Cédric Klapisch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cédric Klapisch (Neuilly-sur-Seine, 4 september 1961) is een Frans filmregisseur, scenarist, acteur en filmproducer. Hij bedenkt en schrijft meestal zelf het scenario voor zijn films. Hij draait vooral komedies. Hij is telkens eventjes te zien in zijn films.

Biografie[bewerken]

Cédric Klapisch studeerde film, eerst in Parijs en daarna in New York. Hij werkte er eerst als cameraman maar hij schakelde al vlug over naar de regie. Hij maakte Glamour toujours, zijn eerste kortfilm. Enkele kortfilms later keerde hij terug naar Frankrijk. Hij deed er ervaring op als elektricien op de filmset van onder meer Mauvais sang (Leos Carax, 1986). Hij was ook actief als scenarist en regisseur van bedrijfsfilms en televisiedocumentaires. Zo verwezenlijkte hij in 1989 Maasaïïtis, een documentaire over de Masaï. In datzelfde jaar draaide hij nog Ce qui me meut, een kortfilm over Etienne Jules Marey, een pionier van de fotografie en een voorloper van de cinematografie.

In 1992 behaalde hij een eerste commercieel succes met de sociale satire Riens du tout waarin Fabrice Luchini als jonge PDG zijn met failliet bedreigd bedrijf met nieuwe managementmethodes (gebaseerd op onder andere teambuilding ...) dacht te kunnen redden. Zijn tweede prent, de televisiefilm Le Péril jeune (1994), oogstte zoveel succes op televisiefestivals dat hij een jaar later als bioscoopfilm uitgebracht werd. In deze tragikomedie bracht hij vier vrienden opnieuw samen, vijf jaar na het beëindigen van hun middelbare studies in 1976. Bij de Franse jeugd van de jaren negentig kreeg de film stilletjes aan de status van nostalgische cultfilm. Hij betekende ook het debuut van Romain Duris, die in de meeste volgende werken van Klapisch zou meespelen en zo zijn acteur fétiche werd.

Klapisch deed nog enkele uitstapjes in de wereld van de kortfilm. Zo werkte hij mee aan de collectieve film 3000 scénarios contre un virus (1994), bedoeld als preventiefilm tegen AIDS. Hij verfilmde er, net zoals de andere regisseurs, scenario's voor kortfilms van leerlingen voor. Poisson rouge toonde op een grappige manier dat een condoom wel degelijk levens kan redden. De documentaire sketchenfilm Lumière et Compagnie (1995) werd gedraaid naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de cinematografie. Le Ramoneur des Lilas (1998) was pornografisch van opzet.

De grote doorbraak kwam er in 1996, met twee films tegelijk. De intimistische komedie Chacun cherche son chat bracht een ganse Parijse wijk op de been in een solidaire zoektocht naar een verdwenen kat en genoot veel bijval. De komedie Un air de famille was de verfilming van het gelijknamige succesrijke toneelstuk van het duo Agnès Jaoui-Jean-Pierre Bacri. De prent veroverde niet alleen de harten maar ook drie Césars in 1997. De science-fictionfilm Peut-être (1999), een van de laatste films van Jean-Paul Belmondo, stak van wal op de avond van de laatste dag van de twintigste eeuw.

Nog meer succes viel de komedie L'Auberge espagnole (2002) te beurt. De Belgische actrice Cécile de France hield er een César voor Beste jong vrouwelijk talent aan over. De amoureuze en andere lotgevallen van een internationaal studentengezelschap in Barcelona spraken zo tot de verbeelding dat er al gauw een nog succesvoller vervolg aan gebreid werd : Les Poupées russes (2005). Cécile de France behaalde opnieuw een César, deze keer in de categorie Beste actrice in een bijrol. Tussen die twee films door draaide hij nog de film noir Ni pour ni contre (bien au contraire) (2002) met de Belgische actrice Marie Gillain in de hoofdrol.

In 2008 waagde Klapisch zich met veel succes aan Paris, een tragikomedie waarin de levens van heel wat personages elkaar kruisten. Broer en zus Juliette Binoche en Romain Duris vormden de spil van deze hartverwarmende kroniek van het bestaan in de Franse hoofdstad. In de sprankelende tragikomedie Ma part du gâteau (2011) ontdekte de ontslagen arbeidster Karin Viard dat haar nieuwe werkgever, de Parijse beursmakelaar Gilles Lellouche, verantwoordelijk was voor de sluiting van haar fabriek in Dunkerque.

Casse-tête chinois, het tweede vervolg op L'Auberge espagnole, voert dezelfde personages ten tonele, nu als prille veertigers. De film komt uit eind 2013.

Filmografie[bewerken]

Langspeelfilms[bewerken]

Kortfilms[bewerken]

Cameo's[bewerken]

Klapisch heeft de gewoonte een bescheiden figurantenrolletje te spelen in zijn films of, net zoals Alfred Hitchcock, er even in beeld in te verschijnen.