Bruggelijkrichter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bruggelijkrichter, naar zijn uitvinder Leo Graetz ook Graetzschakeling genoemd, bestaat uit vier diodes die een wisselspanning (bijvoorbeeld van een transformator) omzetten naar een pulserende gelijkspanning. Vroeger werden voor de diodes ook wel elektronenbuizen gebruikt.

Diodebridge1.png

Principe[bewerken]

De diodes zijn zo geschakeld dat een wisselspanning aan de ingangsklemmen (Input) altijd een gelijkspanning aan de uitgang (DC Output) levert. In de afbeeldingen loopt de stroom door de rode en blauwe diodes, terwijl de grijze diodes gesperd zijn.

Stroomloop bij de positieve fase van de wisselspanning
Stroomloop bij de negatieve fase van de wisselspanning

Transformator[bewerken]

Bij gebruik van een transformator zal over het algemeen een elektrolytische condensator gebruikt worden om de pulserende gelijkspanning af te vlakken tot een constante gelijkspanning. In goedkope adapters die een ongeregelde gelijkspanning leveren, zit niets meer dan een transformator, een bruggelijkrichter en een condensator. Betere adapters hebben nog een spanningsregelaar ingebouwd.

Diodebridge4.png

Uitgangsspanning[bewerken]

De onbelaste uitgangsspanning van een bruggelijkrichter is bij een sinusvormige ingangsspanning ongeveer 1,4 maal de effectieve waarde van de ingangsspanning. De piekspanning van een sinus is namelijk \sqrt{2} \approx 1,4 maal de effectieve waarde. Van de uitgangsspanning moet 2 x 0,7 = 1,4 volt worden afgetrokken bij gebruik van siliciumdiodes, vanwege de spanningsval over de twee diodes waar de stroom doorheen gaat.

Driefasenbruggelijkrichter[bewerken]

Twee- en driefasenbruggelijkrichter

In een driefasensysteem kan met behulp van 6 diodes een bruggelijkrichter gemaakt worden. Een dergelijke driefasengelijkrichter zit o.a. ingebouwd in de alternator van een automotor.