Camera obscura (optica)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een camera obscura uit 1772

Een camera obscura (Latijn voor donkere kamer) is een verduisterde ruimte waarbij in een van de wanden een klein gaatje is aangebracht, later ook wel een lens. Het hierdoor invallende licht werpt een afbeelding van de buitenwereld op de tegenoverliggende wand. Net zoals bij afbeelding door een lens het geval is, wordt de buitenwereld op zijn kop afgebeeld. Als de achterwand van de camera obscura doorzichtig wordt gemaakt (bijvoorbeeld met matglas) is de afbeelding van buitenaf te zien.

In een camera obscura en gaatjescamera werpt het licht een omgekeerd beeld op de achterwand

Een bijzonder aspect van de camera obscura is dat de opnamen een oneindige scherptediepte hebben, tenminste de versies zonder lens.

Voordat de lichtgevoelige plaat was ontdekt (rond 1800) was de camera obscura een kermisattractie. Men kon immers de wereld buiten ongezien bespieden. Met spiegels werd er voor gezorgd dat de afbeelding weer rechtop kwam te staan. Kunstschilders gebruikten de camera obscura als hulpmiddel om de werkelijkheid nauwkeurig over te kunnen nemen op hun doek. In 1992 publiceerde de beeldend kunstenaar Ramon van de Werken in het kunsttijdschrift Praktikabel een artikel waarin hij beweerde dat Caravaggio (1571-1610) gebruikmaakte van de camera obscura. In de Victoriaanse tijd werden er camera's obscura gebouwd ter grootte van een huis, waar men (tegen betaling) een blik kon komen werpen op de omgeving. Onder meer in Grahamstad in de Oostkaap-provincie van Zuid-Afrika is dat nog steeds mogelijk, alsook in Cádiz (Spanje), in Lissabon (Portugal) en in Edinburgh (Schotland).

Zie ook[bewerken]

Trivia[bewerken]

Externe link[bewerken]