Buis (schip)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buis 2.jpg

De naam buis werd gegeven aan verschillende historische scheepstypen.

Het bekendst is de Nederlandse buis, en met name de haringbuis. Die is namelijk in Nederland in zeer grote aantallen gebouwd: een schatting in 1600 noemde een aantal van 1000 tot 1500 buizen. Waarschijnlijk is de naam van het schip een verbastering van cnorbuse, welke naam reeds in de 12e eeuw als vrachtscheepje voor de kustvaart genoemd wordt. Dit op zijn beurt komt van de samentrekking van knar (het Scandinavische handelsschip) en buse dat oud-Nederlands is voor overkomend water.

De eerste buis[bewerken]

De allereerste buizen waren van oorsprong Scandinavische typen (zie Vikingschip) die voor de kustvisserij werden gebruikt. De originele naam was bǘza. Deze benaming komt voor in de Nieuwpoortse toltarieven van 1163. De graaf van Vlaanderen liet een tol van acht denieren heffen op de bǘza die verse haring aanbrachten. Tot in de 15e eeuw werd een kleine, grotendeels open buis gebruikt in Zeeland en Vlaanderen (daar slabbert of slapbuis genoemd) voor de haringvangst in de kustwateren. Deze kon zowel geroeid als gezeild worden.

Middellandse Zeebuis[bewerken]

De buis van de Middellandse Zee (ook buzza, bucia en bucius genoemd) was een vrachtschip dat voor en achter gelijkvormig was, net als de Scandinavische typen. Het schip was voor Middellandse Zee-begrippen zwaargebouwd en had drie Latijn getuigde masten en twee stuurriemen. Het verdween door de invoering van de kogge met stevenroer aan het einde van de dertiende eeuw.

15e eeuw[bewerken]

Buis die zijn vleet inhaalt (G. Groenewegen)

Eerst nog van geringe afmetingen werden de buizen groter vanwege de invoering van het kaken van de haring op zee rond 1350. Dit vereiste een groter, stabieler schip met werk- en verblijfsruimte aan boord.

De eerst echte Hollandse haringbuis werd gebouwd in Hoorn in 1415. Het is een rondspant kielschip, bedoeld voor de vleetvisserij op haring met staande netten.

Kenmerkend zijn het hoge achterschip, de ingetrokken boorden, de volle ronde boegen, een opgebouwd achterschip of statie en een lengte van rond de 20 meter. Ondanks de matige vaareigenschappen voeren vissers in de 17e eeuw al helemaal langs de oostkust van Engeland naar het visrijke gebied nabij de Shetlandeilanden. Hierbij bleek bescherming van de toenmalige marine absoluut noodzakelijk: de Engelsen overmeesterden op een keer een Hollandse buis, onthoofden vervolgens de voltallige bemanning en sloegen de hoofden van deze vissers op in een harington. Deze ton werd naar Holland gestuurd als waarschuwing tegen het vissen in Britse wateren.

Koopvaarders[bewerken]

In 1428 schreef een Duitse koopman in Brugge aan het Hanze Verbond, Zij hedden ute in der zee wal 50 of 60 busen die to vysche varen, die zie ghemanet hedden, darmede, als zie anders nicht en wusten, dan dan dat zie darmede den unsen schaden wollen doen. Met andere woorden zij zijn niet bemand als vissersschip, dus is het doel handel. Later in de 15e Eeuw wordt er echter volop gebruikgemaakt van de buis in de koopvaardij, ook in de streken van het Hanze verbond. Eerst waren deze nog klein (8 last) en overnaads beplankt net als de tot dan gebruikte Kogge, maar met een platte spiegel (achterschip) als de Ewer, maar ze werden allengs groter en gladboordig beplankt.

Nog een koopvaarderijschip was het VOC-schip de Gouden Buys.

De fluit die in Hoorn voor het eerst is gebouwd, is een doorontwikkeling van de buis.

buisjesdag[bewerken]

Driemaal per seizoen voeren de haringbuizen uit, te beginnen op 15 juni. Deze dag stond als buisjesdag bekend. Er werd een gebedsdienst gehouden en vervolgens zwaaide de hele bevolking van Vlaardingen en Maassluis de schepen uit. Later werd de dag ervoor gevierd als vlaggetjesdag: de versierde schepen waren voor het wandelpubliek te bezichtigen.

In 1857 liet het College voor de Grote Visserij de datum van 24 juni los als eerste dag waarop de visnetten mochten uitgeworpen boven de visgronden. Buisjesdag werd van jaar tot jaar vastgesteld.[1]


Het einde[bewerken]

In de loop van de 19e eeuw zijn de haringbuizen verdwenen. De laatste werd gebouwd in 1841 op de werf "'s lands Welvaren" te Vlaardingen. De buis werd - althans voor wat betreft de haringvisserij - opgevolgd door de sloep en de logger. De zogeheten hoekerbuis en later de hoeker, die als eerste de buis opvolgden, bleken voor de haringvisserij met de vleet te zwaar.

  1. M.P. Zuydgeest (1994). Het zout verzouten. Europese Bibliotheek, Zaltbommel.