Camarón de la Isla

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Camarón
Camarón met Paco de Lucia
Camarón met Paco de Lucia
Algemene informatie
Volledige naam José Monje Cruz
Bijnaam El Camarón de la Isla
Geboren 5 december 1950 San Fernando (provincie Cádiz)
Overleden 2 juli 1992 Badalona
Land Vlag van Spanje Spanje
Werk
Jaren actief 1960 - 70 - 80 - 92
Genre(s) flamenco - flamenco nuevo
Beroep(en) cantaor (flamencozanger)
Instrument(en) flamencogitaar
Invloed(en) oudere broer Manuel
Act(s) Polygram, Philips, Universal, Mercury, Polygram Iberica
Portaal  Portaalicoon   Muziek

El Camarón de la Isla, artiestennaam van José Monje Cruz (San Fernando, 5 december 1950 - Badalona, 2 juli 1992 ), was een van Spanjes bekendste flamencozangers van de tweede helft van de 20ste eeuw. Zijn bijnaam El Camarón ("de garnaal") kreeg hij van zijn oom vanwege zijn roodblonde haar, zijn magere lichaamsbouw en lichte huid.

Biografie[bewerken]

Levensloop[bewerken]

José werd geboren in in de Calle Carmen in San Fernando aan de Golf van Cádiz, als zesde kind uit een gitano (zigeuner)familie met acht kinderen. Als kind hielp José zijn vader, die -naar gitanotraditie- smid was. Deze flamenco-aficionado,[1] bekend om de martinetes[2] die hij zong, stierf in 1966. Josés moeder, Juana Cruz Castro, was canastera (mandenmaakster) van beroep en hield na het overlijden van haar man cafés en bars schoon om de kost te verdienen. Zij zong naar verluidt zo geweldig flamenco dat alle grote artiesten van die tijd –Manolo Caracol, La Niña de los Peines, La Perla de Cádiz– regelmatig naar haar kwamen luisteren. Naast José zijn al haar kinderen begaafde zangers geworden.

In 1974, toen hij drieëntwintig was, trouwde Camarón met het zestienjarige zigeunermeisje Dolores Montoya uit La Línea de La Concepción. Hij noemde haar "La Chispa" (De vonk). Ze kregen vier kinderen.

Camerón was een uiterst introverte, verlegen en rustige man. Ondanks zijn sterrenstatus bleef hij zijn eenvoudige karakter trouw. Hoewel rijkelijk met goud en eer behangen, hechtte hij volgens de gitano-filosofie geen belang aan geld of status. Wel raakte hij in de loop der jaren - zoals heel wat andere gitano's in die tijd - steeds zwaarder aan drugs (cocaïne, heroïne, lsd) verslaafd.

In 1992 stierf José Monge Crúz -42 jaar oud- aan longkanker. Jarenlang druggebruik, gecombineerd met vier pakjes sigaretten per dag, eisten hun tol. Met zijn dood werd de mythische status van El Camarón de la Isla pas goed duidelijk: meer dan 100.000 mensen waren op zijn begrafenis aanwezig. Tien jaar later bleven alle Spaanse televisiestations de hele dag door bezig met het herdenken van Camaróns overlijden.

Op de begraafplaats van San Fernando staat een standbeeld ter ere van Camarón de la Isla. Hier worden dagelijks enorme hoeveelheden bloemen ter ere van El Príncipe del Cante Flamenco door fans neergelegd.

Carrière[bewerken]

Om geld te verdienen zong Camarón als achtjarige met zijn vriendje Rancapino in cafés –vooral de Venta Vargas- en op de treinstations. Ook zong hij regelmatig met zijn achttien jaar oudere broer Manuel op fiestas privadas (privé feesten) van rijke mensen. Hij won in 1962 de eerste Premio del Concurso Flamenco del Festival de Montilla in Córdoba. Vanaf dat moment was hij een rijzende ster in Andalusië.

Tijdens de feria van Sevilla hoorde Antonio Mairena hem zingen en hij was meteen zwaar onder de indruk van zijn duende [3]. Zijn duende zou Camaróns meest aansprekende kenmerk worden: hij wist het telkens weer op te roepen. Nadat hij als zestienjarige de eerste prijs op het Festival del Cante Jondo in Mairena de Alcor won, werd hij door Miguel de los Reyes en Dolores Vargas gecontracteerd om in hun compañías flamencas (flamencogezelschap) te zingen.

Later trok Camarón met Miguel de los Reyes naar Madrid, waar hij een vast contract in het Tablao de Torres Bermejas kreeg (1968). Hij bleef hier –met onderbrekingen- twaalf jaar.

In dit tablao (flamenco cafe) werd hij door Antonio de Algeciras, vader van Paco de Lucía ontdekt. Via hem werd hij aan Paco voorgesteld. Kort daarna namen zij samen zijn eerste plaat op -met Antonio de Algeciras als producer- welke enthousiast werd ontvangen. Hierdoor kwamen er veel optredens op flamencofestivals los. Snel volgden tournees door het buitenland: Camarón was een flamenco-ster geworden.

Tussen 1969 en 1977 namen Camarón en Paco de Lucía tien albums op. De eerste drie èn het vijfde album van Camarón droegen de titel "El Camarón de la Isla con la colaboración especial de Paco de Lucía" (Camarón de la Isla, met de speciale medewerking van Paco de Lucía). Alleen het vierde album kreeg een echte titel (Canastera) mee. Algemeen gebruik gaf de albums een onderscheidende naam. Latere albums kregen een eigen naam, waarbij als ondertitel werd vermeld dat Paco de Lucía zijn speciale medewerking bleef geven. Na verloop van tijd raakte de formule van cante y guitarra (zang en gitaar) uitgemolken. Camarón en De Lucía sloegen nieuwe muzikale wegen in. Naast de klassiek begeleidende functie kreeg de gitaar van De Lucía een sterke eigen stem. Andere instrumenten werden toegevoegd: De Lucía nam uit Zuid-Amerika de cajón mee. Er volgden een elektrische basgitaar, fluiten en zelfs ondersteunende vioolsecties. Het geluid kreeg een meer jazzy klank, waarmee de basis werd gelegd voor wat later als Flamenco Nuevo bekend zou worden. Dit opende wegen naar vooral de jongere generatie.

Camarón raakte in de loop der jaren steeds zwaarder aan drugs verslaafd. De samenwerking en relatie met Paco de Lucía raakte een periode sterk vertroebeld. Zo'n tien jaar later zouden beiden weer samenkomen om tot het overlijden van Camarón opnamen te maken. Camarón liet zich vanaf eind jaren 70 vaak begeleiden door Tomatito, een uiterst talentvolle De Lucía-adept.

In 1979 wisselde Camarón zijn oude producer in voor Ricardo Pachón. Resultaat was La Leyenda del Tiempo -zonder Paco de Lucía- waarover de puristen onder de flamencoliefhebbers schande spraken en hun platen naar de winkel retourneerden. Teksten van deze plaat, ingebracht door Pachón en Kiko Veneno, droegen niet de klassieke romantische thema's, maar (delen van) teksten van Lorca (o.a. het bekende La Tarara) en bijvoorbeeld de Perzische dichter Omar Khayám. Ook werden voor de flamenco 'bizarre' instrumenten als keyboards, basgitaar, een drumstel en zelfs een sitar gebruikt. Hiermee werd de weg geplaveid voor de flamenco fusión, een vorm van samengaan van flamenco met pop en jazzmuziek. Volgens sommige critici herbergde deze plaat echter de belangrijkste flamenco-opnames van de laatste halve eeuw. Camarón schrok van de felle puristische reacties, waardoor in zijn latere werk de scherpe kantjes werden teruggedraaid. Het album bleek echter een trendbreuk en een opening voor anderen te zijn. Tot aan de dag van zijn dood in 1992 werden van La Leyenda del Tiempo 5482 albums verkocht, waarna de verkoop snel steeg.

Ondanks deze vernieuwingen heeft Camarón de Flamenco Puro (zuivere flamenco) nooit geweld aangedaan. Dit wordt bevestigd door het feit dat hij in Spanje, vooral onder de gitanos (bepaald niet vooraanstaand in de drang naar verandering) bekendstaat als El Príncipe, de prins.

Betekenis voor de (moderne) Flamenco[bewerken]

Camarón wordt door velen beschouwd als de populairste en invloedrijkste flamencocantaor (zanger) van de moderne tijd. Zijn verschijning en zijn toewijding, zijn 'jondo' [4], zijn 'rajo' [5] en zijn voz gitana, zigeunerstem, waardoor de 'duende' als vanzelf kwam, maakten dat hij met de vertolking van zijn flamenco cantes zelfs de orthodox traditionele aficionados[6] wist te overtuigen. Hij was en is op deze onderdelen nog steeds een ideaalbeeld voor velen.

Camaróns eerste dozijn vinylplaten nam hij op met de gitarist Paco de Lucía; dit zijn stuk voor stuk serieuze, oprechte flamenco-opnamen. Ook voor zijn laatste opnamen werkte hij samen met Paco en diens broers Ramón en Pepe, die ook voor de productie van de laatste serie tekenden. Uiteindelijk namen de twee materiaal voor zo'n 20 lp's op, waarvan tijdens Camaróns leven zo'n 360 000 lp's en cd's werden verkocht.

Na het verschijnen van zijn album La Leyenda del Tiempo (1979) waren de aficionados furieus en beschouwden hem zelfs als verrader. Feitelijk werd dit album door hen onder tafel geschoven. Omdat hij daarna de innovaties minder expliciet gebruikte en zich vaak alleen op gitaar (Tomatito, Paco Cepero, Raimundo Amador en anderen) liet begeleiden, werden de bezwaren vergeten.

La Leyenda del Tiempo, hoe verguisd ook, zorgde voor een doorbraak van de flamenco in de internationale wereld. Camarón trad steeds meer op tijdens internationale festivals. Popgiganten als Mick Jagger, Joe Cocker en Quincy Jones, verder geen flamencokenners, behoorden tot zijn bewonderaars. In Spanje was dit album de laatste aanzet tot de Flamenco Fusión en van hieruit naar de Flamenco Nuevo. Populair-moderne groepen, schatplichtig aan Camarón, zijn onder andere Ketama, Pata Negra (Raimundo Amador en zijn broer Diego Amador -neven van Camarón), Estrella Morente, Chambao, Javier Limón, Radio Tarifa, Ana Salazar en Ojos de Brujo.

De opnamen van Camaróns ultieme cd-album duurde tijden. Camarón zakte nu en dan weg in een staat van half bewustzijn en paranoia. Ook al was hij van de drugs af, hij was wel in gevecht met zijn kanker, en gebruikte zijn eigen favoriete drug rohypnol en andere downers waarmee hij de pijn bestreed. De cd heette simpel Soy Gitano (1989): 'Ik ben een Zigeuner'.

Monument voor Camarón in La Línea de la Concepción

Prijzen[bewerken]

Camarón ontving een waterval aan prijzen en eerbewijzen. Naast de al genoemde prijzen zijn dat onder meer:

  • Premio en el Concurso de Cante Jondo Antonio Mairena, 1973.
  • Premio Nacional de Cante de la Cátedra de Flamencología y Estudios Folclóricos Andaluces de Jerez, 1975.
  • Trofeo Lucas López de la Peña Flamenca El Taranto de Almería, 1984.
  • IV Llave de Oro del Cante Flamenco, 2000 (postuum toegekend).

Eerbewijzen

  • Hijo Predilecto de San Fernando (1992) (Erezoon van San Fernando)
  • Medalla al Mérito Artístico del Ayuntamiento de Madrid (Medaille van Artistieke Verdiensten van de gemeente Madrid)
  • Medalla de Oro de la Junta de Andalucía(Gouden Medaille van het departement van Andalusië)
  • Medalla de Oro de las Bellas Artes (Gouden Medaille voor de Schone Kunsten)
  • Hijo adoptivo de la ciudad de La Línea de la Concepción (Aangenomen zoon van de stad La Línea de la Concepción).

Discografie[bewerken]

Camarón nam 176 cantes op in ongeveer 50 palos (stijlen)

  • Reencuentro; (2008)
  • Venta de Vargas. (2005)
  • Alma y Corazón. (3 CD-box) (2004)
  • Antología Inédita; Herbewerking van nooit eerder gebrachte cantes opgenomen door Ricardo Pachón. Universal (2000)
  • Antología. Universal (1996)
    • 1. Fundamentos
    • 2. Grandeza
    • 3. Apoteosis
  • Camarón Nuestro (2 cd's) (opnamen tijdens festivals in 1978 en 1979); gitaar: Tomatito. Mercury (1994)
  • Potro De Rabia Y Miel (de laatste, beschouwd als het meesterwerk); met: Paco, Tomatito, en vele anderen. Geproduceerd door Paco en Pepe de Lucía (1992)
  • Una Leyenda Flamenca (bij zijn dood uitgegeven); gitaar: Paco de Lucía en Tomatito. Philips (1992)
  • Autorretrato; Paco de Lucía, Tomatito en Cañizares (Gitaar achteraf onder de stem van Camarón gemonteerd) Mercury (1990)
  • Soy Gitano; Royal Philarmonic Orchestra. Tomatito, Vicente Amigo y Raimundo Amador, Carles Benavent, Tino Di Geraldo, Manuel Soler. Mercury (1989)
  • Camarón de la Isla con la colaboración de Paco de Lucía: Disco de Oro. Philips (1988)
  • París 1987; met: Tomatito. Universal (1987 / 1999)
  • Flamenco Vivo; gitaar Tomatito. Mercury (1987)
  • Te lo dice Camarón; gitaar: Tomatito. Mercury (1986)
  • Viviré; gitaar: Paco de Lucía y Tomatito. Mercury (1984)
  • Calle Real; gitaar: Paco de Lucía y Tomatito, verder Raimundo Amador, Carles Benavent, Jorge pardo. Mercury (1983)
  • Como El Agua; gitaar: Paco de Lucía en Tomatito, Carles Benavent, Rubem Dantasç. Teksten Pepe de Lucía. Mercury (1981)
  • La Leyenda Del Tiempo; Raimundo Amador, Jorge Pardo, J.A.Galicia. Productie: Ricardo Pachón. Philips (1979)
  • Castillo de arena; Gitaar: Paco de Lucía. Philips (1977)
  • Rosa María; gitaar: Paco de Lucía, Ramón de Algeciras. Philips (1976)
  • Arte y Majestad; gitaar: Paco de Lucia. Philips (1975)
  • Soy caminante; gitaar: Paco de Lucia. Philips (1974)
  • Son tus ojos dos estrellas; gitaar: Paco de Lucia. Philips (1973)
  • Caminito de Totana; gitaar: Paco de Lucia. Philips (1973)
  • Canastera; gitaar: Paco de Lucía, Ramón de Algeciras. Philips (1972)
  • El Principio de una leyenda Camarón de la Isla con El Turronero. Guitarra: Antono Arenas. Grabado en directo Año 1971. EKIPO (1971)
  • Cada vez que nos miramos; gitaar: Paco de Lucia. Philips (1970)
  • Al verte las flores lloran ; gitaar: Paco de Lucía, Ramón de Algeciras. Productie: Antonio de Algeciras. Philips (Polygram Iberica) (1969)
Bewerk Deze lijst is incompleet. U wordt uitgenodigd op bewerken te klikken om de lijst uit te breiden.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Fernández Zaurín, Luis, José Candado Calleja (2005) [2002] Camarón, Biografía de un mito. Bolsillo
  • Tremlett, Giles (2006) Ghosts of Spain: Travels through a country's hidden past. (pp. 156 - 194) Faber and Faber

  1. aficionado: kenner
  2. martinetes: gezangen van de smid, begeleid door de klappen van de smidshamer
  3. duende: letterlijke betekenis: elf of nimf. Een 'staat van zijn' die ontstaat op die momenten dat mensen zich totaal geconcentreerd overgeven en opgaan in hun muziek, vaak tot tranen toe geroerd. Dit leidt meestal tot een bijzondere verbondenheid in sfeer tussen uitvoerende(n) en publiek. Vaak wordt beweerd dat een dergelijke toestand alleen bij flamenco bestaat. Ook andere muzikanten kunnen echter het gevoel hebben dat werkelijk álles klopt, dat álles vanzelf gaat, waardoor álles van het optreden 'magisch' wordt. Voor de echte flamencoliefhebber is deze duende de essentie en het uiteindelijke doel van de flamenco.
  4. cante jondo: diepe, overtuigende manier van zingen
  5. rajo: een zekere schorheid in de stem als gevolg van sigaretten en drank
  6. aficionados: "diehards" die alleen de 'oude flamenco' (van ± voor 1970) erkennen