Caroline Mathilde van Wales

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Caroline Mathilde van Wales
1751-1775
Carolinemathildedenmark.jpg
Koningin-gemalin van Denemarken
Koningin-gemalin van Noorwegen
Periode 1766-1775
Voorganger Juliana Maria van Brunswijk-Wolfenbüttel
Opvolger Marie van Hessen-Kassel
Vader Frederik, prins van Wales
Moeder Augusta van Saksen-Gotha

Caroline Mathilde van Wales (Londen, 11 juni 1751 - Celle, 10 mei 1775) was een Britse prinses.

Zij was de jongste dochter van kroonprins Frederik, prins van Wales en prinses Augusta van Saksen-Gotha. Haar vader overleed plotseling, drie maanden voor haar geboorte. Daarop werd haar broer, George, de nieuwe prins van Wales. Zijzelf zou steeds worden aangeduid als Caroline Mathilde van Wales.

Op vijftienjarige leeftijd - op 8 november 1766 - trouwde ze met haar neef, de Deense koning Christiaan VII.

Het paar kreeg twee kinderen:

Christiaan VII leed onderwijl aan sterk verzwakte mentale vermogens en de regering van het land was feitelijk in haar handen, tezamen met konings lijfarts, Johann Friedrich Struensee, met wie ze een geheime verhouding had. Deze lijfarts trachtte de ideeën van de verlichting in Denemarken ingang te doen vinden. Dit stuitte op weerstand binnen het hof. In het bijzonder de stiefmoeder van de koning, koningin-weduwe Juliana Maria, had duidelijk andere plannen voor haar eigen zoon, erfprins Frederik. Zij zorgde ervoor dat de verhouding van Struensee met Caroline Mathilde bekend werd. Struensee werd op beschuldiging van majesteitsschennis onthoofd.

Het huwelijk tussen Caroline Mathilde en Christiaan VII werd vervolgens ontbonden. Caroline Mathilde werd van het hof verbannen. Over haar lot werd langdurig onderhandeld tussen Engeland en Denemarken. Zij werd tenslotte naar Celle bij Hannover gebracht waar ze tot haar dood in het kasteel woonde. Op 10 mei 1775 overleed ze onverwacht aan een besmettelijke koortsziekte. Ze was toen drieëntwintig jaar oud. Ze heeft haar kinderen nooit teruggezien.

Deze periode wordt beschreven in de roman Het bezoek van de lijfarts, van de Zweedse schrijver Per Olov Enquist.