Briljant
Briljant, kort voor briljantgeslepen is een slijpwijze die de luister, de lichtreflectie, van een diamant verhoogt.
Tot in de 17e eeuw konden diamanten alleen worden gekloofd, daarbij hield men rekening met de natuurlijke breukvlakken binnen de diamant. In de 19e eeuw waren veel diamanten roosgeslepen. De lichtweerkaatsing is dan geringer dan bij de nieuwere briljantslijpsels. Dit gemis werd goedgemaakt door gekleurd folie achter de steen aan te brengen. Bij briljantgeslepen stenen is het kollet, de onderzijde opengelaten en wordt de steen door metalen tandjes "à jour" (Frans: in het daglicht) gezet.
Andere populaire slijpwijzen zijn markies, tafelslijpsel en cabochon. Een briljantgeslepen diamant reflecteert met zijn 57 driehoekige en ruitvormige facetten een maximale hoeveelheid van het binnengevallen licht. Dat licht valt binnen door de "tafel", het platte achthoekige bovenvlak en wordt door de facetten vele malen weerkaatst waarbij een dubbele breking optreedt waarvan de hoek voor ieder mineraal en iedere edelsteen uniek is.
De volmaaktheid als edelsteen kreeg de diamant pas door het moderne briljantslijpsel. Dit ontstond rond 1910 uit het zogenaamde oud briljantslijpsel uit de vorige eeuw, de kenmerken hiervan zijn; cirkeltronde rondist met minstens 32 facetten en de tafel in het bovendeel met minstens 24 facetten (eventueel met kollet, dit is een puntvormige afgeplatte spits) aan het benedendeel. De benaming briljant zonder toevoeging mag alleen worden gebruikt voor ronde diamanten met een briljantslijpsel. Alle overige slijpsels moeten als zodanig worden aangegeven (CIBJO, 1999). Feitelijk worden in de handel en in de volksmond alle geslepen diamanten meestal als briljant aangeduid, en niet alleen die diamanten met een briljantslijpsel. Door de berekening en in de praktijk zijn verschillende modellen van het moderne briljantslijpsel ontwikkeld; de bekendste zijn de volgende:
- Tolkovsky-briljant (1919, Tolkovsky). Zeer goed lichtrendement, beste flonkering, in de Verenigde Staten grondslag van de slijpgradering.
- Ideaal-briljant (1926, Johnson en Rosch). Geen bijzondere voordelen, zoals de naam doet vermoeden. Geen goede flonkering. Heeft plomp uiterlijk.
- Fijnslijpsel-briljant (1939, Eppler). Proporties berekend naar geslepen diamanten met prima flonkering, dus ontwikkeld in de praktijk. In Duitsland basis voor de slijpgradering.
- Parker-briljant (1951, Parker). Goede lichtopbrengst, maar door het vlakke bovendeel geringe dispersie en daardoor gebrekkige flonkering.
- Scandinavische Standaard-briljant. In Scandinavië als norm voor de slijpgradering. De maten zijn ontwikkeld aan de hand van geslepen diamanten.
- Diamanten met meer facetten (dan gewoonlijk)
- King-slijpsel (1914) met 24 facetten.
- Magna-slijpsel (1949) met 102 facetten.
- Highlight-slijpsel (1963) met 74 facetten.
- Princess-144 slijpsel (1965) met 146 facetten.
- Radiant (1980) met 70 facetten.
[bewerken] Trivia
- Na de Russische Revolutie kwamen zoveel grote briljanten en roosgeslepen diamanten op de markt dat deze in de handel nog steeds "bolsjewieken" worden genoemd.
- In de taal wordt briljant ook gebruik als aanduiding voor "waardevol" en/of "duurzaam", zoals:
- een briljanten huwelijk, zie huwelijksverjaardag
- een briljanten jubileum, zie jubileum