Hertogdom Brunswijk
| Herzogtum Braunschweig | ||||
|
||||
| Kaart van situatie in 1871-1918 | ||||
| Hoofdstad | Brunswijk | |||
| Regeringsvorm | Monarchie/republiek | |||
| Dynastie | Welfen | |||
| Bestaan | 1235-1946 | |||
| Oppervlakte | 3672,2 km² (1814-1946) | |||
| Inwoners | 327.493 (1878), 485.655 (1905) | |||
| Taal | Duits | |||
| Munteenheid | Mark | |||
| Locatie in het Duitse Keizerrijk | ||||
| Brunswijk in het Duitse Keizerrijk | ||||
| Bondsraad | 2 stemmen | |||
| Kenteken | BS | |||
|
||||
Brunswijk (Duits: Braunschweig) was een staat in het midden van het huidige Duitsland die bestond uit een aantal niet aaneengesloten gebieden.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Het hertogdom van 1813 tot 1884
De voorganger van het in 1813 gerestaureerde hertogdom Brunswijk was het hertogdom Brunswijk-Wolfenbüttel. De eerste hertog, Frederik Willem, sneuvelde op 16 juni 1815 in de slag bij Waterloo. De Britse prins-regent George (IV), hoofd van het huis Brunswijk-Hannover, aanvaardde in 1815 het regentschap over de minderjarige hertog Karel II. Hij verleende Brunswijk een constitutie op grondslag van oude privileges. Toen Karel op 30 oktober 1823 de regering overnam, weigerde hij deze echter te erkennen. Hierop brak een opstand uit, waarna de hertog op 7 september 1830 vluchtte en werd opgevolgd door zijn jongere broer Willem.
Willem herstelde de grondwet en voerde in 1832 een nieuwe in. Hij trad in 1844 toe tot de Zollverein. In 1866 nam hij nauwelijks deel aan de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog, maar trad daarna wel toe tot de Noord-Duitse Bond. De kinderloze hertog weigerde een militair verdrag met Pruisen te sluiten, daar dit land niet akkoord ging met de troonopvolger van zijn keuze, de voormalige koning George V van Hannover uit het huis Brunswijk-Lüneburg, die in 1866 door Pruisen was verdreven.
Onder Willems bewind werden de juryrechtspraak en persvrijheid ingevoerd en werden stappen richting de vrije handel ondernomen. In de Frans-Duitse Oorlog van 1870/1871 streed Brunswijk aan Pruisische zijde en in 1871 trad het toe tot het Duitse Keizerrijk. Met Willem stierf in 1884 het huis Brunswijk uit. Daar George' zoon Ernst August (II), 3e hertog van Cumberland weigerde zijn rechten op Hannover op te geven, wenste Otto von Bismarck hem niet in Brunswijk te zien opvolgen.
[bewerken] Successieconflict
Brunswijk werd aldus van 1885 tot 1906 bestuurd door de regent Albrecht van Pruisen en vervolgens door Johan Albrecht van Mecklenburg. Cumberland deed na lang onderhandelen ten gunste van zijn zoon Ernst August (III) - schoonzoon van keizer Wilhelm II - afstand van zijn aanspraak op de Brunswijkse troon, waardoor Ernst August, die op zijn beurt de facto zijn aanspraak op Hannover had opgegeven, in 1913 op de hertogelijke troon werd aanvaard.
[bewerken] Na de val van de monarchie
De nieuwe hertog verbleef gedurende de Eerste Wereldoorlog aan het front en liet de regering aan zijn gemalin Victoria Louise over. Hij werd in de Novemberrevolutie net als alle andere Duitse vorsten tot aftreden gedwongen. In Brunswijk werd nu een socialistische radenrepubliek opgericht, die echter in april 1919 met behulp van het Rijk werd onderdrukt. Het land kreeg nu de status van deelstaat van de Weimarrepubliek. Er werd op 22 december 1921 een democratische grondwet ingevoerd, maar in 1930 kregen de nationaalsocialisten de macht in handen. De Brunswijkse regering verschafte Adolf Hitler in 1932 officieel het Duitse staatsburgerschap. In het Derde Rijk verloor het land zijn zelfstandigheid. Brunswijk werd in 1946 deels samen met Hannover, Oldenburg en Schaumburg-Lippe bij de deelstaat Nedersaksen gevoegd en deels bij Saksen-Anhalt.
[bewerken] Heersers
| Staten (vanaf 1919: landen) van het Duitse Rijk (1871-1945) | |
|---|---|
|
Duitse Keizerrijk: Anhalt · Baden · Beieren · Bremen · Brunswijk · Elzas-Lotharingen · Hamburg · Hessen-Darmstadt · Lauenburg · Lippe · Lübeck · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Oldenburg · Pruisen · Reuss jongere linie · Reuss oudere linie · Saksen · Saksen-Altenburg · Saksen-Coburg en Gotha · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Schaumburg-Lippe · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Waldeck · Württemberg |
|
| Duitse Bond (1815-1866) | |
|---|---|
|
Anhalt · Baden · Beieren · Bremen · Brunswijk · Frankfurt · Hamburg · Hannover · Hessen-Darmstadt · Hessen-Homburg · Hessen-Kassel · Hohenzollern-Hechingen · Hohenzollern-Sigmaringen · Holstein · Lauenburg · Liechtenstein · Limburg · Lippe · Lübeck · Luxemburg · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Nassau · Oldenburg · Oostenrijk · Pruisen · Reuss jongere linie · Reuss oudere linie · Saksen · Saksen-Altenburg · Saksen-Coburg en Gotha · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Schaumburg-Lippe · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Waldeck-Pyrmont · Württemberg |
|