Campi Flegrei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Campi Flegrei, met de Vesuvius op de achtergrond

Campi Flegrei (Brandende velden) of Flegreïsche Velden is een deel van een caldera (een supervulkaan) even ten noorden van Napels en vormt de westelijke rand van de Campanische laagvlakte. In het centrum van dit gebied ligt het stadje Pozzuoli. Het grootste gedeelte van deze caldera ligt onder water in de baai van Napels. Op de westelijke rand zijn de stadjes Baia en Miseno te vinden. De Solfatara is de bekendste vulkaan in dit gebied.

Historische achtergrond[bewerken]

De naam Campi Flegrei stamt uit de Griekse oudheid. Destijds dacht men dat zich hier de strijd tussen de Titanen en de Olympische Goden af had gespeeld, waarschijnlijk geïnspireerd door de vele vulkanische activiteit in deze streek. De eerste Griekse nederzettingen, Pithekoussai op Ischia en Cumae, werden in de 8e eeuw v.Chr. gesticht.

Vanaf de 4e eeuw v.Chr. kwam het gebied onder Romeinse heerschappij, na de Samnitische Oorlogen. In die tijd was het gebied onherbergzaam door het dichte Silva Gallinaria, een bos waarin vele bandieten en vogelvrijen hun toevlucht zochten, en de aanwezigheid van malaria in dit vochtige gebied. Nadat dit woud grotendeels was gekapt, werd de streek het toevluchtsoord van de Romeinse elite, met name Baiae wordt in dit verband veel genoemd, maar ook Pozzuoli, dat midden in het gebied lag, werd in deze tijd een vooraanstaande havenplaats.

Over de middeleeuwen in dit gebied is niet veel bekend. Gedeeltelijk lag het, vanwege het optredende bradyseïsme, onder water. De rest had te maken met Arabische invallen totdat het onder het bestuur van de Koningen van Napels kwam.

Geologie[bewerken]

Het Serapium

Campi Flegrei[bewerken]

De caldera, de Campi Flegrei zelf, is in twee fasen ontstaan. Ongeveer 40.000 jaar geleden (gesteente: Campanische ignimbriet) werd de grootste caldera gevormd, in een tweede fase, ongeveer 12.000 jaar geleden, een kleinere middenin de oudere. Hierbij werd de Napolitaanse Tuf (tufsteen) gevormd, die een kenmerkende gele kleur heeft.

Latere activiteit deed een aantal vulkanen in dit gebied ontstaan waaronder de Astroni, Solfatara, Monte Nuovo (als meest recente), Averno, Gauro en de Agnano. In 1538 werd tijdens een achtdaagse eruptie genoeg materiaal uitgestoten om de Monte Nuovo (nieuwe berg) te vormen. Met slechts 400 jaar oud is de Monte Nuovo voor een vulkaan zelfs zeer jong te noemen.

Aan de hand van het Serapium in Pozzuoli, waarvan de vloer in Romeinse tijd al eens werd verhoogd, weten we dat de bodem vanaf deze tijd tot aan 1968 langzaam daalde. Vanaf de 18e eeuw werd deze daling inderdaad gemeten. De resten van Boorwormen op de pilaren van het Serapium tonen aan dat het complex zich zelfs geruime tijd onder water bevond. Tussen 1970 tot 1972 en nogmaals tussen 1982 tot 1984 vond echter een belangrijke stijging plaats, van 1.70m en 1.82m respectievelijk. Dit vormde de eerste aanwijzing voor het bestaan van bradyseïsme.

Campanische laagvlakte[bewerken]

De Campi Flegrei zijn ontstaan door rekken en strekken als gevolg van de rotatie van het Italische schiereiland en is deel van de Campanische laagvlakte, bestaande uit de centrale depressie van Acerra begrensd door normale geologische breuken. Deze depressie strekt zich tot onder de Baai van Napels uit. De breuken zijn onderdeel van een stelsel dat ook de Vesuvius en Ischia omvat. Er wordt gesuggereerd (Scandone et al, 1971) dat de Acerra-depressie tektonisch van aard is en verder is gedaald door de ignimbritische erupties die de caldera zelf deden ontstaan.

satellietfoto met namen

De extensie van de Aardkorst zorgde voor het omhoog komen van magma, wat de vulkanische activiteit op de Campi Flegrei veroorzaakt. Het vulkanisme in de streek begon ongeveer 1 miljoen jaar geleden, met het subduceren van carbonaat-lagen tot een diepte tussen 1 en 5 kilometer. Meer dan 200.000 jaar geleden vinden erupties van basalt en andesitische lava's plaats, die de inmiddels inactieve vulkaan bij Parate vormden. Op sommige plaatsen is op 1.500 meter diepte gestolde lava gevonden bij boringen. Deze afzettingen veroorzaken magnetische en gravimetrische afwijkingen in de streek.

Externe link[bewerken]