Brug (turntoestel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kinderen in de rij voor een brug ongelijk

De brug is een turntoestel. De mannen turnen op een brug met twee leggers op gelijke hoogte, de vrouwen op een brug met twee leggers op verschillende hoogte. De leggers die meestal tijdens de training worden gebruikt zijn van hout, soms versterkt met een stalen kern. De nieuwste brugleggers worden gemaakt van fiberglas.

Herenbrug[bewerken]

De herenbrug (of brug met gelijke leggers) bestaat uit twee parallelle, in hoogte verstelbare leggers. In het herenturnen wordt de hoogte van de leggers zodanig gekozen dat ook bij verschillende zwaaivormen de voeten de grond niet kunnen raken.

Op de herenbrug kunnen verschillende soorten elementen worden geturnd, zoals

Damesbrug[bewerken]

De damesbrug (of brug met ongelijke leggers) heeft twee ongelijke, in hoogte verstelbare leggers. De lage legger is 146 cm tot 196 cm hoog en de hoge legger is 226 cm tot 276 cm hoog. De breedte kan ook nog versteld worden (traploos van 110 cm tot 180 cm, diagonaal gemeten), maar voor een goede zwaai is de breedste stand het meest ideaal (180 cm.).

Op de damesbrug kunnen verschillende soorten elementen worden geturnd, zoals

  • zwaaien (zoals reuzenzwaai)
  • draaien (zoals buikdraai, zolendraai)
  • kiepen
  • beenzwaaibewegingen (zoals ophurken en tegenspreiden)
  • vluchtelementen
  • afsprongen

Op de lagere niveaus van het turnen worden vooral de draaien geturnd, zoals de buikdraai (het geheel gestrekt met de buik tegen de ligger ronddraaien). Op de hoge niveaus worden steeds meer elementen zwaai- en vluchtelementen geturnd zoals heren ook aan rek turnen. Een voorbeeld van een zwaaielement is de reuzenzwaai, waarbij de turnster geheel gestrekt rond de ligger draait. Bij vluchtelementen 'vliegt' de turnster over de legger, zoals bij een paksalto, waarbij de turnster de legger loslaat, in de vluchtfase een salto maakt en de andere legger weer beetpakt. Een veel voorkomende afsprong is de salto.