Carnotstraat
De Carnotstraat is een drukke verbindingsstraat in het centrum van Antwerpen die de Turnhoutsebaan met het Astridplein verbindt. In de 16e eeuw was de straat bekend als Kipdorpsesteenweg, soms ook als Sint-Willibrordussteenweg of Borgerhoutsesteenweg. De huidige naam dateert uit 1846. In 1956 werd een koninklijk besluit uitgevaardigd voor de verbreding van de straat, waardoor 103 huizen werden onteigend.[1]
Geschiedenis [bewerken]
Met de verstedelijking tijdens de industriële revolutie evolueerde de straat van een verbindingweg met boerderijen en molens in een stedelijke weg, met o.a. de aanleg van een treinstation in 1836 (een houten gebouw dat de voorloper van het huidige Station Antwerpen-Centraal was) en de Antwerpse Zoo, geopend in 1843. De eerste huizen langs de weg vormden de kern van de latere Sint-Willibrordusparochie in Antwerpen-Noord.
Naarmate de verstedelijking toenam kreeg de Carnotstraat af te rekenen met meer verkeer. In de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw werd de Carnotstraat daarom aanzienlijk verbreed. Het was een periode waarin de straat veel bioscopen en danspaleizen kende en de stationsbuurt het uitgaanscentrum van Antwerpen vormde.
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de straat faam als meubelboulevard. Ondertussen is die oude sfeer verdwenen en laatste bioscoop (Cinema Rubens) sloot in april 1993 de deuren en wordt thans door een christelijke sekte gebruikt. De straat verloederde mede door de verkeersellende steeds verder in de jaren tachtig. In de jaren negentig rezen de nachtwinkels, telefoonwinkels en dergelijke meer uit de grond.
Dankzij stedelijke projecten en de aanpak van de illegale praktijken in de vaak schimmige winkels is het tij de laatste jaren langzaam aan het keren. Momenteel is er een multicultureel aanbod van winkels en eethuizen. In 2006 werd het Atlasgebouw, gevestigd in een vroegere meubelzaak, geopend en huisvest het het Vlaams minderhedencentrum dat werkt rond inburgering en diversiteit.
Om de parkeerproblematiek aan te pakken en de winkeliers te ondersteunen pakte de stad in 2010 met een proefproject waarbij bewoners, zelfs met bewonerskaart, enkel gratis mogen parkeren op de uren dat de winkels gesloten zijn. Ze mogen overdag wel nog gratis parkeren in de zijstraten.[2]
Verdere verbetering van de verkeerssituatie moet er komen als de bovengrondse tramlijnen (o.a. tram 10 en tram 24) eindelijk ondergronds gaan en de in de jaren '70 aangelegde maar nooit afgewerkte premetro onder de Carnotstraat en de Turnhoutsebaan eindelijk in gebruik zal worden genomen.[3] Op die manier zou er bovengronds ruimte moeten komen om de smalle voetpaden te verbreden en fietsers de nodige ruimte te geven.[4]
Naamgeving [bewerken]
De Carnotstraat werd genoemd naar Lazarus Carnot, een generaal in het leger van Napoleon Bonaparte. Carnot werd in 1814 naar Antwerpen gestuurd om de opmars van de Engelse en Pruisische legers te stoppen.
Eén van Carnots technieken was het platbranden van volledige wijken en delen van het Kiel en Berchem werden daardoor in as gelegd. Borgerhout stond hetzelfde lot te wachten tot Carnot merkte dat de huizen een uitstekende beschutting vormden voor zijn soldaten, waardoor hij zijn tactiek aanpaste. De huizen werden daarom niet platgebrand.
Carnot kreeg in 1865 een standbeeld op de Carnotplaats, het huidige Laar. De Antwerpse notabelen waren het platbranden van hele wijken nog niet vergeten en bleven weg bij de inhuldiging.[5] Het beeld is in de jaren vijftig weggehaald.
Het beeld is momenteel spoorloos. Volgens een hardnekkige stadslegende werd het beeld bij een val in een opslagdepot beschadigd en werd enkel het hoofd bewaard, de rest werd gebruikt bij de fundering van de Singel. Het hoofd staat in de inkomhal van een appartementsgebouw in de carnotstraat.[6]
| Bronnen, noten en/of referenties |