Bushwick

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bushwick
Wijk van New York City
Locatie
Kerngegevens
Gemeente New York City
Stadsdeel Brooklyn
Knickerbocker Avenue, een belangrijke winkelstraat ten zuiden van het Maria Hernandez Park

Bushwick is een buurt in het noordoosten van het New Yorkse stadsdeel Brooklyn in de Verenigde Staten.

Bushwick wordt begrensd door East Williamsburg in het noordwesten, door Bed-Stuy in het zuidwesten, het kerkhof van Evergreens en andere kerkhoven in het zuidoosten en Ridgewood in het noordoosten. De bevolking van Bushwick bedraagt 129.980 inwoners. 38.9% van de bevolking was in 2007 in het buitenland geboren. De bevolking is etnisch echter vrij homogeen.

Geschiedenis[bewerken]

De West-Indische Compagnie sloot in 1638 een akkoord met de plaatselijke Lenapebevolking voor de beschikking over de streek van Bushwick. Peter Stuyvesant, de gouverneur van Nieuw-Nederland, noemde het gebied in 1661 "Boswijck" (wijk in het bos). De plaats omvatte de huidige gemeenten Bushwick, Williamsburg en Greenpoint. Bushwick was de laatste van de oorspronkelijke zes Nederlandse steden van Brooklyn die in Nieuw-Nederland werden opgericht. De gemeente werd in 1660 gesticht door 14 Franse en hugenotenkolonisten, een Nederlandse vertaler, Peter Jan De Witt, en Franciscus de Neger, een van de oorspronkelijke 11 slaven die naar Nieuw-Nederland waren gebracht en de vrijheid had verkregen. De nederzetting werd door de Nederlanders Het Dorp genoemd en later Bushwick Green door de Britten. De Engelsen namen de zes dorpen drie jaar later over en voegden ze samen in 1683. Bij het begin van de 19de eeuw bestond Bushwick uit 4 dorpen, "Green Point", "Bushwick Shore", "Bushwick Green" en "Bushwick Crossroads". Buswick breidde vervolgens zijn oppervlakte uit met "The New Lots of Bushwick", een heuvelachtig gebied van de inboorlingen. Dit gebied werd gedurende 140 jaar "Bushwick Shore" genoemd.

Bij de stichting van Bushwick was het vooral een landbouwgebied waar ook tabak verbouwd werd. Met de groei van Brooklyn en New York City werden er fabrieken gebouwd voor suiker, olie en chemische producten. De uitvinder Peter Cooper bouwde zijn eerste lijmfabriek in Bushwick. Immigranten uit Oost-Europa kwamen de Nederlandse kolonisten versterken. In de jaren 1840 en 1850 was de meerderheid van de immigranten Duits en vormden de overheersende bevolkingsgroep. Met de groei van de brouwerijsector kwam een nieuwe stroom Europese immigranten op gang en een deel van Bushwick werd welvarend. De burgemeester van New York, John Francis Hylan, had een huis op Bushwick Avenue. De welvaart kende een hoogtepunt tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog kwamen veel Italiaanse migranten terecht in Bushwick en werd het een der belangrijkste Italiaanse wijken van Brooklyn. In het midden van de jaren 1950 en de jaren 1960 kwamen kwamen er zich arme arbeiders van Afro-Amerikaanse en Puerto Ricaanse afkomst vestigen en de nijverheid trok langzaam weg. Tijdens de grote elektriciteitspanne van 1977 had de wijk veel te lijden onder het vandalisme en de vernielingen van winkels. Hierdoor trok wie het zich kon permitteren weg en werd de wijk vooral een gebied van Puerto Ricanen en recent ook van migranten uit de Dominicaanse Republiek. In de jaren 1990 bleef het een arme en gevaarlijke buurt, met 77 moorden, 80 verkrachtingen en 2.242 berovingen in 1990. Vanaf 2000 kenden sommige buurten wel een zekere herleving.

Bekende inwoners[bewerken]

Externe links[bewerken]