Carel Gerretson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carel Gerretson
Carel Gerretson in 1939.
Carel Gerretson in 1939.
Algemene informatie
Naam Frederik Carel Gerretson
Geboren Kralingen, 9 februari 1884
Overleden Utrecht, 27 oktober 1958
Partij CHU
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Frederik Carel Gerretson (roepnaam: Carel) (Kralingen, 9 februari 1884Utrecht, 27 oktober 1958) was een Nederlandse dichter, essayist, historicus en politicus.

Als dichter werd hij bekend onder het pseudoniem Geerten Gossaert met het gedicht "De moeder" uit de bundel Experimenten van 1911.

Levensloop[bewerken]

Gerretson studeerde sinds september 1906 te Utrecht. Hij volgde er colleges wijsbegeerte bij prof. B.H.C.K. van der Wyck over Socrates en Plato en raakte er vertrouwd met de socratische methode. In Utrecht leerde hij P.H. Ritter jr. kennen, met wie hij een levenslange vriendschap zou onderhouden, en Marcellus Emants, met wie hij overwoog samen een roman te schrijven. Van december 1906 tot oktober 1907 verbleef hij in de Verenigde Staten en Mexico, waar hij rondzwierf en lessen Latijn gaf op een Public High School te El Paso (Texas). Na terugkeer naar Europa in oktober 1907 vestigde hij zich te Brussel voor de studie sociologie aan het Institut Solvay. Hij was er leerling van prof. Emile Pierre Clement Waxweiler. In 1911 legde hij aldaar 'avec distinction' het doctoraal examen in de sociale wetenschappen af. Naar eigen zeggen promoveerde hij op 11 januari 1917 te Heidelberg op een ongepubliceerd gebleven proefschrift Die Funktion des Staates und die Wirtschaftsform bei den niederen Jägervölkern, onder promotorschap van prof. Eberhard Gothein. Hij werd ambtenaar aan het toenmalige Ministerie van Koloniën. Op 1 augustus 1917 trad hij in dienst van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM), alwaar hij optrad als de secretaris van Henri Deterding en Hendrikus Colijn.

Gerretson reisde in 1919 voor de BPM naar Nederlands-Indië, China, Korea, Japan, Venezuela, Mexico en de Nederlandse Antillen. In 1925 werd hij aan de Rijksuniversiteit Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van Nederlandsch-Indië, vergelijkende koloniale geschiedenis en volkenkunde van Nederlandsch-Indië en van 1938 tot 1954 ook als buitengewoon hoogleraar in de constitutionele geschiedenis van het Koninkrijk.

Van 1925 tot 1934 was hij lid van de Nationale Unie, waarvan de laatste twee jaar als voorzitter. Hij bekleedde aansluitend, van 1933 tot 1934 het voorzitterschap van het Directorium van de Corporatieve Concentratie. In hoeverre Gerretson kan worden beschouwd als een fascist valt lastig eenduidig te zeggen. In ieder geval beschouwde Gerretson zichzelf een tijdlang als fascist. Dr. A.A. de Jonge zegt er het nodige over.[1] Ook prof. dr. L. de Jong beschouwde Gerretson als een fascist.[2]

Hij behoorde, samen met P.N. van Eyck en Pieter Geyl, tot de redactie van het tijdschrift Leiding (1930-1931). Daarnaast werkte hij mee aan Ons Tijdschrift (1911-1914) en Dietsche Stemmen (1915-1917). Verder was hij in de loop der tijd medewerker van De Beweging, Polemios, Roeping en De Groene Amsterdammer.

Gerretson was ook een exponent van de Utrechtse conservatief-koloniale stroming in de CHU. Daarmee stond hij aan de rechterzijde van deze partij. Hij bestreed zowel de Indië-politiek van de naoorlogse kabinetten als de steun die Tilanus daaraan gaf. Ook bestreed hij het door zijn partijgenoot Kernkamp tot stand gebrachte Statuut voor het Koninkrijk. Hij was een aanhanger en uitdrager van de Groot-Nederlandse gedachte. Net als Professor Geyl steunde hij de Vlaamse Beweging. Gerretson was van 1951-1956 lid van de Eerste Kamer voor de CHU. Zijn vader Bartholomeus Johannes Gerretson was tussen 1913 en 1925 lid van de Tweede Kamer.

Prijzen[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • 1911 - Prolegomena der Sociologie (als F.C. Gerretson)
  • 1911 - Experimenten (gedichten) (als Geerten Gossaert)
  • 1911 - Swinburne (essay) (als F.C. Gerretson)
  • 1917 - Die Funktion des Staates und die Wirtschaftsform bei den Niederen Jägervölkern (dissertatie)
  • 1925, 1947 - Schriftelijke nalatenschap van Groen van Prinsterer (als F.C. Gerretson)
  • 1932-1967 - Geschiedenis der ‘Koninklijke’ (geschiedenis van Shell) in vijf delen waarvan de laatste twee delen postuum verschenen (als F.C. Gerretson)
  • 1934 - Briefwisseling en aantekeningen van Willem Bentinck, Heer van Rhoon (als F.C. Gerretson)
  • 1936 - Muiterij en Scheuring, 1830 (als F.C. Gerretson)
  • 1937 - Bij Vondels graf (essay) (als F.C. Gerretson)
  • 1947 - Essays (als F.C. Gerretson)
  • 1973-1987 - Verzamelde werken (zeven delen, verzorgd door G. Puchinger)
  • 1979 - Briefwisseling Gerretson - Geyl (vijf delen, verzorgd door Pieter van Hees en G. Puchinger)
  • 1984 - Briefwisseling Gerretson - Van Eyck (verzorgd door Pieter van Hees en G. Puchinger)

Gerretson hield van mystificaties, dat is de achtergrond van het werken onder pseudoniem en verklaart waarom hij ontkende na de oorlog nog poëzie te hebben gepubliceerd.

Noten[bewerken]

  1. A.A. de Jonge, Crisis en critiek der democratie: anti-democratische stromingen en de daarin levende denkbeelden over de staat in Nederland tussen de wereldoorlogen. Van Gorcum & Comp. N.V., Assen, 1968. Tweede druk, met gewijzigde inleiding, 1982, p. 146: dat Gerretson zich gedurende enige jaren als 'fascist' heeft voorgedaan. P. 147: Doch al heeft hij daarbij een tijdlang de naam fascist gebruikt, een 'echte' fascist is hij - zoals we nog zullen zien - nooit geweest. En op p. 150 bespreekt De Jonge Gerretsons tijdelijke sympathie voor het fascisme. Op p. 167 merkt De Jonge op dat Gerretson, als gevolg van zijn activiteiten voor de Corporatieve Concentratie de naam van 'fascist' had aanvaard. En op p. 168: het moment, waarop Gerretson zich eindelijk volmondig 'fascist' begon te noemen. (eind 1933, begin 1934).
  2. Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog: deel 1, voorspel. Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage, 1969, p. 230: Gerretson trok zich in zijn studeerkamer terug: een teleurgesteld fascist - geen NSB'er.

Externe links[bewerken]