Cariben (indianen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Familie van Carib-indianen
Carib-vrouwen droegen een soort katoenen broek

De Cariben (ook wel Eilandcriben) is de benaming voor de oorspronkelijke bewoners van de Kleine Antillen. Naar hen is ook de hele regio en de Caribische Zee genoemd; zij noemden zichzelf echter Kalinago (mannelijk) en Kallipuna (vrouwelijk). Zij spraken Kalhíphona, een Arawaktaal, hoewel de mannen óf een Caribische taal spraken óf pidgin. In de zuidelijke Cariben leefden zij met de Galibi, die echter in afzonderlijke dorpen leefden. De Galibi zijn, zo wordt aangenomen, de Cariben van het vasteland. In het verleden bewoonden de Cariben een groot deel van de oostelijke Antillen; tegenwoordig zijn er alleen op Saint Vincent, Tobago en Dominica nog Cariben over.

Geschiedenis[bewerken]

De Cariben zijn, waarschijnlijk vanuit de Orinocoregenwouden in Venezuela, naar de Caribische eilanden getrokken. De eeuw vóór de aankomst van Christoffel Columbus hebben zij zich gevestigd op de Kleine Antillen, waar de Igneri woonden. Volgens de legende zouden de Cariben alle Igneri-mannen hebben gedood en opgegeten en namen ze de Igneri-vrouwen tot hun eigen vrouwen. Antropologen zijn verdeeld over deze kwestie: sommigen zien het als waarheidsgetrouw, andere zien het als een fabel. De eilandbewoners deden ook aan ruilhandel met de oostelijke Taíno, afkomstig van de Maagdeneilanden en Puerto Rico. Het goud dat Columbus vond bij de Taíno zou van oorsprong van de Cariben afkomstig zijn. De Cariben waren goede scheepslui en scheepsbouwers, en bovendien bedreven in de oorlogskunst.

Tijdens de grote kolonisatiedrift werden de meeste Cariben echter verjaagd en gedood door de Europeanen. Sommige Cariben echter slaagden erin hun eilanden behouden, waaronder de eilanden Dominica, Saint Vincent, Saint Lucia en Trinidad. De Zwarte Cariben (Garifuna) van Saint Vincent, mixten met Marrons. Zij werden in 1795 gedeporteerd naar Roatán, bij Honduras, waar hun nakomelingen vandaag de dag nog steeds leven.

De Britten zagen de "Gele Cariben" als minder gevaarlijk en stonden hen toe op St. Vincent te blijven. Het verzet van de Cariben zorgde ervoor dat Dominica moeilijk veroverd werd door Europeanen en de gemeenschappen een autonomie behielden tot ver in de 19e eeuw. Het aantal Cariben in Dominica bedraagt heden ten dage rond 3000; er zijn ook nog enkele honderden Cariben in Trinidad.

Kannibalisme[bewerken]

De Europeanen die in de 15e eeuw aankwamen bij de Caribische eilanden, merkten bij het daar wonende volk (Cariben) veel agressie en een voorliefde voor oorlog. Hun cultuur leek, van buitenaf, tamelijk patriarchaal. Vrouwen hielden zich bezig met het huishouden en met het boerenbedrijf, en leefden in de 17e eeuw zelfs in afzonderlijke huizen. Vrouwen hadden echter wel veel macht en inspraak.

Kannibalisme werd opgemerkt tijdens oorlogsrituelen; het woord 'kannibaal' heeft zijn origine in het Spaanse caníbal. Dat woord stamt echter weer van het Caribische woord karibna (mens, persoon), aldus Christoffel Columbus.

Of het vermeende kannibalisme ook daadwerkelijk plaats vond is echter niet duidelijk. In 1503 vaardigde Isabella I van Castilië namelijk een wet uit dat alleen kannibalen als slaven mochten worden buitgemaakt. Daardoor noemden Europeanen inheemse volkeren al snel kannibalen.