Canvas (materiaal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Canvas (linnen doek of hennepweefsel) is een stevig weefsel traditioneel gemaakt van hennepvezels.

Etymologie[bewerken]

Het woord canvas is afgeleid van het 13e-eeuwse Engels-Frans woord canevaz en het Oudfrans canevas. Beide zijn waarschijnlijk afgeleid van het Vulgair Latijn (of Volkslatijn) cannapaceus wat betekent "gemaakt van hennep",[1] afkomstig van het Griekse κάνναβις (cannabis).

Toepassing[bewerken]

Canvas wordt gebruikt in de schilderkunst als doek om op te schilderen meestal met olieverf. Een der oudste nog bestaande olieverfschilderijen op doek is het Franse schilderij "Madonna met engelen" uit 1410 (Gemäldegalerie, Berlijn).

Canvas met raamwerk

Canvas werd gebruikt voor (dek)zeilen, zonneschermen en dergelijke. In deze toepassingen is het grotendeels vervangen door synthetische materialen.

Canvas wordt tegenwoordig ook wel weer voor tassen en kleding gebruikt, maar dan wordt het materiaal meestal gewoon hennep genoemd.

Canvas dat van een inkjet-coating is voorzien, kan uitstekend gebruikt worden voor reproducties van schilderijen. Dit geeft een authentiek effect, hoewel het reliëf, veroorzaakt door dikke klodders verf in het origineel, natuurlijk niet te zien is.

Met deze methode is ook een eigen foto afgedrukt op dit soort canvas net een schilderij en staat ook wel bekend als print op linnen. Vele aanbieders bieden deze mogelijkheid aan om je eigen foto mooi aan de muur te hangen. Vanwege de technologische voortgang zijn er veel aanbieders die deze mogelijkheden aanbieden, met net zoveel verschil in kwaliteit en prijs.

Traditionele productiemethode[bewerken]

Houten kano met canvas 'huid'

Vroeger werd het weefsel met de hand geweven en daarna op een raam gespannen. Daarna werd een voorlijming aangebracht, waarvoor beenderlijm werd gebruikt. Het voorbereiden en het strijken van de beenderlijm op het weefsel is een moeilijk beheersbaar proces. Omdat beenderlijm oplosbaar is in water, kan dit storen bij het schilderen. Daarom werd er aluin aan de beenderlijm toegevoegd. Ook andere stoffen als "ei" en honing werden aan de beenderlijm toegevoegd.

Na het lijmen werd het canvas van een grondering voorzien. In de grondering zijn pigmenten aanwezig, die het canvas een bepaalde kleur geven. Verschillende schilders gebruikten dan ook verschillende kenmerkende canvaskleuren. Rembrandt had een voorkeur voor donkerbruine kleuren; Rubens gebruikte liever een helder wit canvas met een lichtblauwe tint. Als pigment werd loodwit gebruikt. Loodwit is echter giftig, zodat dit tegenwoordig door andere pigmenten is vervangen.

Moderne productiemethode[bewerken]

Moderne industriële productie van canvas maakt gebruik van polyester en/of katoendraden. Katoen is een natuurlijk materiaal en wordt meestal gebleekt. Slechte kwaliteit katoen kan je herkennen doordat veel zwarte resten/punten in het textiel te zien zijn. Hoe meer polyester, hoe egaler het canvas.

Op een weefgetouw worden de verschillende draden tot textiel geweven. Dit gebeurt meestal in een 1:1 of een 2:1 constructie, wat wil zeggen het aantal draden horizontaal en verticaal. De 2:1 constructie is kwalitatief beter, doordat het textiel dichter geweven is.

Er bestaan canvassoorten met een bruine achterkant. Dit moet het canvas een authenthiek karakter geven. De bruine kleur wordt slechts zelden veroorzaakt door de kleur van het katoen, meestal wordt deze zijde met een bruine verf gekleurd.

Industrieel canvas wordt vaak nog van een coating voorzien. Deze coating bestaat uit polyacrylaat of polyurethaan als binder, met pigmenten als kaolien, krijt (calciumcarbonaat), zinkwit of titaanwit (titaandioxide). De functie van deze coating is om het materiaal ondoordringbaar te maken voor bijvoorbeeld verf, zodat de achterkant van het doek niet meegekleurd wordt. Of het is juist een ondergrond voor een goede hechting van de verf aan het canvas.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. The Online Etymology Dictionary. Etymonline.com Geraadpleegd op 2012-05-05