Célestine Galli-Marié

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Galli-Marié was de eerste zangeres die de titelrol zong in Carmen, foto: Félix Nadar

Célestine Galli-Marié (Parijs, november 1840 - Vence, 22 september 1905) was een Franse mezzo-sopraan die bekendheid kreeg als zangeres van de titelrol in de opera Carmen van Georges Bizet[1]

Carrière[bewerken]

Galli-Marié werd geboren als Marie-Célestine Laurence Marié de l'Isle in Parijs. Ze leerde zingen van haar vader Mécène Marié de l'Isle, die had ook een succesvolle carrière had in de opera. Haar debuut was in 1859 in Straatsburg en zong ze in het Italiaans in Lissabon.[2] Op 15-jarige leeftijd trouwde ze met een beeldhouwer genaamd Galli, die in 1861 overleed[2], waarna ze haar artiestennaam Galli-Marié aannam.

Émile Perrin, de directeur van het Opéra-Comique, hoorde haar zingen in The Bohemian Girl van Michael William Balfe in Rouen en bracht haar naar Parijs. Ze zong in de Opéra-Comique tot 1885, waar ze de première zong in Pergolesi's La Serva Padrona. Haar bekendste rollen waren in Thomas' Mignon (1866) en Bizet's Carmen (1875 ). Er werd gezegd dat ze tijdens de 33e uitvoering van Carmen op 2 juni 1875 een voorgevoel van Bizet's dood terwijl ze de kaarten-scène in de 3e akte zong. Ze viel flauw toen ze het podium verliet. Bizet zou inderdaad die nacht sterven en de volgende voorstelling werd afgelast vanwege haar malaise.[3]

Ze zong ook de première van de rollen van Lazarille in Don César de Bazan, Vendredi in Robinson Crusoé, de titelrol in Fantasio, evenals rollen in Lara, Le Capitaine Henriot, Fior d'Aliza, La Petite Fadette en Piccolino. Ze zong ook Taven in Mireille en Rose Friquet in Les dragons de Villars.[4][5] Ergens in de late jaren 1860 en vroege jaren 1870 werden Galli-Marié en de componist Émile Paladilhe minnaars. Curtiss merkt op dat ze zijdeaapjes hield als huisdier en deze soms meebracht naar repetities.[2]

Ze ging veel op tournee en zang Carmen in Napels (de Italiaanse première), Genua, Barcelona, ​​Lyon, Luik en Dieppe alvorens terug te keren naar de Opéra-Comique voor de reprise van de oorspronkelijke productie op 22 oktober 1883.[2] In Londen zong ze in Her Majesty's Theatre in een reizende productie in 1886, waarna ze terug keerde naar de Opéra-Comique in 1890 om te zingen in een concert om fondsen te werven voor een monument voor Bizet. Dit was haar laatste optreden.[1] Ze stierf in Vence, in de buurt van Nice.

Galli-Marié's stem werd beschreven als zijnde van een goed timbre, met duidelijke dictie en frasering. Een hoge mezzo-sopraanstem werd wel aangeduid als "Galli-Marié-stem".[6] Galli-Marié-rollen worden nu soms gezongen door sopranen.

Familie[bewerken]

Haar zussen Irma en Paola waren ook professionele zangeressen. Irma zongen rollen in L'amour chanteur in 1864 en in Les bergers in 1865. Ze maakte een tournee in de Verenigde Staten alvorens terug te keren naar de Parijse Opéra-Comique. Paola was een vooraanstaand operettezangeres; ze zong de premières in werk van Charles Lecocq. Ze zong voor een groot deel in de Verenigde Staten. Galli-Marié en Irma zongen samen in Madeleine in het Theâtre des Bouffes Parisiens in 1869.[7]

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Harold Rosenthal. "Célestine Galli-Marié", The New Grove Dictionary of Music and Musicians, ed. Stanley Sadie (Londen: Macmillan, 1980), vii, 127.
  1. a b Wright LA. Galli-Marié. In: The New Grove Dictionary of Opera. Macmillan, Londen & New York, 1992.
  2. a b c d Curtiss M. Bizet and his world. New York, Vienna House, 1974.
  3. Dean W. Bizet. Londen, JM Dent & Sons, 1978.
  4. Soubies A, Malherbe C. Histoire de l'opéra comique – La seconde salle Favart 1840–1887. Flammarion, Parijs, 1893.
  5. Martin J. Nos artistes des theatres et concerts. Paul Ollendorff, Parijs, 1895.
  6. Moure, J G É, Bouyer, A. The abuse of the singing and speaking voice, causes, effects and treatment. K. Paul, Trench, Trübner, Londen, 1910.
  7. Gänzl K. The Encyclopaedia of the Musical Theatre. Blackwell, Oxford, 1994.