Carel de Vos van Steenwijk (1759-1830)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carel de Vos van Steenwijk
Carel de Vos van Steenwijk (1759-1830) 2.jpg
Algemene informatie
Naam Carel baron de Vos van Steenwijk
Geboren 11 maart 1759
Overleden 2 januari 1830
Partij Federalisten
Titulatuur baron
Politieke functies
1786-1787 Lid Landdag van Drenthe
1795-1798 Lid Comité Revolutionair Landschap Drenthe
1795 Voorzitter Provisionele Representanten van het Volk van Drenthe
1795-1796 Lid Vergadering van gecommitteerde representanten van het Volk van Drenthe
1796-1797 Lid Eerste Nationale Vergadering voor het district Meppel
1797 Voorzitter Eerste Nationale Vergadering
1797-1798 Lid Tweede Nationale Vergadering voor het district Meppel
1802 lid bestuur departement Overijssel
1802-1810 1814-1823 ordinaris ambassadeur te Parijs
1804-1810 lid Wetgevend Lichaam voor het Landschap Drenthe
1806 Waarnemend raadpensionaris
1811- Lid Wetgevend Lichaam voor het departement Monden van de IJssel te Parijs
1814-1816 Lid Provinciale Staten van Overijssel voor de Ridderschap
1814-1816 Lid Gedeputeerde Staten van Overijssel
1816-1830 Lid Eerste Kamer der Staten-Generaal
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Carel baron de Vos van Steenwijk, heer van Dickninge en de Hogerhof, (Vollenhove 11 maart 1759 - Zwolle 2 januari 1830) was een Nederlands staatsman ten tijde van de Bataafse Republiek, het Bataafs Gemenebest, het Koninkrijk Holland, de annexatie van de Nederlanden door Frankrijk en het Koninkrijk der Nederlanden.

Biografie[bewerken]

Achtergrond en vroege carrière[bewerken]

Carel de Vos van Steenwijk werd op 11 maart 1759 in Vollenhove (Overijssel) geboren. Zijn ouders waren heer Jan Arend Godert de Vos van Steenwijk (1713-1779), lid van de Staten van Overijssel en Geertruid Agnes Baronesse van Isselmuden (1721-1793)[1]. Het geslacht De Vos van Steenwijk behoorde tot de Overijsselse en Drentse adel.

De Vos van Steenwijk was een aristocratisch patriot. In 1783/1784 maakte hij deel uit van het gevolg van gevolmachtigd minister mr. Pieter Johan van Berckel. Van Berckel was de eerste Nederlandse gezant in de VS. Van 1785 tot 1787 was De Vos van Steenwijk rentmeester van de nationale domeinen in Drenthe en patriottisch lid van de Landdag van Drenthe. Tot 1787 was hij kolonel van het Exercitiegenootschap De Wijk, een patriottische militie. Na de Pruisische inval in 1787 moest De Vos van Steenwijk zijn bestuursfuncties neerleggen.

Optreden tijdens de Franse tijd[bewerken]

De Vos van Steenwijk werd na de Bataafse Revolutie lid van het Comité Revolutionair van Drenthe. Hij behoorde tot de Federalisten die met de verdrijving van de Oranjes hun wensen vervuld zagen. Zij waren voorstanders van het behoud van de gewestelijke en stedelijke autonomie en tegen het streven van de radicale Unitariërs om van de Nederlanden een eenheidsstaat te maken. De Vos van Steenwijk was daarnaast een voorstander van het gelijkberechten van Drenthe, dat tot dan toe geen volwaardig gewest was.

De Vos van Steenwijk was president van Coevoorden en het Landschap Drenthe, voorzitter van de Provisionele Representanten van het Volk van Drenthe (1795) en lid van de Gecommitteerde Representanten van het Volk van Drenthe (1795-1796). Hij was daarnaast lid van de Eerste en Tweede Nationale Vergadering (1796-1798) voor het district Meppel. Van 6 februari 1797 tot 20 februari 1797 was hij voorzitter van de Eerste Nationale Vergadering, een roulerend ambt. Na de staatsgreep van 22 januari 1798, die de Unitariërs aan de macht bracht, werd de overtuigde federalist De Vos van Steenwijk gevangengezet op Huis ten Bosch[2]. Zijn gevangenschap duurde tot de staatsgreep van de gematigde Unitariërs o.l.v. van generaal Daendels op 12 juni 1798. Niettemin was de politieke rol van de Federalisten zo goed als uitgespeeld.

In 1802 was De Vos van Steenwijk korte tijd lid van het bestuur van het departement Overijssel. In september van dat jaar werd hij de ordinaris ambassadeur van het Bataafs Gemenebest in Parijs. Hij bleef deze post - met onderbreking van 1810 tot 1814 - tot 23 oktober 1823 vervullen (hij diende dus zowel onder de Bataafse Republiek, het Bataafs Gemenebest, het Koninkrijk Holland als het Koninkrijk der Nederlanden). Tussen 1804 en 1810 was hij lid van het Wetgevend Lichaam. In 1811 vertegenwoordigde hij het departement Monden van de IJssel bij het Keizerlijk Wetgevend Lichaam in Parijs.

Van 4 juni 1806 tot 18 juni 1806 was De Vos van Steenwijk (waarnemend) raadpensionaris (dat wil zeggen staatshoofd) van het Bataafs Gemenebest, alvorens de staatsvorm werd omgezet in het Koninkrijk Holland, met Lodewijk Napoleon Bonaparte als koning.

Voortzetting carrière tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden[bewerken]

De Vos van Steenwijk zette zijn carrière ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden voort. Hij werd in 1814 in de Ridderschap van Overijssel benoemd. Van 1814 tot 1816 was hij gelijktijdig lid van de Provinciale Staten van Overijssel en de Gedeputeerde Staten van Overijssel. Van 8 februari 1816 tot 2 januari 1830 was De Vos van Steenwijk lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij behoorde als kamerlid tot de meer regeringsgezinde politici.

Hij overleed op 70-jarige leeftijd, op 2 januari 1830 in Zwolle.

Ridderorden en adellijke titels[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 1236
  • A.M. Elias en P.C.M. Schölvinck, Volksrepresentanten en wetgevers (1991)
  • W. te Brake, Een grand tour naar de nieuwe republiek: journaal van een reis door Amerika, 1783-1784 (Hilversum, 1999)
  • K. Kuiken, 'Verstandige eenvoud. De familie De Vos van Steenwijk (1850-2000)', in: Jaarboek Centraal Bureau voor de Genealogie, 61 (2007), 171

Verwijzingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname is toegestaan met bronvermelding.
Voorganger:
Willem Queysen
Voorzitter van de Eerste Nationale Vergadeing
1797
Opvolger:
Hendrik van Castrop