Brunonen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Brunonen, ook wel De vorsten van Brunswijk genaamd, waren een dynastie van Friese graven die in de 11e eeuw een tijdlang in Midden-Friesland tussen Vlie en Lauwers bestuurd hebben. Ze werden de graven van Stavoren, Oostergo, Westergo en Iselgo genoemd. Later kregen ze ook de rechten over Hunsingo en Fivelingo erbij.

Opkomst[bewerken]

Van oorsprong waren de Brunonen een adellijk Saksisch geslacht. Ze hadden bezittingen in Oostfalen en zijn vernoemd naar hun stichter, Graaf Brun van Saksen (rond 880). In 942 was er een Brunoon die een graafschap in Brunswijk stichtte. Rond het jaar 1000 kreeg een nazaat, Liudolf zeggenschap over de Friese graafschappen. Op welke manier dit plaatsvond, is niet bekend. Wellicht werd het met geweld afhandig gemaakt van de graven van Holland. In Friesland was het grafelijk gezag stevig verankerd, afgaande op de zilveren munten met grafelijke afbeeldingen. Deze werden onder andere geslagen in Stavoren, Bolsward, Leeuwarden en Dokkum. Deze munten zijn op veel plekken gevonden, meestal in groten getale.

Graven[bewerken]

In Friesland zijn de volgende Brunonen graaf geweest:

NAAM PERIODE
Liudolf van Brunswijk ? - 1038
Bruno II 1038 - 1057
Egbert I 1057 - 1068
Egbert II 1068 - 1088

Neergang[bewerken]

De Brunonen hadden nauwe familiebanden met de keizers van het Heilige Roomse Rijk. Een enkele probeerde zelfs om keizer te worden. In 1067 had Egbert I geen succes met zijn pogingen en ging de keizerstitel naar zijn neef Hendrik IV. Zijn zoon, Egbert II, heeft deze keizer verschillende keren bestreden en verloor daarbij zijn rechten op zowel de Saksische als de Friese graafschappen.

Literatuur[bewerken]

  • Herre Halbertsma Frieslands oudheid, Het rijk van de Friese koningen, opkomst en ondergang (Utrecht 2000)