Carel Fabritius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carel Fabritius, zelfportret

Carel Fabritius (Middenbeemster, gedoopt 27 februari 1622 - Delft, 12 oktober 1654) was een Nederlands kunstschilder.

Jeugd[bewerken]

Carel Fabritius' vader, Pieter Carelsz Fabritius, werd in 1619 schoolmeester en koster in de nieuw aangelegde polder, de Beemster. Zijn grootvader, afkomstig uit Gent, was predikant in Purmerend. Carel had twee jongere broers, eveneens schilders: Barent Fabritius (werkzaam te Amsterdam) en Johannes Fabritius (werkzaam te Hoorn). Net als zijn broer Barent werd Carel aanvankelijk opgeleid tot timmerman (= fabritius).

Carel huwde in 1641 Aeltge van Hasselt, zijn welgestelde buurmeisje, de zuster van de plaatselijke dominee, en vestigde zich te Amsterdam in de Runstraat. Hij ging in de leer bij Rembrandt, samen met Samuel van Hoogstraten. Fabritius verloor zijn eerste en tweede kind, verloor zijn vrouw in 1643 (bij de bevalling van hun derde kind) en keerde terug naar Middenbeemster. In 1650 trad hij voor de tweede keer in het huwelijk, ditmaal met Agatha van Pruyssen, een weduwe afkomstig uit Delft.

Delftse periode[bewerken]

Fabritius Zicht op Delft, 1652. Het bijzondere breedbeeldeffect doet vermoeden dat het de bedoeling was om het schilderij in een perspectiefkast te plaatsen.

Vanaf 1651 tot 1653 woonde hij op de Oude Delft te Delft. Hij sloot zich op 29 oktober 1652 aan bij het Sint-Lucasgilde. In Delft maakte hij zich los van de invloed van Rembrandt en ontwikkelde zijn eigen stijl. Zijn techniek werd luchtiger en vloeiender, het kleurgebruik helderder. Op zijn beurt oefende hij veel invloed uit op Johannes Vermeer en Pieter de Hooch, met name op het gebied van het perspectief en compositie. Zij waren vooral vol bewondering over zijn subtiele lichtweergave.

Fabritius schilderde als hofschilder van de prinsen van Oranje ook portretten, verder ook genrestukken en historische werken. Er zijn slechts vijftien van zijn werken bewaard gebleven, waaronder twee zelfportretten (in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en de National Gallery in Londen).

Fabritius raakte als gevolg van de ontploffing van het Delftse kruithuis op 12 oktober 1654 in zijn eigen huis aan de Doelenstraat gewond, samen met zijn schoonmoeder en de koster van de Oude kerk, terwijl hij bezig was hem te portretteren, Enkele uren later overleed hij in het gasthuis aan zijn verwondingen. Aangenomen wordt dat er door de ontploffing brand is ontstaan, waarbij alle schilderijen in zijn atelier verloren zijn gegaan. Dat zou ook de reden zijn voor het kleine aantal werken dat van Fabritius bewaard is gebleven.

Schilderskwaliteiten[bewerken]

Fabritius had zonder twijfel grote schildercapaciteiten. Zijn vroege werken zijn enorm beïnvloed door de stijl van Rembrandt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel van zijn vroegste werken eerst aan Rembrandt werden toegeschreven. Toch is Fabritius één van de weinigen uit de school van Rembrandt die zich na verloop van tijd heeft kunnen losrukken van zijn voorbeeld: hij verliet de donkere kleuren en gebruikte steeds vaker lichtere en vriendelijker kleuren. Daarnaast hield hij zich vooral bezig met coloriet en schildersperspectief.

Zijn laatste werken getuigen van een uitzonderlijke, zelfs richtinggevende creativiteit en vormen echt een breuk met zijn vroege schilderijen. Hoe Fabritius tot zulk een opvallende stijlbreuk kwam, kan niet met zekerheid gezegd worden. Waarschijnlijk had de aantrekkingskracht van de stad Delft er veel mee te maken. Delft inspireerde ook andere getalenteerde schilders uit die tijd, zoals Gerard ter Borch, Jan Steen en Paulus Potter.

Belangrijke werken[bewerken]