California Trail

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van de belangrijkste migratieroutes door het noordwesten van de V.S. met huidige staatsgrenzen. De California Trail in rood.

De California Trail was een route ("trail") waarlangs in de 19e eeuw kolonisten vanuit de Verenigde Staten naar het westen trokken, om in Oregon of Californië een nieuw bestaan op te bouwen. De route liep vanaf de Missouri door het Middenwesten, over de Rocky Mountains, door het Grote Bekken (Great Basin) en door of om de Sierra Nevada. Vanaf ongeveer 1840 trokken rond de 250.000 kolonisten en goudzoekers over de California Trail naar het westen, aangetrokken door het nog grotendeels onbewoonde, vruchtbare land van Californië, en de California Gold Rush vanaf 1850. In totaal was de route ongeveer 8000 km lang, maar er waren verschillende varianten en vertakkingen mogelijk. Tegenwoordig worden delen van de California Trail onderhouden door de National Park Service in het kader van het National Trail System.

Kloof van de Humboldt River, waar de California Trail doorheen liep.
Donner Pass, waar een van de vertakkingen van de California Trail over de Sierra Nevada liep.

Route[bewerken]

De gekozen route hing af van de keuze van bestemming en het soort en aantal dieren en huifkarren dat werd meegenomen. Het gedeelte door de Great Plains liep gelijk op met de Oregon Trail en Mormon Trail. Het begin liep door Missouri, dan langs de Platte River en North Platte River door Nebraska naar de tegenwoordige staat Wyoming. Vanaf daar leidde de California Trail langs de Sweetwater River de Rocky Mountains in. De waterscheiding werd gepasseerd op de South Pass, tegenwoordig in het oosten van Wyoming. De Mormon Trail splitste hier af naar het zuiden, terwijl de California en Oregon Trails verder naar het noordwesten liepen tot Fort Hall in het zuiden van het Oregon Territory (tegenwoordig in de staat Idaho).

Iets ten westen van Fort Hall liep de Oregon Trail verder naar het westen langs de Snake River en splitste de California Trail af naar het zuidwesten. Over Granite Pass en de City of Rocks voerde de route het Grote Bekken binnen, om het grootste deel van het noorden van de huidige staat Nevada de Humboldt River te volgen. De rivier leidt door Carlin Canyon, een smalle kloof die bij hoogwater nauwelijks doorgaanbaar was.

Waar de Humboldt River in het meer Humboldt Sinks uitmondt, splitste de California Trail in twee routes. De noordelijke route liep door de woestijn naar het westen, om de Truckee River te bereiken en via de Donner Pass de Sierra Nevada over te steken naar Californië. De zuidelijke route liep door de woestijn naar het zuidwesten, om langs de Carson River naar Carson Pass te lopen, waar de Sierra Nevada werd overgestoken. Beide routes kwamen uiteindelijk uit bij Sutter's Fort, tegenwoordig in de bebouwde kom van Sacramento, de hoofdstad van Californië.

Een aantal minder gevolgde routes splitsten eveneens af na Humboldt Sinks, om over de noordelijke Beckwourth Pass of langs het Goose Lake op het Modoc Plateau het noorden van Californië te bereiken.

Geschiedenis[bewerken]

In de eerste helft van de 19e eeuw viel Californië onder achtereenvolgens Spaans en Mexicaans gezag. Vanwege de hoop een bevaarbare rivier te vinden die in de Grote Oceaan uitkwam, verscheen vanaf het einde van de 18e eeuw een fictieve rivier met de naam Buenaventura River op kaarten van het westen van Noord-Amerika. Het Grote Bekken was nog niet in kaart gebracht, maar Amerikaanse pelsjagers begonnen het gebied te verkennen, zoals Peter Skene Ogden, die in 1828 de Humboldt River ontdekte. De pelshandelaar en officier Benjamin Bonneville, gefinancierd door John Jacob Astor, zond in 1834 de verkenner Joseph R. Walker erop uit om het gebied ten westen van de Green River in het huidige Utah te verkennen, met als doel een route te vinden naar Californië. Walker ontdekte dat de Humboldt River een natuurlijke verbinding van oost naar west door het droge en bergachtige gebied vormt. De Amerikaanse regering had zijn oog laten vallen op het gebied ten westen van de Rocky Mountains en hoopte door het stimuleren van kolonisten haar invloed in Californië te vergroten.

Een kleine groep kolonisten onder leiding van John Bidwell was in 1841 de eerste groep kolonisten die via de California Trail Californië bereikte. Twee jaar later lukte een groep kolonisten onder aanvoering van Joseph Chiles hetzelfde. In 1844 bracht de ontdekkingsreiziger John Charles Frémont het land ten westen van de Rocky Mountains voor het eerst gedetailleerd in kaart. Hetzelfde jaar slaagden de eerste kolonisten erin met huifkarren over de Sierra Nevada te trekken. Frémont leidde samen met Lansford W. Hastings in de daarop volgende jaren meerdere honderden kolonisten over de Sierra Nevada, waarbij hij ook de zuidelijke route over de Carson Pass ontdekte.

Na het uitbreken van de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog in 1846 namen de Verenigde Staten Californië in, wat door Mexico erkend werd in 1848. Datzelfde jaar werd in Californië goud ontdekt en ontstond de California Gold Rush, waardoor de stroom kolonisten en gelukszoekers meer dan vertienvoudigde. Vanaf ongeveer 1860 raakte de route in onbruik door de aanleg van de Transcontinental Railroad, de eerste spoorweg die Californië met het oosten van de V.S. verbond. Zowel de spoorweg als de later aangelegde snelwegen U.S. Highway 40 en Interstate 80 lopen gedeeltelijk over dezelfde route als de California Trail.

Delen van de California Trail worden tegenwoordig beschermd en onderhouden, zoals in het City of Rocks National Reserve in het zuiden van Idaho, waar de sporen van huifkarren nog te bezichtigen zijn. Ook zijn de namen te zien die kolonisten met vet op rotsen geschreven hebben.