Bruno de Grote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bruno de Grote
925-965
Bruno the Great.jpg
Hertog van Lotharingen
Periode 953-959
Voorganger Koenraad I
Opvolger vacant
Aartsbisschop van Keulen
Periode 953-965
Voorganger Wigfried
Opvolger Volkmar
Vader Hendrik de Vogelaar
Moeder Mathilde van Ringelheim

De heilige Bruno de Grote (925 - Reims, 11 oktober 965) was aartsbisschop van Keulen, hertog van Lotharingen en aartskanselier van het Heilige Roomse Rijk.

Vaak wordt hij verward met de heilige Bruno van Keulen, de stichter van de kartuizers. Bruno de Grote is een typische heilige van rond het jaar 1000: hij behoorde tot de rijksadel en was verweven met de wereldlijke politiek van zijn tijd. Toch is hij pas in 1870 heilig verklaard.

Bruno was een zoon van keizer Hendrik de Vogelaar en de heilige Mathilde van Ringelheim. Zijn broer was keizer Otto I. Bruno genoot zijn opleiding bij bisschop Balderik van Utrecht.

Er waren in zijn persoon meerdere ambten verenigd: sinds 940 was hij aartskanselier en sinds 951 tevens aartskapelaan van het rijk, van 953 - 959 de laatste hertog van Lotharingen en vanaf 953 aartsbisschop van Keulen en abt van de machtige abdijen Lorsch en Corvey. Hij stichtte zelf te Keulen de Sankt Pantaleonabdij, waar hij begraven werd.

Zijn feestdag is 11 oktober.

Bruno de Grote als hertog van Lotharingen[bewerken]

In 953 stelde zijn broer Otto I Bruno aan tot hertog van Lotharingen. Bruno benoemde afzonderlijke vice-hertogen waardoor rond 959 een afscheiding ontstond tussen Neder-Lotharingen in het noorden en Opper-Lotharingen in het zuiden. Daarmee was hij de laatste hertog van het onverdeelde Lotharingen. Hij trachtte, via de hem toegekende militaire en bestuurlijke macht, de opstandige aristocratie onder de duim te houden en een bemiddelende rol te spelen tussen Oost- en West-Francië. Daarnaast had hij de taak om het tot dan toe van autonomie genietend hertogdom te integreren in het Oost-Frankische Rijk en het te beschermen aan zijn westgrens (de Schelde) tegen de aanspraken van de koningen van West-Francië (het latere Frankrijk) en hun leenman, de graven van Vlaanderen.