Carolinamees

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carolinamees
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Carolinamees (Poecile carolinensis  of Parus carolinensis)
Carolinamees (Poecile carolinensis of Parus carolinensis)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Paridae (Mezen)
Geslacht: Poecile
Soort
Poecile carolinensis
(Audubon, 1834)
Carolinamees op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Carolinamees (Poecile carolinensis; synoniem: Parus carolinensis) is een kleine zangvogel uit de mezenfamilie Paridae. Hun broedgebied beslaat het zuidoostelijke deel van de Verenigde Staten van (Florida en Texas) tot Kansas in het noorden.

Kenmerken[bewerken]

De volwassen Carolinamees heeft een zwarte kap en bef met wit op de zijkant van het gezicht. De onderzijde is wit met roestbruin op de flanken, de rug is grijs. Hij heeft een korte donkere snavel en een redelijk lange staart. Ze lijken bijzonder veel op de Amerikaanse matkop die verder noordelijk voorkomt. De belangrijkste verschillen zijn dat de Carolinamees een wat bruinere vleugel heeft zonder witte randen aan de dekveren, de staart is iets korter en wat vierkanter. De roep is ook anders en dit verschil is voor een geoefend oor het belangrijkste onderscheid. Het tsjik-a-die van de Carolinamees is sneller en hoger dan de zang van de Amerikaanse matkop. De Carolinamees heeft ook een vierlettergrepige roep fi-bi-fi-bee. De hoge noten hiervan worden door de andere soort weggelaten. Al met al is onderscheid in het veld in die gebieden waar beide voorkomen bijzonder moeilijk. Er vindt ook hybridisatie plaats. De lichaamslengte bedraagt 13 cm.

Leefwijze[bewerken]

Net als andere mezen zijn ze vrij acrobatisch en eten zowel insecten als zaden en bessen.

Leefgebied[bewerken]

Het broedgebied is het (gemengde) loofbos van de zuidelijke Verenigde Staten vanaf New Jersey in het noordoosten tot Kansas in het westen en Florida en Texas in het zuiden. Het zijn voornamelijk standvogels maar zij trekken soms naar het zuiden bij erg streng winterweer.

De vogel is in staat zijn lichaamstemperatuur te verlagen en in een staat van winterslaap te geraken. Dit is een belangrijk mechanisme om koude winters te doorstaan.

Voortplanting[bewerken]

Ze nestelen in een holle boom, soms in een natuurlijk hol soms in een die door een specht is uitgehakt. Daarin, in een komvormig nest van gras, mos en veertjes, legt het vrouwtje 6 tot 8 eieren.

Taxonomie[bewerken]

De Carolinamees wordt vaak nog in het geslacht Parus geplaatst samen met andere mezen. Echter, studies aan het mtDNA cytochroom b en ook aan de morfologie wijzen uit dat het beter is het geslacht Poecile af te splitsen omdat dit beter de verwantschap weerspiegelt (Gill et al., 2005). The American Ornithologists' Union heeft al enige tijd Poecile als een apart genus behandeld.[2]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Carolinamees op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. (en) Gill, Frank B.; Slikas, Beth & Sheldon, Frederick H., 2005. Phylogeny of titmice (Paridae): II. Species relationships based on sequences of the mitochondrial cytochrome-b gene. Auk 122:121-143. HTML abstract