Byzantijns-Arabische oorlogen
De Byzantijnse-Arabische oorlogen waren de oorlogen die de Byzantijnse legers moesten voeren tegen de oprukkende Arabische legers tussen de 7e en de 11e eeuw. De oorlogen startten met de opkomst van de islam in de 7e eeuw en gingen door totdat de Arabieren zelf verslagen werden door de Turkse volkeren, zoals de Seltsjoeken. Uiteindelijk versloegen de Turkse Ottomanen het Byzantijnse Rijk definitief in 1453.
Het gemak waarmee de Arabieren de gebieden in Syrië en Egypte veroverden kan deels verklaard worden door de steun die zij kregen van de christelijke monofysieten, die door Byzantium tot ketters waren verklaard en door hen vervolgd en onderdrukt werden [1]. De monofysietische bevolking van het midden-oosten verwelkomde daarom de Arabische legers als 'bevrijders' van het byzantijnse juk.
Opening van het conflict [bewerken]
De Byzantijns-Perzische oorlogen hadden het Byzantijnse Rijk ernstig verzwakt. Ook het Perzische rijk van de Sassanieden was daardoor verzwakt, waardoor ook daar de Arabieren de Perzen konden verslaan in de Perzisch-Arabische oorlogen. De oorlogen begonnen toen de Arabieren de vazalstaten van de Ghassaniden en de Lakhmiden van Al-Hirah aanvielen. Dit resulteerde in een volledige oorlog waarbij de Levant veroverd werd.
Veldslagen [bewerken]
- Slag bij Ajnadayn (634)
- Slag bij de Jarmuk (636)
- Val van Jeruzalem (637/638)
- Inname van Alexandrië (643)
- Slag bij Akroinon (740)
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|