder. Deze kleine marges gaan samen met de grotere initialen (3 lijnen en meer) en hebben naast het versierende ook een structurerend doel. Deze margevesiering is letterlijk op elke bladzijde van het boek terug te vinden en in die optiek kan men zeggen dat de 1048 pagina's van het boek versierd zijn, dit dan op enkele volledig lege bladzijden na.

De volledige margeversiering wordt meestal gebruikt op een bladzijde met een miniatuur, klein of groot, maar komt hier en daar ook voor in combinatie met grote initialen ter inleiding van een nieuwe sectie in het handschrift waar men geen miniatuur wilde aan besteden. Voorbeelden hiervan vindt men op ff. 13r, 13v en 14r waar de gebeden voor de weekdagen van de eerste week van de advent worden ingeleid.

De kunstenaars[bewerken]

Meester van het gebedenboek van Dresden[bewerken]

De verluchter die het grootste deel van de verluchting van het brevier van Isabella voor zijn rekening nam kennen we als de meester van het gebedenboek van Dresden. Hij schilderde een volblad miniatuur, 32 bladbrede miniaturen en 52 kolombrede miniaturen.[m 4]

Deze meester schuwde het gebruik van modellen[a 9] en zijn inventiviteit kwam uitvoerig aan bod bij het uitwerken van de verluchting van Isabella’s brevier. De iconografie die hij gebruikte bij de illustratie van de psalmen was volkomen nieuw in Vlaanderen. Weliswaar zijn de miniaturen gebaseerd op toentertijd pas verschenen theologische werken[a 8],[a 10] maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de miniaturist deze werken zelf heeft gelezen. Hij is waarschijnlijk geadviseerd door een theoloog en het zou niet verwonderlijk zijn als dat een dominicaan zou geweest zijn.

Het dateren van de bijdrage van de meester van het gebedenboek van Dresden is een heikele kwestie. Tot recentelijk werd zijn bijdrage gedateerd op basis van de inscriptie op folium 437r als zijnde omstreeks de tijd van het dubbelhuwelijk en de aanwezigheid van Francisco de Rojas in Vlaanderen, dus in de jaren 1490. Maar recent onderzoek,[a 11] zou het werk, op stilistische gronden, eerder in de voorgaande decade, dus in de jaren 1480 plaatsen en wel voor 1488 toen hij Brugge voor een tijd verliet.

De Kalendermeester[bewerken]

De illustratie van de kalender is waarschijnlijk gebeurd in dezelfde periode waarin de meester van Dresden aan het brevier werkte, maar hoewel hij gespecialiseerd was in kalenderillustratie, is dit deel van het werk niet van zijn hand. De verluchter die de kalender maakte was ook betrokken bij de margeversiering van het type met de brede acanthusranken. De personages die her en der in de marges voorkomen zijn zeer vergelijkbaar met die in de kalender. De kalender is op artistiek vlak het zwakste deel van de verluchting.

Gerard David[bewerken]

Gerard David, Aanbidding der wijzen, München, Alte Pinakothek, inv. no. 715)

Reeds bij de eerste analyse van het boek in 1838 had Gustav Friedrich Waagen vier miniaturen aangemerkt als zijnde van een uitzonderlijk hoge kwaliteit namelijk de miniatuur met het kerstgebeuren op f29r, de aanbidding der wijzen op f41r, Sint Barbara op f297r en Johannes op Patmos op f309r. Waagen die het werk van Gerard David, dat in München in de Alte Pinakothek bewaard wordt, zeer goed kende, heeft de gelijkaardige miniatuur niet toegeschreven aan David, maar was wel van mening dat de vier genoemde miniaturen van één kunstenaar waren. Recent onderzoek wees deze vier miniaturen wel toe aan Gerard David,[a 12] hoewel hierover nog steeds discussie gaande is.[m 5] De gelijkenis in compositie tussen de miniatuur en het schilderij is treffend, maar de miniatuur kan natuurlijk ook van andere miniaturist zijn die zich op het werk van David gebaseerd heeft. Alleszins wordt meer en meer aangenomen dat Gerard David een belangrijke rol heeft gespeeld in de late miniatuurkunst in Vlaanderen.[a 13]

Het verschil tussen deze vier miniaturen en de rest van de miniaturen in de eerste campagne onder de leiding van de meester van Dresden is duidelijk. De fluweelachtige achtergrond en het rijke kleurenpalet van deze miniaturen onderscheiden ze zeer duidelijk van de andere in het eerste deel. Detail studie toont aan dat bijvoorbeeld voorgrond en achtergrond van de St. Barbara miniatuur (f297r) met een verschillende techniek geschilderd zijn[a 14] en ook het linker gedeelte van het landschap op de Johannes miniatuur is dit het geval.

De meester van Jacobus IV van Schotland[bewerken]

Ook deze verluchter, die ons enkel bekend is via een noodnaam,[n 30][n 31] leverde 48 miniaturen voor het Isabella brevier. De meester van Jacobus IV van Schotland werd zo genoemd naar een getijdenboek dat werd gemaakt in de periode van het huwelijk tussen Jacobus met Margaretha Tudor in 1503 en dat wordt bewaard in de Österreichische Nationalbibliothek als Cod. 1897. De Jacobus-meester was een van de grote miniaturisten van de periode tussen 1480 en 1530. Hij was onder meer betrokken bij de verluchting van het Breviarium Mayer van den Bergh en het Breviarium Grimani. Deze meester was verantwoordelijk voor de illustratie van het tweede deel van het breviarium,[n 32] de tweede helft van het propriun sanctorum. In dit deel zijn alle miniaturen kolombreed, behalve de drie op ff. 437r, 477v en 481r (Opwekking van Lazarus), die wel minder hoog zijn dan de grote miniaturen in het eerste deel. Uit vergelijking met zijn ander werk plaatst men zijn bijdrage in de jaren 1490.[m 6]

Een kenmerkend verschil tussen de miniaturen in het eerste en tweede deel van het breviarium is de afboording. In het deel van de meester van Dresden lijken de miniaturen uit het blad gesneden, ze hebben geen rand. Dit is het geval voor de grote en de kleinere miniaturen uit deel 1. Dit is steeds zo als de margeversiering bestaat uit een strooirand met geschilderde achtergrond, als de border van het oudmodische type is, wordt het ganse tekstblok links, onder en rechts omkaderd met een gouden en rode lijn, maar de miniatuur zelf blijft zonder kader. In het tweede deel daarentegen hebben de miniaturen steeds een driedimensionaal kader, uitgewerkt in het goud. Ook het tekstblok wordt frequent in een dergelijk kader geplaatst en rond de volledige marge wordt ook vaak een dergelijk kader geplaatst.

Latere bijwerkingen[bewerken]

We zagen dat de meester van Dresden zijn werk beëindigde met folium 358 recto en dat de meester van Jacobus zijn werk begon met folium 404 verso. De miniaturen in de tussenliggende katernen moeten bijgevolg worden toegeschreven aan andere verluchters.

Engels kunstenaar, begin 19e eeuw[bewerken]

We weten op basis van de beschrijving van het boek door Dibdin[a 3] dat in zijn tijd de miniatuur van Sint Catharina (f368r) ontbrak. In het licht hiervan en op basis van hun moderne stijl en de schildertechniek die doet denken aan olieverfschildering, werden deze miniatuur en vier kleine kolombrede miniaturen (f363r, f364r, f367r en f385v) toegewezen aan een vroeg-19e-eeuwse Engelse kunstenaar[a 15]

Spaans kunstenaar ca. 1500[bewerken]

De andere miniaturen die niet werden uitgevoerd, noch in de campagne van de meester van Dresden, noch in de tweede campagne met de meester van Jacobus IV van Schotland, worden op basis van stijl toegewezen aan één kunstenaar. Op basis van de kleding van de personages, de klassieke tempel op f399r en dergelijke argumenten denkt men dat deze kunstenaar van Spaanse origine was.[m 7]

Het blijft een open vraag of deze Spaanse kunstenaar deze miniaturen maakte na de tweede campagne, dus omstreeks 1500, of dat hij de opdracht kreeg om het boek verder af te werken na de eerste campagne dus omstreeks 1488. In het tweede geval werd hij dan weer van die opdracht afgehaald omwille van de duidelijk mindere kwaliteit van zijn werk.[m 8]

Externe links[bewerken]

Bronnen, referenties en nota's[bewerken]

Bronnen

  • Scot McKendrick, Elisa Riuz Garcia, Nigel Morgan, The Isabella Breviary, The British Library, London Add. Ms. 18851, Barcelona 2012, Moleiro
  • Janet Backhouse, The Isabella Breviary, Londen 1993, British Library

Referenties naar The Isabella Breviary
Scot McKendrick, Elisa Riuz Garcia, Nigel Morgan, The Isabella Breviary

  1. The Isabella Breviary, pp. 98-99
  2. The Isabella Breviary, p.246
  3. The Isabella breviary, p. 125
  4. The Isabella Breviary p.99 noot 17
  5. The Isabella Breviary p.103
  6. The Isabella Breviary, 1993, pp. 106.
  7. The Isabella Breviary, pp.106-109.
  8. The Isabella Breviary, p. 109.

Referenties algemeen

  1. Elisa Ruiz García, Los Libros de Isabel la Católica: Arqueologia de un patrimonio escrito, 2004, Salamanque; inventaris op de pp. 371-582.
  2. Gustav Friedrich Waagen, Works of Art and Artists in England, 3 vols. Londen, 1838.
  3. a b Thomas Frognall Dibdin, The Bibliographical Decameron, 3vols. Londen, 1817, Vol I, pp. 163-168.
  4. Evans, Londen, 29 maart 1827, lot 484; het lotnummer, geschreven in potlood, is terug te vinden op het eerste schutblad.
  5. Evans, Londen, 29 maart 1832, lot 1434.
  6. Edward Morris, Early Ninenteenth-Century Liverpool Collectors of Late Medieval Manuscripts, in Costambeys, Hammer et Heale, The Making of the Middle Ages. Liverpool Essays, Liverpool, 2007
  7. Victor Leroquais, les Bréviaires manuscrits des bibliothèques publiques de la France, I, Paris, 1934
  8. a b Nicolas de Lyre, Pastilla super Psalmos, 1486.
  9. Bodo Brinkman, Die Flämische Buchmalerei am Ende des Burgunderreichs: Der Meister des Dresdener Gebetbuchs und die Miniaturisten seiner Zeit, Turnhout 1996, Brepols. pp.207-208.
  10. Philippus de Barberis, Sybillarum et prophetarum de Christo vaticinia, 1479
  11. Bodo Brinkman, Die Flämische Buchmalerei am Ende des Burgunderreichs: Der Meister des Dresdener Gebetbuchs und die Miniaturisten seiner Zeit, Turnhout 1996, Brepols. Pp.139-142.
  12. Hans J. Van Miegroet, Gerard David, Antwerpen 1989, Mercatorfonds, pp.327-328.
  13. T. Kren & S. McKendrick (eds), Illuminating the Renaissance - The Triumph of Flemish Manuscript Painting in Europe, Getty Museum/Royal Academy of Arts, pp. 344-365
  14. Diane G. Scillia, Gerard David's St. Elisabeth of Hungary in the Hours of Isabella the Catholic, Cleveland, Studies in the History of Art, 7(2002), p.57).
  15. Janet Backhouse, The Isabella Breviary, Londen, British Library, p.44.

Nota’s

  1. Folium 437 recto bevat de wapens van Francisco de Rojas, zijn devies en een dedicatie die dit bevestigen.
  2. Het licht scheen in de duisternis maar de duisternis heeft het niet begrepen
  3. Het huis Trastámara, waartoe zowel Isabella als Ferdinand behoorden, had nauwe connecties met de dominicanen. Vincent Ferrer, een dominicaan, maakte deel uit van de rechtbank die de opvolging in Aragon besliste, met het compromis van Caspe, in het voordeel van de Trastámaras in 1412.
  4. Voor het concilie van Trente (1545-1563) kon elke bisschop het Breviarium opstellen of aanpassen voor zijn eigen diocees en dit werd ook bijna overal gedaan, elke kloosterorde en elk bisdom had zijn eigen Breviarium, vandaar de term ‘voor gebruik in ....’.
  5. De kalender in het breviarium van Isabella van Castilië stemt perfect overeen met de Dominicaanse kalenders en missalen die tussen 1482 en 1500 werden gedrukt, onder meer het Breviarium Fratrem Predicatorem gedrukt bij Anton Koberger in Neurenberg in 1485 (Cambridge University Library, Inc. 6.A.7.2, ISTC: ib01141300)
  6. Bij de heilige Nicolaas is de plaats voorzien, maar de miniatuur ontbreekt.
  7. De eerste bij Filips IV, ca. 1290-1295, BnF Latin 1023.
  8. Een ander bekend voorbeeld is het Belleville breviarium 1323-1326 gemaakt voor Jeanne de Belleville, BnF Latin 10484.
  9. Via Mandragore;klik op Recherche, vul het veld Cote in met: "Rothschild 2529" en klik op Chercher; klik vervolgens op Images
  10. Werkt niet met alle webbrowsers.
  11. Een van de vier verenigingen van advocaten (barristers) in Engeland en Wales.
  12. Tijdeigen (Propium de tempore): Bevat de gebeden die eigen zijn aan een bepaald feest op een bepaalde cyclische datum (zoals bv. Kerstmis) en de gebeden voor feesten met een variabele datum (zoals de paascyclus).
  13. Eigene der heiligen (Proprium Sanctorum):De gebeden gebonden aan de feestdag van een welbepaalde heilige.
  14. Gemeenschappelijke der heiligen (Commune Sanctorum): Gebeden voor heiligenfeesten van heiligen die niet voorkomen in het ‘Proprium Sanctorum’. Deze zijn dan gegroepeerd per ‘type’ heilige zoals martelaren, apostelen, evangelisten, maagden, belijders etc.
  15. Het origineel waarvan een volgend handschrift gekopieerd werd.
  16. De tekst geeft de incipit van de kantiek die zich op die plaats bevindt.
  17. Petrus werd gekruisigd, niet onthoofd, de miniaturist maakte hier een foutje.
  18. Op de zijkant de verloochening door Petrus (Marcus 14:66-68)
  19. Deze tekst maakt eigenlijk geen deel uit van het temporale maar is tussengevoegd voor het begin van het zomergedeelte.
  20. Hier wordt een kleine miniatuur gebruikt om het officie van de kerkwijding aan te kondigen dat geen verband heeft met het tijdeigen of temporale.
  21. Hoogte, aantal lijnen
  22. BB : bladbrede miniatuur; KB: kolom-brede miniatuur; I: gehistorieerde initiaal
  23. De kolom is niet het normale attribuut voor Lucia, meestal wordt ze afgebeeld met een dolk door haar keel, met een lamp als een allusie op haar naam (lux=licht) of met een paar ogen op een schaal.
  24. Hij zou gedood zijn in India met speren.
  25. a b c d e Toegevoegd in de 19e eeuw.
  26. a b c d e f g Toegevoegd ca. 1500
  27. Inventio: het terug vinden van de relieken of het graf van een heilige.
  28. Dit is alleszins zo voor de psalmen met een volgnummer groter dan 4, met andere woorden vanaf f115v, op twee uitzonderingen na. De uitzonderingen zijn waarschijnlijk een foutje van de scribent die de ruimte voor de initialen moet open laten.
  29. In de voorbeelden is de tekst en de miniatuur binnen de marge verbleekt om de aandacht op de marge zelf te vestigen, dit is niet het normale uizicht van de pagina.
  30. Sommige kunsthistorici identificeren hem als Gerard Horenbout, anderen spreken dit formeel tegen.
  31. Ook Moleiro, de uitgever van de facsimile van het handschrift spreekt op zijn website van Gerard Horenbout; in het commentaarboek heeft men het over de Jacobus meester.
  32. Vanaf folium 402 r – 524 met uitzondering van het katern ff. 499r – 506r.