Britse Commando's

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geplaatst:
24-04-2015

Genomineerd: Verbetering nodig   Verbetering gevraagd!

Help mee dit artikel te verbeteren, zodat het voldoet aan de conventies van Wikipedia. Na een evaluatieperiode van twee weken wordt beslist of dit artikel behouden kan worden of wordt verwijderd. Je kunt hier de beoordelingslijst bekijken. De hiervoor opgegeven reden is: de commando's zijn natuurlijk E maar bij de vertaling zijn alle bronnen verdwenen en is er een te sterke focus op de Nederlandse bijdrage gelegd (een lange bronloze lijst met namen is al verwijderd. Feitelijk is het artikel een kruising tussen en:British Commandos en en:No. 10 (Inter-Allied) Commando. Beide verdienen een goed Nederlandstalig artikel.

Verwijder dit sjabloon alleen wanneer dit artikel zodanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past. Geef dit aan op de beoordelingslijst door het toevoegen van de reden. (/)

Britse Commando's
Insigne van de Britse Commando's
Insigne van de Britse Commando's
Oprichting 1940
Ontbinding 1946
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Krijgsmachtonderdeel Alle onderdelen van de British Armed Forces
Type commando
Commandanten Robert Laycock
John Durnford-Slater
Lord Lovat
Ronnie Tod

De Britse Commando's waren Britse commando-eenheden die tijdens de Tweede Wereldoorlog, in juni 1940, op last van premier Winston Churchill in het leven waren geroepen.

Oprichting[bewerken]

In juni 1940 viel Frankrijk en trok de British Expeditionary Force zich via Duinkerken terug. Om toch de oorlog voort te kunnen zetten, besloot Winston Churchill tot oprichting van commando-eenheden. Dit waren kleine, zelfstandige eenheden die aanvallen op het vasteland van Europa moesten uitvoeren. Een commando-eenheid werd aangevoerd door een luitenant-kolonel en bestond aanvankelijk uit ongeveer 450 man verdeeld over zes pelotons (troops) van 75 man, elk op hun beurt verdeeld in secties van 15 man. Tijdens de oorlog werden zo'n twintigtal leger- en 9 marinierscommando-eenheden opgericht. Later werden 17 van de commando-eenheden samengevoegd tot 4 brigades.

No. 10 (Inter-Allied) Commando[bewerken]

In januari 1942 werd het speciale No. 10 (Inter-Allied) Commando opgericht, een geallieerde eenheid waarin buitenlandse vrijwilligers zaten die de talen van de geallieerde landen spraken. De pelotons van deze commando-eenheid waren samengesteld volgens hun nationaliteit:

  • No. 1 en No. 8 bestonden uit Fransen
  • No. 2 uit Nederlanders
  • No. 4 uit Belgen, onder meer actief bij Domburg
  • No. 5 uit Noren, onder meer actief bij Domburg onder commando van kpt. Rolf Hauge, die gewond raakte en later het Military Cross kreeg
  • No. 6 uit Polen
  • No. 7 uit Joegoslaven
  • No. 3 werd later omgedoopt in Miscellaneous Troop en bestond uit een gemengd gezelschap: de meesten hadden een Duitse, Oostenrijkse of Oost-Europese achtergrond, sommigen waren politiek of godsdienstig vluchteling uit nazi-Duitsland

No. 10 (Inter-Allied) Commando is nooit als eenheid ingezet; de verschillende onderdelen werden bij andere commando-eenheden ingedeeld.

No. 2 (Dutch) Troop[bewerken]

Op 22 maart 1942 gingen 48 vrijwilligers van de Prinses Irene Brigade naar het 'Commando Basic Training Centre' in Achnacarry, Schotland. Van hen vielen 24 mannen af, de andere 25 werden naar No. 4 Commando in Troon overgeplaatst, waar No. 2 (Dutch) Troop werd gevormd. Hun commandant werd 1e luitenant P.J. Mulders met als toegevoegde officieren Lt. J. Linzel, Lt. M.J. Knottenbelt en Lt. C.J.L. Ruysch van Dugteren, die via Zuid-Afrika naar Engeland was gekomen. Op 16 juli werd Dutch Troop overgeplaatst naar Portmadoc in Noord-Wales waar zij tot 31 mei 1943 bij No. 10 Commando onder luitenant-kolonel D. Lister werd ingedeeld. Op 6 december kwam prins Bernhard naar Portmadoc om hen een Nederlandse vlag te brengen.

Op 31 mei 1943 verhuisden No. 2 Dutch Troop en No. 10 Commando naar Eastbourne, hun nieuwe thuisbasis. In oktober werden ze voor een training in de bergen naar Braemar gestuurd, een dorp in Noord-Schotland. Op 11 december vertrok No. 2 Dutch Troop met een Britse commandobrigade aan boord van de SS Streadhead vanuit Gourock, en op 15 januari kwamen zij in Bombay aan. Bij Poona werd Dutch Troop in een tentenkamp ondergebracht. Als eenheid werden ze niet ingezet, maar commando's werden apart ingezet bij Britse onderdelen. Zo werden vijf Nederlandse commando's geloot die naar Birma gingen, Knottenbelt en Van der Veer van de 44ste en G. Ubels, Blatt en Koning van de 5de Royal Marine Commando. Ubels kreeg onderweg malaria en werd in een hospitaal opgenomen, de ander vier commando's vervolgden hun weg. Zij vochten tegen de Japanners.

Linzel wilde met Dutch Troop terug naar Europa om tegen de Duitsers te vechten, en bepleitte dit bij onder anderen admiraal Mountbatten in Kandy op Ceylon. Op 18 juli 1944 werd Dutch Troop in Bombay ingescheept en naar Eastbourne teruggebracht. Daar hoorden zij dat de Irene Brigade aan D-Day had meegedaan. Knottenbelt was net op tijd om mee te doen aan Operatie Market Garden, maar raakte gewond, ontsnapte en keerde terug naar Londen.

No. 4 (Belgian) Troop[bewerken]

No. 4 (Belgian) Troop bestond uit Belgen: zeven officieren en 100 mannen van de 1ste Onafhankelijke Belgische Brigade stonden vanaf 7 augustus 1942 onder commando van kapitein Georges Danloy.

Commando-operaties[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van commando-operaties in de Tweede Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de capitulatie[bewerken]

Na de capitulatie gingen de meeste commando's naar huis. Enkele commando's moesten naar Duitsland om in Recklinghausen Duitse gevangenen te bewaken, anderen gingen weer naar Engeland, om daar de landmacht op te bouwen. In oktober 1945 werd Dutch Troop door C. de Ruiter ontbonden.

Herdenking[bewerken]

In 2004 werden 22 oud-commando's en 5 vrouwen door Britse en Franse oud-strijders van No. 10 Commando uitgenodigd voor een herdenking in Normandië. De reis werd begeleid door Jef Dresens.

Externe links[bewerken]