Camp-David-akkoorden
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Egyptische president Anwar Sadat schreef geschiedenis toen hij in november 1977 het Israëlische parlement (de Knesset) toesprak, om deze tot vrede te bewegen. Op 17 september 1978 tekenden Israël en Egypte het Camp David-akkoord. De vertegenwoordiger voor Egypte was president Sadat, en Israël stuurde zijn Likoed-premier Menachem Begin.
Bij het Camp David-akkoord erkende Egypte het bestaansrecht van Israël. Als tegenprestatie kreeg Egypte de Sinaï-woestijn terug, die Israël sinds 1967 bezet had. Het Camp David-akkoord voorzag in autonomie (een vorm van zelfbestuur) voor de Palestijnen. Sadats daad werd hem door de andere Arabische landen niet in dank afgenomen; Egypte werd uit de Arabische Liga verstoten en Sadat moest de erkenning van Israël in 1981 bekopen met zijn leven. Ook de Palestijnen verwierpen het akkoord. In plaats van 'autonomie', wilden zij een zelfstandige Palestijnse staat.

