Buitengewoon opsporingsambtenaar
Een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA, vaak geschreven als boa), voorheen onder meer bekend als Onbezoldigd Rijksveldwachter, is in Nederland een functionaris die is bevoegd tot de opsporing van bepaalde, meestal een beperkt aantal of een specifieke groep, strafbare feiten. Voorbeelden van buitengewone opsporingsambtenaren zijn jachtopzieners, parkeercontroleurs, milieuambtenaren, conducteurs, viscontroleurs en sociaal rechercheurs. Dit in tegenstelling tot algemene opsporingsambtenaren, die bevoegd zijn tot opsporing van alle strafbare feiten.
In veel gevallen hebben buitengewoon opsporingsambtenaren een functie die mede de handhaving van openbare rust en orde omvat.
Er zijn in Nederland circa 30.000 BOA's (stand begin 2013).[1]
Inhoud |
Soorten buitengewone opsporingsambtenaren [bewerken]
Personen die de BOA-status kunnen hebben zijn onder andere:
- Jachtopzieners
- Brugwachters
- Scheepvaartmeesters
- Parkeercontroleurs
- Conducteurs
- Sociale Rechercheurs
- Boswachters
- Milieuopsporingsambtenaren
- AID- en NVWA-ambtenaren
- Medewerkers van de Arbeidsinspectie
- Opsporingsambtenaren van de FIOD-ECD (sinds 1 januari 2008 aangesteld als Algemeen Opsporingsambtenaar)
- Marktmeesters
- Gemeentelijke verordening-controleurs
- Flora- en Fauna beheerder
- Leerplichtambtenaren
- Medewerker bouw- en woningtoezicht
- Tunnelwachters
- Controleurs vaarwegen
- Inspecteurs dierenbescherming
- Brandweercommandanten
- Douanebeambten
- Buitengewoon Opsporingsambtenaar in dienst van een Politiekorps
- Gemeentelijk Opsporingsambtenaar
- Controleurs Openbaar Vervoer (BOA-OV)
- Buitengewoon Opsporingsambtenaar in dienst van een bedrijf (bijvoorbeeld ProRail)
Buitengewoon opsporingsambtenaar bij de politie [bewerken]
Naast politiemensen met een algemene opsporingsbevoegdheid zijn er bij de politie ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie. Een aantal van deze functionarissen is buitengewoon opsporingsambtenaar.
Enkele voorbeelden van BOA's bij de politie kunnen zijn:
- Meldkamercentralisten
- Servicecentrum medewerkers (0900-8844)
- Teleservicemedewerkers (alleen voor het opnemen van telefonische aangiften voor kleine vergrijpen, zonder daderindicatie of getuigengehoor)
- Baliemedewerkers
- Koeriers
- Facilitaire dienst
- Medewerkers Arrestantenzorg/vervoer en medewerkers parketpolitie
- Recherche assistenten
- Radar- / snelheidscontroleurs, medewerkers Verkeershandhavingsteams (VHT)
- Medewerkers Vreemdelingenpolitie
BOA's bij de politie hebben geen politierang. Wel hebben de BOA's van politie net als alle andere buitengewoon opsporingsambtenaren bevoegdheden, zoals het staandehouden van verdachten en het opsporen van strafbare feiten waarvoor zij zijn aangewezen. Aan BOA's kunnen door de Minister van Justitie bepaalde bevoegdheden die in beginsel zijn voorbehouden aan de ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zoals gebruik van geweld, worden toegekend.
BOA's bij de politie zijn als zij in uniform gekleed zijn veelal te herkennen aan het politielogo op hun schouder. Dit logo is echter ook in gebruik voor medewerkers van de politie die niet over opsporingsbevoegdheid beschikken. Vóór de invoering van het nieuwe politieuniform in 2006 waren er verschillende onderscheidingstekens voor verschillende diensten. Deze zijn nu allen samengevoegd tot één teken ("het vlammetje"). Niet alle politie BOA's werken in uniform. Zij dienen zich bij hun optreden ongevraagd te legitimeren.
Wettelijke regeling [bewerken]
In 1994 werd er een uniforme regeling voor buitengewone opsporingsambtenaren opgenomen in het Wetboek van Strafvordering, als artikel 142. Deze verving meerdere afzonderlijke regelingen. De bevoegdheid van algemene opsporingsambtenaren is geregeld in artikel 141. Het algemeen toezicht is ondergebracht bij het Ministerie van Justitie, Dienst Justis (Justitiële uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit & Screening).
Medewerkers van de parketpolitie vallen onder het korps regiopolitie met als rang politiesurveillant (parketwachter A) of -agent (parketwachter B). Beide typen ambtenaren zijn vuurwapendragend en -bevoegd en hebben een algemene opsporingsbevoegdheid met een beperkte taakstelling. Deze beperkte taakstelling betreft bewaking, transport, uitvoering van opgelegde straffen, en executietaken inzake verkeersovertredingen (wet Mulder).
Bevoegdheden [bewerken]
Niet elke BOA heeft dezelfde bevoegdheden. De akte van opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar bepaalt of deze bepaalde politiebevoegdheden (geweldgebruik en veiligheidsfouillering) heeft en eventueel welke geweldsmiddelen deze ambtenaar mag gebruiken.
Een buitengewoon opsporingsambtenaar kan een proces-verbaal op ambtseed of -belofte opmaken, dat bewijskracht heeft. Dit in tegenstelling tot een (schriftelijke) verklaring van een willekeurige burger.
Bekwaamheid en betrouwbaarheid [bewerken]
Elke buitengewoon opsporingsambtenaar moet voor de aanvraag van een akte van opsporingsbevoegdheid een examen afleggen met theorievragen over strafrecht, strafprocesrecht en staatsrecht en daarnaast moet de kandidaat een examen afleggen met theorievragen over het proces-verbaal. Een buitengewoon opsporingsambtenaar die in het openbaar vervoer werkzaam is moet een proces-verbaal schrijven. Dit examen moet om de vijf jaar herhaald worden. Daarnaast kan er uiteraard een functie-specifieke opleiding vereist zijn. Buitengewoon opsporingsambtenaren worden voor hun benoeming gescreend, waarbij met name naar de eventuele aanwezigheid van een strafblad gekeken wordt. De betrouwbaarheid van de betrokken persoon is één van de vereisten voor de beëdiging (artikel 2 Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar BBO). Op grond van de circulaire van het Ministerie van Justitie van 14 mei 2007 moet sindsdien ook bij de verlengingsaanvraag een verklaring omtrent het gedrag worden overgelegd. Naast deze verklaring wordt soms ook gebruikgemaakt van informatie afkomstig uit de registers van de justitiële documentatie en andere informatie van de politie. In het algemeen geldt de regel dat in de periode van vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag de betrokken persoon niet strafrechtelijk mag zijn veroordeeld en hij mag ook geen transactie hebben betaald voor een feit, dat als een misdrijf strafbaar is gesteld.
Insigne [bewerken]
Het herkenningsteken van BOA's is een zilverkleurig insigne dat een hand uitbeeldt die een staf/scepter omvat met daarachter een schild. Het insigne is in de loop van 2007 ingevoerd en vanaf 1 januari 2008 verplicht voor alle BOA's die in uniform of bedrijfskleding zichtbaar werkzaam zijn in het publieke domein, met uitzondering van BOA's bij douane, politie en de Koninklijke Marechaussee en enkele groepen die ontheffing van de draagplicht hebben, bijvoorbeeld omdat zij bij een opsporingsonderzoek juist niet als opsporingsambtenaar herkend mogen worden.
Het insigne dient om het voor de burger duidelijk te maken dat iemand bijzondere bevoegdheden heeft, zoals identiteitscontrole, boetes uitschrijven en aanhouden van verdachten. Door middel van dit insigne kunnen BOA's worden onderscheiden van bijvoorbeeld politiemensen die algemeen opsporingsambtenaar zijn en van particuliere beveiligers.
Externe links [bewerken]
- Artikel 142 Wetboek van Strafvordering, www.wetten.nl
- Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, www.wetten.nl
- BOA-site van Justitie
Bronnen, noten en/of referenties
|