Buitenspel (voetbal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De uitdrukking buitenspel is een term uit het voetbal.

Buitenspelpositie. De blauwe speler links van de stippellijn staat buitenspel op het moment dat de bal door zijn medespeler wordt gespeeld

Definitie[bewerken]

Een speler staat in buitenspelpositie als deze zich dichter bij de doellijn van de tegenstander bevindt dan de bal en de vóórlaatste tegenstander (inclusief de doelman). Dit geldt niet wanneer de speler zich op zijn speelveldhelft bevindt.

De laatste twee tegenstanders kunnen zowel een veldspeler en de doelman als twee veldspelers zijn. Een speler telt ook mee als hij zich achter de doellijn bevindt. Als de speler zich op dezelfde hoogte als de voorlaatste tegenstander (of meerdere tegenstanders tegelijkertijd) bevindt staat hij niet in buitenspelpositie. Waar voorheen enkel de voeten van de spelers telden om een buitenspelpositie te beoordelen, tellen nu alle lichaamsdelen van de spelers mee, behalve de handen en armen.

Een speler staat ook niet in buitenspelpositie als hij zich op het moment van het spelen van de bal achter de bal bevindt. Een misvatting die hieruit is ontstaan is dat een speler enkel bestraft kan worden voor buitenspel wanneer de bal voorwaarts beweegt. Dit is echter niet correct: een speler kan immers voor de bal in buitenspelpositie staan op het ogenblik dat de bal achterwaarts gespeeld wordt en vervolgens teruglopen om de bal op te halen.

In buitenspelpositie staan is niet tegen de regels. Het wordt pas strafbaar als een medespeler de bal naar deze speler speelt op het moment dat deze speler in buitenspelpositie staat. Een speler wordt alleen voor zijn buitenspelpositie bestraft, indien hij op het moment dat de bal wordt geraakt of gespeeld door een medespeler, naar het oordeel van de scheidsrechter, actief bij het spel betrokken is door in te grijpen in het spel, of een tegenstander in diens spel te beïnvloeden, of voordeel te trekken uit zijn buitenspelpositie.

Een speler wordt niet voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij de bal rechtstreeks ontvangt uit een doelschop, inworp of hoekschop. Ook wordt hij niet bestraft als hij de bal van een tegenstander ontvangt behalve als de bal terugkaatst op het doel of de doelman. De spelers die bij het schot op doel buitenspel stonden kunnen dus niet de bal aanspelen.

Indien een speler strafbaar in buitenspelpositie staat, wordt gesproken van buitenspel. Dit is een overtreding en leidt tot een indirecte vrije schop voor de tegenstander.

Geschiedenis[bewerken]

In 1866 werd de buitenspelregel gewijzigd. Voor die tijd stond iedere speler die de bal van achteren aangespeeld kreeg buitenspel. Later is de regel nog eens aangepast, door aan te geven dat wanneer de aanvaller op één lijn staat met de voorlaatste tegenstander hij niet meer buitenspel staat. Hij moet er dus echt voorbij staan. En de bal moet zijn richting op gaan, dus hinderlijk buitenspel staan. Dit was voorheen altijd anders.

Buitenspelval[bewerken]

De buitenspelval houdt in dat de gehele verdediging een voor een een aantal stappen naar voren zet, om zo een buitenspel te forceren bij de tegenstander. Rond de jaren 20 introduceerde Hans Tetzner de buitenspelval in Nederland.

In de Belgische voetbalcompetitie zette Sint-Truidense VV, onder leiding van haar coach Raymond Goethals, in het seizoen 1965-1966 als eerste de buitenspelval als tactisch middel in. Ze werden vicekampioen.

Zie ook[bewerken]

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: In mensentaal: Buitenspel.