Cambodja-tribunaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lady justice standing.png

Internationaal Recht

Het Cambodja-tribunaal (officiële naam: "Buitengewone Kamers in de Gerechten van Cambodja") is een strafhof in Cambodja ter berechting van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid, in dat land gepleegd ten tijde van het door Pol Pot geleide bewind van de Rode Khmer (1975-1979). Tijdens dit bewind zijn naar schatting anderhalf tot twee miljoen mensen om het leven gebracht.

Status[bewerken]

In tegenstelling tot het Joegoslavië-tribunaal, het Rwanda-tribunaal en het Sierra Leone-tribunaal heeft dit tribunaal geen internationale status; het is formeel een onderdeel van het Cambodjaanse rechtsstelsel. Een ander verschil is dat bij dit tribunaal de internationale (niet-Cambodjaanse) rechters in de minderheid zijn.

De verklaring hiervoor is dat de Cambodjaanse regering onder leiding van premier Hun Sen, zelf voormalig kaderlid van de Rode Khmer, met niets anders genoegen nam. Pas na vier jaar van moeizame onderhandelingen werd op 6 juni 2003 overeenstemming bereikt tussen Cambodja en de Verenigde Naties over de vorming van een tribunaal. Maar ook daarna hebben de onderhandelingen over de uitwerking zich nog lang voortgesleept.[1]

Samenstelling[bewerken]

Het Cambodja-tribunaal in zitting

Op 3 juni 2006 werden eindelijk 27 rechters beëdigd, onder wie 10 buitenlandse rechters. Onder de laatsten bevindt zich de Nederlandse rechter mw. mr. Katinka Lahuis, verbonden aan het gerechtshof van Leeuwarden.[2]

De andere buitenlandse rechters en aanklagers zijn afkomstig uit de Verenigde Staten, Canada, Polen, Frankrijk, Australië en Sri Lanka. De Cambodjaanse rechters zijn in de meerderheid, maar de stemprocedures zijn van dien aard dat voor elk oordeel ook de stem van minstens één internationale rechter vereist is.

Financiering[bewerken]

Het tribunaal is voor zijn financiering afhankelijk van vrijwillige donaties, veelal afkomstig van VN-leden. Vooral Japan is een belangrijke geldschieter. Doordat dit land in 2011 te kampen kreeg met de tsunamiramp en daardoor geld nodig had voor de wederopbouw, en Europese landen getroffen werden door de schuldencrisis, liepen de inkomsten drastisch terug. Eind 2012 meldde co-hoofdaanklager Andrew Cayley dat het hof bijna failliet was, en deed hij een beroep op de Britse regering voor meer steun.

Aangeklaagden[bewerken]

Op 19 juli 2007 hebben de aanklagers bij het tribunaal een lijst van vijf verdachten ingediend met het verzoek hen in staat van beschuldiging te stellen. De namen werden aanvankelijk niet bekendgemaakt, maar in de loop van 2007 werden de namen bekend naar aanleiding van hun officiële inbeschuldigingstelling of hun arrestatie.

Kaing Guek Eav[bewerken]

Op 31 juli 2007 stelde het tribunaal de eerste verdachte in staat van beschuldiging. Het was Kaing Guek Eav, ook bekend als Duch (spreek uit: Doik). Als enige overlevende topman van de Rode Khmer zat hij al gevangen, namelijk sinds 1999. Kaing Guek Eav was indertijd directeur van de gevangenis Tuol Sleng ("S-21") in Phnom Penh, die als martelcentrum fungeerde.[3] In de tweede helft van de jaren zeventig werden hier naar schatting 15.000 mensen gemarteld. Voor zover bekend hebben slechts 14 van hen dit overleefd, waarvan er in 2010 nog drie in leven waren. Kaing Guek Eav, intussen tot het christendom bekeerd, had schuld bekend, maar stelde dat hij in opdracht handelde. De aanklagers spraken de hoop uit dat Kaing Guek Eav ook zou kunnen optreden als getuige in de zaken tegen de andere verdachten.

Nuon Chea[bewerken]

Op 19 september 2007 werd bekendgemaakt dat Nuon Chea in staat van beschuldiging gesteld is en onmiddellijk gearresteerd. Nuon Chea, ook bekend als "Broeder nummer twee", werd beschouwd als de tweede man van het Rode Khmer-bewind, na topleider Pol Pot. Volgens verklaringen van onder meer Kang Kek Ieu (zie hierboven) zou hij de belangrijkste opdrachtgever voor alle massamoorden geweest zijn. Hij is de hoogste Rode Khmer-leider die terecht zal staan.

Nuon Chea werd beschuldigd van misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. Zijn verdediging wordt gevoerd door de twee Nederlandse advocaten Victor Koppe en Michiel Pestman, samen met een Cambodjaanse advocaat.[4]

Hoorzittingen[bewerken]

Op 4 februari 2008 is het tribunaal de eerste hoorzitting begonnen in de zaak tegen Nuon Chea. De zitting, gewijd aan het verzoek van de verdediging Nuons voorlopige hechtenis op te heffen, werd nog dezelfde dag verdaagd op verzoek van de verdediging. De reden van dit verzoek was dat de Cambodjaanse Orde van Advocaten vooralsnog geweigerd had advocaat Victor Koppe te beëdigen.[5]

Koppe en zijn medepleiter Pestman hadden bij het tribunaal een verzoek ingediend om een van de rechters, de Cambodjaanse generaal Ney Thol, van zijn functie te ontheffen omdat deze volgens hen niet onpartijdig en onafhankelijk zou kunnen optreden. Volgens de verdediging heeft Ney Thol, bestuurslid van de regeringspartij, door in andere processen politieke tegenstanders van premier Hun Sen te veroordelen, blijk gegeven van politieke motieven.[6] Op 6 februari 2008 is advocaat Victor Koppe alsnog beëdigd, waarna de zitting hervat is.

Ieng Sary en Ieng Thirith[bewerken]

Ieng Sary

Nog twee arrestaties volgden op 12 november 2007. De vroegere minister van buitenlandse zaken en vice-premier Ieng Sary, en zijn vrouw, voormalig minister van sociale zaken Ieng Thirith, zijn door het Cambodja-Tribunaal in staat van beschuldiging gesteld en in hun woning in Phnom Penh gearresteerd door de Cambodjaanse politie en functionarissen van het Tribunaal. [7]

Beiden werden beschuldigd van misdaden tegen de mensheid, Ieng Sary ook van oorlogsmisdaden. Volgens het memorandum van de aanklagers van 18 juli 2007, waarvan Associated Press een kopie in handen kreeg, heeft Ieng Sary de misdaden van de Rode Khmer "bevorderd, uitgelokt, gefaciliteerd, aangemoedigd en/of goedgekeurd". Zijn vrouw Ieng Thirith, een schoonzuster van de voormalige topleider Pol Pot, zou deelgenomen hebben aan het "beramen, leiden, coördineren en bevelen van grootscheepse zuiveringen (...) en het onwettig om het leven brengen van medewerkers van het ministerie van sociale zaken".

Khieu Samphan[bewerken]

Het voormalige staatshoofd Khieu Samphan is gearresteerd op 19 november 2007 in Phnom Penh toen hij het ziekenhuis verliet waar hij behandeld was voor een beroerte die hij naar verluidt gekregen had op 13 november.[8] Hij werd in staat van beschuldiging gesteld wegens misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. Aangenomen wordt dat met deze arrestatie alle vijf de aangeklaagden van de door de aanklagers op 19 juli 2007 ingediende lijst gedetineerd en in beschuldiging gesteld zijn.

Aanklachten uitgebreid met genocide[bewerken]

In december 2009 werden de aanklachten tegen Nuon Chea, Ieng Sary en Khieu Samphan uitgebreid met de beschuldiging van genocide (volkerenmoord). Dit betrof de behandeling van twee minderheidsgroepen in Cambodja, de Vietnamese minderheid en de Cham, een islamitische minderheid. Volgens de aanklacht hebben de Rode Khmer getracht deze beide bevolkingsgroepen uit te roeien wegens respectievelijk hun nationaliteit en hun godsdienst.[9][10]

Processen[bewerken]

Kaing Guek Eav[bewerken]

Op 17 februari 2009 begonnen de strafzittingen tegen Kaing Guek Eav. Daarin herhaalde hij zijn bekentenis en verklaarde hij: "Ik wil me voor altijd nederig en met eerbied verontschuldigen voor de doden." Hij sprak van "ondraaglijk berouw" en zei: "Ik alleen ben verantwoordelijk voor ten minste 12.380 mensenlevens". Op 24 november 2009 eisten de aanklagers 40 jaar gevangenisstraf tegen hem. Volgens de aanklagers was deze eis met vijf jaar verminderd omdat de verdachte medewerking aan het proces gegeven had, en nog eens met vijf jaar wegens zijn langdurige voorarrest.[11]

Kaing Guek Eav tijdens zijn proces
Verdediging verdeeld, advocaat ontslagen[bewerken]

Tijdens de slotpleidooien, 25-27 november 2009, verrasten Kaing Guek Eav en zijn Cambodjaanse verdediger Kar Savuth door vrijspraak en vrijlating te vragen. Ondanks de eerder afgelegde volledige bekentenis stelden zij nu dat Duch niet tot de eerstverantwoordelijken voor de gepleegde misdrijven behoord had, en dat het tribunaal daarom geen rechtsmacht over hem had. Kort daarvoor had de internationale verdediger, de Franse advocaat François Roux, nog slechts matiging van de op te leggen straf gevraagd wegens het door zijn cliënt getoonde berouw en de medewerking die hij aan het proces gegeven had. Dit was tijdens heel het proces de strategie van de verdediging geweest.

Advocaat François Roux verklaarde later dat hij de verdeeldheid in de verdediging zeer droevig vond, en dat de wijze waarop het tribunaal met twee gelijkwaardige verdedigers werkte beslist fout was. Naar zijn mening was het beter geweest als er één leidende verdediger geweest was.[12] Op 9 juli 2010 maakte het tribunaal bekend dat Kaing Guek Eav advocaat Roux ontslagen had wegens een "gebrek aan vertrouwen". Het vermoeden bestond dat de Cambodjaanse regering invloed op "Duch" uitoefende. Al eerder had premier Hun Sen laten blijken het niet erg te vinden als het tribunaal zou mislukken.[13]

Eerste vonnis: 35 jaar[bewerken]

Op 26 juli 2010 veroordeelde het tribunaal de 67-jarige Kaing Guek Eav tot 35 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor misdaden tegen de mensheid, waarmee hij de eerste werd die door het tribunaal veroordeeld werd. De uitspraak betitelde de misdaden waaraan de verdachte schuldig werd bevonden als "schokkend en gruwelijk".[14] Bepaald werd dat op de opgelegde 35 jaar vijf jaar in mindering zouden worden gebracht omdat Kaing Guek Eav lange tijd is vastgehouden zonder formele inbeschuldigingstelling. Voorts dat de elf jaar dat hij al vastgezeten had ook van de straf afgetrokken zouden worden. Dit betekende dat hij 19 jaar na de veroordeling vrij zou zijn, bij goed gedrag al voorwaardelijk na 11 jaar.[15]

Reeds de volgende dag kondigde de Cambodjaanse advocaat van Kaing Guek Eav aan dat tegen het vonnis hoger beroep aangetekend wordt.[16] Op 28 maart 2011 begonnen voor de Opperste Rechtskamer van het tribunaal de zittingen van dit hoger beroep.[17]

Nuon Chea, Ieng Sary en Khieu Samphan[bewerken]

Pas op 27 juni 2011 werd de eerste regiezitting gehouden voor de vier resterende verdachten. Het eigenlijke strafproces begon op 21 november 2011. Echter, op 17 november besloot de Strafkamer van het Tribunaal op grond van medische verklaringen dat de 79-jarige mw. Ieng Thirith onvoldoende gezondheid had om terecht te staan en in vrijheid gesteld moest worden. De beide aanklagers tekenden onmiddellijk beroep aan tegen deze beslissing, hetgeen betekende dat hangende dit beroep geen vrijlating zou volgen. Op 13 december 2011 besliste de Opperste Kamer dat Ieng Thirith gedetineerd zou blijven in afwachting van een nieuw medisch onderzoek.[18]

De strafzitting van 21 november 2011 gold dus slechts de drie verdachten Nuon Chea (partijideoloog en tweede man van de Rode Khmer), oud-minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary en voormalig staatshoofd Khieu Samphan.[19] Alle drie de verdachten ontkenden enige schuld te hebben. Nuon Chea verklaarde dat hij en zijn kameraden moedige strijders waren geweest tegen het streven van Vietnam om Cambodja op te slokken. Ieng Sary bestreed de rechtsmacht van het tribunaal. Oud-president Khieu Samphan bestempelde alle aanklachten tegen hem als fabeltjes die slechts berustten op krantenberichten.[20]

Ieng Sary overleden[bewerken]

Op 14 maart 2013 overleed Ieng Sary op 87-jarige leeftijd. Tien dagen eerder was hij opgenomen in het "Khmer-Soviet Vriendschap Ziekenhuis". Ieng Say leed aan hoge bloeddruk en hartproblemen. Tijdens de vijf jaar en vier maanden van zijn detentie was hij al verscheidene eerdere keren in het ziekenhuis opgenomen geweest.[21]

Levenslang voor Nuon Chea en Khieu Samphan[bewerken]

De Strafkamer van het Tribunaal kwam op 7 augustus 2014 tot een uitspraak in de zaken van Nuon Chea en Khieu Samphan. Beiden werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens misdaden tegen de menselijkheid gepleegd in de periode van april 1975 tot december 1977. De Strafkamer achtte onder meer bewezen dat beiden verantwoordelijkheid droegen voor de verdrijving van minstens twee miljoen mensen uit de hoofdstad Phnom Penh in april 1975, onder zeer angstaanjagende en gewelddadige omstandigheden, waarbij velen om het leven kwamen.[22]

Ta Mok en Pol Pot[bewerken]

Naast Kang Kek Ieu was de enige andere Rode Khmer-leider die al eerder gedetineerd was: de militaire leider van de Rode Khmer, Ta Mok. In maart 1999 is hij gearresteerd door het Cambodjaanse leger. Door zijn slechte gezondheid bracht hij veel tijd in het ziekenhuis door. Hij is op 21 juli 2006 overleden in een militair ziekenhuis. Ta Mok, ook bekend als "de slager", werd beschouwd als een van de breinen achter de massamoorden. Topleider Pol Pot is overleden in april 1998, na een langdurige machtsstrijd met Ta Mok.

Aanklager neemt ontslag[bewerken]

Op 23 juni 2009 kondigde een van de beide aanklagers, de Canadees Robert Petit zijn ontslag per 1 september 2009 aan. Hij noemde aanvankelijk familie-omstandigheden, maar op 24 juni noemde hij op een persconferentie de pogingen van de regering van Cambodja om het tribunaal te beïnvloeden "zeer zorgwekkend". Petit was voorstander van vervolgingen van meer verdachten dan de huidige vijf, maar kon daartoe niet overgaan omdat de internationale aanklager geen beslissingen mag nemen zonder de instemming van de Cambodjaanse mede-aanklager Chea Lang. Deze noemt meer vervolgingen nadelig voor "de verzoening" in het land. Premier Hun Sen heeft bovendien verklaard dat meer vervolgingen de stabiliteit van Cambodja in gevaar zouden brengen.

De scheidende aanklager verklaarde verder dat het hof er niet in slaagt zijn werk inzichtelijk te maken voor wie het bedoeld is: de Cambodjaanse bevolking. "Zolang je de geschiedenis ontkent kan er geen verzoening komen. De resultaten van het hof moeten toegankelijk worden gemaakt, zodat gewone mensen ze kunnen raadplegen."[23]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "Akkoord over 'internationaal tribunaal voor Cambodja", NRC Handelsblad, 7 juni 2003
  2. "Benoeming Nederlandse raadsheer in Cambodja-tribunaal", "de Rechtspraak" + Rechtennieuws.nl, 18 mei 2006
  3. "Eerste verdachte overgedragen aan Cambodja-Tribunaal", Volkskrant, 31 juli 2007.
  4. "Nederlanders staan ex-Khmer-leider bij", NRC Handelsblad, 18 oktober 2007.
  5. "Proces Cambodja: zitting verdaagd", NRC Handelsblad, 4 februari 2008
  6. "Rechter Cambodja-tribunaal wraken", NRC Handelsblad, 31 januari 2008
  7. "Twee kopstukken Khmer Rouge opgepakt", NRC Handelsblad, 12 november 2007.
  8. "Ex-Khmer Rouge Head of State Arrested" The Associated Press, 19 november 2007
  9. "Genocide-aanklacht voor Cambodjanen", NRC Handelsblad, 16 december 2009
  10. "Third Genocide charge at the ECCC", The Hague Justice Portal, 18 december 2009
  11. "Tribunaal Cambodja eist 40 jaar cel" NRC Handelsblad, 25 november 2009
  12. "Duch Stuns Trial With Request To Be Released" The Cambodia Daily, 28-29 november 2009
  13. "Kampbeul Duch ontslaat advocaat" NRC Handelsblad, 10 juli 2010
  14. "Khmer Rouge prison chief Duch found guilty" BBC News, 26 juli 2010, 06:39 CEST]
  15. "Kameraad Duch (67) bij goed gedrag over elf jaar vrij" NRC Handelsblad, 26 juli 2010 + "Correcties en aanvullingen" NRC H., 27 juli 2010
  16. "Rode Khmer-beul tekent beroep aan" NRC Handelsblad, 27 juli 2010
  17. "Khmer Rouge S-21 prison chief appeals against jail sentence", guardian.co.uk, 28 maart 2011
  18. "Khmer Rouge defendant to stay detained" Washington Post, 13 december 2011
  19. "Oude Khmer-leiders eindelijk voor rechter" NRC Handelsblad, 22 november 2011
  20. "Khmer-leiders belijden hun onschuld en patriottisme" NRC Handelsblad, 23 november 2011
  21. "Accused Person Ieng Sary Dies" website Cambodja-tribunaal, 14 maart 2013
  22. "Nuon Chea and Khieu Samphan Sentenced to Life Imprisonment for Crimes against Humanity" website Cambodja-tribunaal, 7 augustus 2014
  23. "Aanklager tribunaal Cambodja stapt op", NRC Handelsblad, 25 juni 2009